3e graad ASO

Latijn - wiskunde

Taal boeit je: de ‘dode’ taal Latijn is voor jou niet echt dood. Latijn laat je kennismaken met haar rijke beschaving en cultuur en bovendien leer je langs de teksten abstract en logisch na te denken met zin voor analyse en nauwgezetheid.

Met wiskunde leer je abstracter en algemener te denken, maar je krijgt ook concrete wiskundige problemen op te lossen; de specifiek wiskundige taal vereist nauwgezetheid en dagelijkse inoefening.

Deze richting vereist niet alleen een tweede graad Latijn, maar eveneens een degelijke wiskundige voorkennis. In de derde graad kan bovendien de 6-uurcursus wiskunde nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
1 •
Geschiedenis
2
Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

6 / 8
Aardrijkskunde
1
Biologie
1
Chemie
1
Fysica
1
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2 / 0
• Facultatief wordt 1 uur Duits aangeboden (33ste lesuur)

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
1 •
Geschiedenis
2
Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

6 / 8
Aardrijkskunde
1
Biologie
1
Chemie
1
Fysica
1
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2 / 0
• * Facultatief wordt 1 uur Duits aangeboden (33ste lesuur)

Latijn - moderne talen

Taal boeit je: de ‘dode’ taal Latijn is voor jou niet echt dood. Latijn laat je kennismaken met haar rijke beschaving en cultuur en bovendien leer je langs de teksten abstract en logisch na te denken met zin voor analyse en nauwgezetheid.

Je dompelt je helemaal onder in taal want in Frans, Engels en Duits werk je verder aan je vaardigheden en maak je kennis met literaire aspecten.

Hier is een voorgeschiedenis met Latijn onontbeerlijk.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
2
Geschiedenis
2
Wiskunde
3
Aardrijkskunde
1
Natuurwetenschappen
2
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
2
Geschiedenis
2
Wiskunde
3
Aardrijkskunde
1
Natuurwetenschappen
2
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Latijn - wetenschappen

Taal boeit je: de ‘dode’ taal Latijn is voor jou niet echt dood. Latijn laat je kennismaken met haar rijke beschaving en cultuur en bovendien leer je langs de teksten abstract en logisch na te denken met zin voor analyse en nauwgezetheid.

Hier staan naast Latijn de wetenschappen centraal; je krijgt inzicht in wetenschappelijke onderzoeksmethodes om biologie, chemie en fysica op zich en in relatie met het leven van elke dag te analyseren en te begrijpen.

Naast interesse voor de wetenschappen is een voorgeschiedenis van Latijn onontbeerlijk.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
4 •
Geschiedenis
2
Aardrijkskunde
2
Wiskunde
4
Biologie
1
Chemie
2
Fysica
2
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2
• in deze studierichting in het 5de jaar 33 lesuren per week

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
4
Geschiedenis
2
Aardrijkskunde
1
Wiskunde
4
Biologie
2
Chemie
2
Fysica
2
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Wetenschappen - wiskunde

Wetenschappen - wiskunde

Wetenschappen en wiskunde worden hier in hun sterkste vorm aangeboden; met veel accuratesse en invoelingsvermogen krijg je inzicht in de wondere wereld van de wetenschap en de onuitputtelijke mogelijkheden van het analytisch denkvermogen. In de derde graad kan de 6-uurcursus wiskunde eventueel nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Elke voorbereiding met 5 uur wiskunde biedt de beste kans op slagen.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
1 •
Geschiedenis
2
Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

6 / 8
Aardrijkskunde
2
Biologie
2
Chemie
2
Fysica
2
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2 / 0
• Facultatief wordt 1 uur Duits aangeboden (33ste lesuur)

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
1 •
Geschiedenis
2
Wiskunde
6 / 8
Aardrijkskunde
1
Biologie
2
Chemie
2
Fysica
3
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2 / 0
• Facultatief wordt 1 uur Duits aangeboden (33ste lesuur)

Moderne talen - wetenschappen

Je dompelt je helemaal onder in taal want in Frans, Engels en Duits werk je verder aan je vaardigheden en maak je kennis met literaire aspecten.

Hier staan naast die talen de wetenschappen centraal; je krijgt inzicht in wetenschappelijke onderzoeksmethodes om biologie, chemie en fysica op zich en in relatie met het alledaagse leven te analyseren en te begrijpen.

De ideale voorbereiding is wetenschappen in de tweede graad, maar andere overstappen zijn mogelijk mits de nodige inhaalmanoeuvres.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
2
Geschiedenis
2
Wiskunde
4
Aardrijkskunde
2
Biologie
1
Chemie
2
Fysica
2
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2
• 33 lesuren per week

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
2
Geschiedenis
2
Wiskunde
4
Aardrijkskunde
1
Biologie
2
Chemie
2
Fysica
2
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Economie - moderne talen

Je interesse gaat uit naar het economische aspect in het bedrijfsleven en breder in de maatschappij; je bestudeert deze component nu theoretischer dan in de tweede graad.

Ook taal boeit je: je werkt verder aan je vaardigheden en je maakt kennis met literaire aspecten van Frans, Engels en Duits.

De beste voorbereiding in de tweede graad is economie, maar een overstap uit andere ASO-richtingen is – mits de nodige voorbereiding – zeker mogelijk.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
2
Geschiedenis
2
Wiskunde
3
Aardrijkskunde
1
Natuurwetenschappen
2
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
2
Geschiedenis
2
Wiskunde
3
Aardrijkskunde
1
Natuurwetenschappen
2
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Humane wetenschappen

Het individu en de samenleving in alle facetten komen hier aan bod; op wetenschappelijke basis onderzoek je de gedragingen van mensen en cultuurfenomenen wereldwijd.

Humane wetenschappen in de tweede graad is een ideale voorbereiding is. Interesse voor geschiedenis en voor al wat met de mens en zijn omgeving te maken heeft, zijn een basis voor de derde graad Humane Wetenschappen.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
0 •
Geschiedenis
2
Wiskunde
3
Aardrijkskunde
1
Natuurwetenschappen
2
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
3
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
3
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
4

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
4
Engels
3
Duits
0 •
Geschiedenis
2
Wiskunde
3
Aardrijkskunde
1
Natuurwetenschappen
2
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
3
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
3
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2

Economie - wiskunde

Je interesse gaat uit naar het economische aspect in het bedrijfsleven en breder in de maatschappij; je bestudeert deze component nu theoretischer dan in de tweede graad.

Met wiskunde leer je abstracter en algemener te denken, maar je krijgt ook concrete wiskundige problemen op te lossen; de specifiek wiskundige taal vereist nauwgezetheid en dagelijkse inoefening. In de derde graad kan de 6-uurcursus eventueel nog uitgebreid worden tot 8 uur.

 

Economie met 5 uur wiskunde in de tweede graad vormt de optimale voorbereiding; een overstap uit een andere richting is wel mogelijk mits de nodige voorbereiding.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
1 •
Geschiedenis
2
Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

6 / 8
Aardrijkskunde
1
Biologie
1
Chemie
1
Fysica
1
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2 / 0
• Facultatief wordt 1 uur Duits aangeboden (33ste lesuur)

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Nederlands
4
Frans
3
Engels
2
Duits
1 •
Geschiedenis
2
Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

6 / 8
Aardrijkskunde
1
Biologie
1
Chemie
1
Fysica
1
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
4
Esthetica
1
Lichamelijke Opvoeding
2
Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
2 / 0
• Facultatief wordt 1 uur Duits aangeboden (33ste lesuur)