3e graad BSO

Office assistant

De algemene vakken van de tweede graad worden hier vervangen door een intensieve praktische voorbereiding op het werk van elke kantoorbediende; zowel individueel als in team word je uitgedaagd.

Na het zesde jaar kan je eventueel een zevende jaar Kantooradministratie en gegevensbeheer volgen op onze school.

Voor de geïntegreerde proef worden de leerlingen van het zesde jaar ingeschakeld als 'administratief medewerker' rond een spilbedrijf. Gedurende een halve dag (november-mei) verwerken zij op zelfstandige basis in de 'Kantoorklas' praktische opdrachten waarin zowel secretariaatsvakken, logistieke ondersteuning, verwerking van boekhoudkundige gegevens als taalaspecten aan bod komen. Een extern jurylid uit het bedrijfsleven evalueert hen mee op verworven inzichten, attitudes en vaardigheden. Kortom 'Het Bedrijfsleven' zoals het is!

In het zevende jaar 'Kantooradministratie en gegevensbeheer' is de algemene doelstelling van de geïntegreerde proef om op een realiteitsgebonden wijze de kennis en technische bekwaamheid van de leerlingen te toetsen, m.a.w. ze moeten kunnen bewijzen dat zij de taken eigen aan een kantoorjob op een vlotte, zelfstandige manier kunnen uitvoeren. Concreet krijgen de leerlingen per twee de opdracht om een opendeurdag te organiseren voor een bedrijf naar keuze. Zo moeten ze uitnodigingen opstellen, een persmap samenstellen, een presentatie maken, … Op het einde van het schooljaar volgt nog een mondelinge toelichting.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Nederlands (Zakelijke Communicatie)
2
Frans
4
Engels
3
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Administratief Medewerker
11 •
Keuzemodule logistiek
6 •
Keuzemodule retail
6 •
Lichamelijke Opvoeding
2
• waaronder 4u werkplekleren en stages

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Frans
3
Engels
2
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Administratief Medewerker
14 •
Keuzemodule logistiek
7 •
Keuzemodule retail
7 •
Lichamelijke Opvoeding
2
• waaronder 11u werkplekleren en stages

Business Support

Business Support

Deze richting volgt op het zesde jaar Office assistant.

In dit zevende vervolmakingsjaar met evenveel praktijk als in het zesde jaar kan je je boekhoudkundige en administratieve kennis en vaardigheden nog verder bekwamen om daarna nog vlotter in te spelen op de noden van de arbeidsmarkt.

Lestabel 7e jaar

Godsdienst
2
Frans
2
Engels
2
Duits
2
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
4
Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

12
Integrale Projecten
4
Lichamelijke Opvoeding
2
• Bedrijfsbeheer (1u/jaar) wordt geïntegreerd in de vakken wetgeving, secretariaat en logistiek.

Verzorging

Je bent sociaal vaardig en je wilt baby’s, peuters en oudere mensen verzorgen? Als je kiest voor deze richting, krijg je veel praktijkervaring. Vanaf het vijfde jaar loop je stage bij baby’s, peuters en bij bejaarden. Zij rekenen op jouw goede zorgen!

Verzorging, omgangskunde en zorg voor woon- en leefsituatie zijn  de beroepsgerichte vakken van deze richting. Die vakken zijn noodzakelijk om op een deskundige manier te leren zorgen voor kinderen en oudere zorgvragers.

Naast de richtingspecifieke vakken zijn PAV, Frans, godsdienst en lichamelijke opvoeding heel belangrijk voor jouw algemene vorming.

Met de geïntegreerde proef laten de leerlingen zien dat ze een goede houding hebben en over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om te starten in het werkveld.

In het zesde jaar verzorging bestaat de geïntegreerde proef uit stage en stageopdrachten. De leerlingen krijgen drie stageperiodes. Iedere leerling loopt één periode stage in een kinderdagverblijf en één periode in een rust- en verzorgingstehuis. De derde stageperiode is afhankelijk van hun keuze (ofwel bij kinderen ofwel bij bejaarden).

De stageopdrachten zijn bedoeld om de link te leggen tussen theorie en praktijk. In deze opdrachten komen alle vakken aan bod.

De geïntegreerde proef van het zevende jaar kinderzorg en het zevende jaar thuis- en bejaardenzorg bestaat uit stage, stageopdrachten en leerlingenprojecten.

Naast de drie stages, die door de school georganiseerd worden, is er een extra stageweek gepland. Voor deze extra stageweek gaan de leerlingen zelf solliciteren. Ze worden daarbij uiteraard nog steeds begeleid vanuit de school.

 

Bij het leerlingenproject wordt er gewerkt rond een bepaald thema. Dat project bestaat uit verschillende fasen. Tijdens de eerste fase wordt er informatie opgezocht en verwerkt. De tweede fase bestaat uit een praktische uitwerking. Ten slotte gaan de leerlingen hun ervaringen uitwisselen aan elkaar en komen ze hun leerproces voorstellen aan een jury. 

Het ganse jaar werk je in kleine groepjes rond specifieke onderwerpen die in brede of enge zin één of andere link hebben met de zorg voor het kind of de oude zorgvrager (vb. autisme, ADHD, diabetes, dementie, enz.). Je benadert dit thema vakoverschrijdend en vanuit diverse oogpunten, en confronteert je bevindingen met de werkvloer van de stages. Vanuit deze dagdagelijkse praktijk vul je je bronnen aan. Het geheel wordt gepresenteerd aan en beoordeeld door een gemengde groep van leerkrachten en mensen uit het werkveld.

Lestabel 5e jaar

Godsdienst
2
Frans
2
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

2
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
10
Lichamelijke Opvoeding
2
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
6
Pedagogisch en Agogisch Handelen
6

Lestabel 6e jaar

Godsdienst
2
Frans
2
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

2
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
10
Lichamelijke Opvoeding
2
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
6
Pedagogisch en Agogisch Handelen
6

Verzorging - kinderzorg

Zorgen voor kinderen is jouw droom? In het zevende jaar kinderzorg word je voorbereid op het werkveld binnen de kinderopvang: kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, schoolse opvang, …

Op het einde behaal je een diploma secundair onderwijs. Aan jou de keuze om onmiddellijk te gaan werken of nog verder te studeren: bijvoorbeeld voor kleuterleid(st)er, opvoed(st)er, verpleegkundige, vroedvrouw, …

Lestabel 7e jaar

Godsdienst
2
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

2
Frans
2
Keuzeoptie

Keuzeoptie

Keuze uit Sport, Spaans, STEM, Latijn, beeldende vorming, expressie, multimedia

Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

Techniek

Techniek

In het leerjaar A

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 2 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste en het 2de leerjaar A. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende toepassingsgebieden binnen techniek zijn:
  • energie
  • informatie en communicatie
  • constructie
  • transport
  • biochemie
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines maken de leerlingen kennis met deze toepassingsgebieden.
 

In het leerjaar B

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 6 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste leerjaar B. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
 
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende verkenningsgebieden binnen techniek zijn:
  • informatie- en communicatietechniek
  • verzorging
  • voeding
  • bouw
  • elektriciteit
  • hout
  • metaal
  • kunststoffen
  • schilder- en grafische technieken
  • mode
  • tuinbouw
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines, maken de leerlingen kennis met deze verkenningsgebieden.
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
Beeldende Vorming (optie)

Beeldende Vorming (optie)

Ben je …

  • verwonderd en bereid om meer te weten te komen over de kunst via allerlei media en wil je deze kennis delen en kritisch bespreken?
  • enthousiast om alleen of in groep kunstwerken te creëren waarin je laat zien wat je leerde? 
  • nieuwsgierig naar alle vormen van Kunst? 
Voor de optie Beeldende Vorming zoeken we leerlingen die een meer dan normale belangstelling hebben voor de ‘plastische uitdrukkingsvormen’. 
 
Mogelijke processen:
  • van tekening tot schaal of kop: werken met klei
  • tekenen met licht: initiatie fotografie
  • van vezel tot papier: zelf een boekje maken
  • zeg dat het gedrukt staat: hoogdruk, diepdruk en zeefdruk behoren tot de mogelijkheden
  • van spieraam tot schilderij: bespreken en verwerven van schildertechnieken
  • creëren met afvalmaterialen: modern beeldhouwen
  • inbreng van de leerlingen kan leiden tot andere creatieve processen
Spaans (optie)

Spaans (optie)

Spaans is een wereldtaal die door miljoenen mensen gesproken wordt over de hele wereld. Je kan het Spaans niet enkel gebruiken op vakantie in Spanje, maar ook in bijna alle landen van Latijns-Amerika. Spaans leren is dus nooit verloren. Maar je moet er wel iets voor doen, want een taal leren, is werken en studeren. 
Ben jij bereid om woordenschat te leren? Durf je het aan om je te verdiepen in de spraakkunst van het Spaans? Wil je meer weten over de Spaanstalige cultuur en gewoonten? Schrik je er niet voor terug om te studeren om zo een nieuwe taal te leren? Ben je niet te verlegen om Spaans te leren spreken? Dan is deze optie misschien iets voor jou! Voorkennis is absoluut niet nodig.
 
¡Hasta la vista!
Expressie (optie)

Expressie (optie)

Ben je graag met taal bezig? Vind je toneelspelen helemaal te gek? Dan is dit je kans!
De lessen taalexpressie zullen je eigen expressieve mogelijkheden vergroten. Het is vooral een praktische cursus waarbij grote actieve inbreng van de leerling wordt verwacht. 
 
Enkele activiteiten en doelen die je zeker te wachten staan:
  • lezen/acteren van toneelfragmenten en sketches
  • voorlezen van poëzie en proza (theorie en oefeningen)
  • beluisteren, bespreken en zingen van liederen (Franse chansons)
  • dramatische werkvormen juist toepassen
  • bekijken en analyseren van een theaterproductie
  • een standpunt innemen
  • je standpunt argumenteren
  • je op een vlotte manier uitdrukken in algemeen Nederlands (Frans)
  • een groep op een levendige manier toespreken
  • een verhaal boeiend vertellen
  • fictionele teksten expressief voorlezen
  • kennismaken met de Franse cultuur
  • inzicht hebben in de verschillende werkvormen die met expressie/drama te maken hebben
  • op systematische wijze bezig zijn met de verschillende aspecten van het theater waarbij de eigen ervaringen centraal staan
  • verlaging van de drempelvrees om zelf te gaan spelen
  • identificatie, niet alleen met de toneelrollen, maar ook met de “rol” van de regisseur, het publiek,…
  • samenwerken in groepsverband
  • zelfstandig leren werken
Dit is slechts een tipje van de sluier. Ben je geïnteresseerd in dit ongetwijfeld zeer boeiende vak? Aarzel dan niet langer en schrijf je in!
Technische Vorming (optie)

Technische Vorming (optie)

In de optie technische vorming gaan we werken met gereedschappen, machines en verschillende materialen. Je gaat letterlijk de handen uit de mouwen steken. Zo ga je leren werken met de houtsoorten grenen, beuk, plaatmaterialen, enz. Na handelingen als aftekenen, boren, zagen, raspen, vijlen, enz. volgt de eindafwerking. De nadruk ligt op veilig werken. Uiteindelijk maak je bruikbare voorwerpen zoals een dienbord, een broodplankje, een kaasplankje, enz.
Af en toe houden we het lekker warm. Je leert solderen: je moet een te solderen voorwerp in koperdraad plooien en de onderdelen aan elkaar solderen.
We gaan ook onze fiets van naderbij bekijken: hoe regel ik de fietsremmen? Hoe werkt de verlichting op mijn fiets en vooral waar moeten we op letten als de verlichting het laat afweten? Wie kan een lekke band herstellen? Kortom: heel wat nuttige weetjes die je jeugdige leventje van elke dag eenvoudiger maken.
Sport (optie)

Sport (optie)

Gezocht: leerlingen met het sportvirus!
 
Als je een uitgesproken interesse en aanleg voor sport hebt, bieden we je een verbreding aan in verscheidene sportdisciplines zoals zwemmen, conditie, ritmiek, soccerpal, atletiek, korfbal, rugby, baseball, …
Behoort sport tot een deel van je leven, je interesseveld, je passie en ben je sportminded ingesteld, dan is dit de juiste keuze. Niet alleen je belangstelling voor lichaamsbeweging en lichamelijke opvoeding wordt hier beloond. Ook in je verdere studieloopbaan zal deze sportbeleving, gecombineerd met je persoonlijke ontwikkeling, een belangrijke rol spelen.
 
Wat wij verwachten van jou:
  • niet bang zijn om je moe te maken
  • niet bang zijn om in weer en wind te sporten
  • je technisch en tactisch willen verbeteren in verschillende sporttakken
  • in team kunnen spelen
  • jovialiteit t.o.v. je medespelers
  • doorzettingsvermogen
Wetenschappen (optie)

Wetenschappen (optie)

Wetenschappers gezocht!
 
Hé, vraag jij je dit ook wel eens af?
  • Waarom word ik wakker als ik droom dat ik in een put val?
  • Hoe komt een regenboog aan z’n mooie kleuren?
  • Waar blijft dat klontje suiker toch als ik het in mijn koffie of thee gooi?
  • Waarom vallen ze in Australië niet van de aarde af?
  • Wat is hypnose eigenlijk?
  • Is het waar dat ik op de maan veel minder weeg?
Dit is maar een greep uit een hele hoop situaties waarover we verwonderd zijn. 
Wij werken met leerlingen die zich afvragen hoe dit alles in elkaar zit en die dit aan de hand van experimenten willen uitzoeken. Je moet ook graag de methode van echte wetenschappers gebruiken: waarnemingen doen, experimenten uitvoeren en conclusies trekken!
De leerlingen die we zoeken moeten wel de handen uit de mouwen kunnen steken. Je moet immers vooral zelf aan het werk! Je leert ook een website ontwerpen waarop je de resultaten van je werk kan publiceren. 
Voor sommige waarnemingen en experimenten zullen we wel eens op verplaatsing gaan. We dachten al aan…, nee, nog even geduld. Je hebt trouwens zelf wellicht ook heel wat vragen of ideeën die we zoveel mogelijk in ons programma willen verwerken.
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
Voeding

Voeding

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Leefsleutels

Leefsleutels

 

Tijdens het uurtje leefsleutels kunnen leerlingen zelf onderwerpen aanbrengen waarover ze met de klas willen spreken. Verder komen de volgende thema’s aan bod:
  • positieve groepsvorming en een leuke sfeer in de klas
  • ontdekken waar je goed in bent en zelfvertrouwen krijgen
  • leren keuzes maken en doordachte beslissingen nemen
  • stilstaan bij risico’s
  • het eigen maken van vaardigheden zoals luisteren, gevoelens uiten, de gevoelens van anderen begrijpen.
Op deze manier werken we samen aan een vriendschappelijke sfeer waarin iedereen zich goed voelt.
Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

In deze optie proeven leerlingen van heel wat techniek op zowel theoretisch als puur technisch vlak, zeg maar de handen uit de mouwen steken. De 5 uren zijn opgesplitst in drie blokken: twee van twee uren en een uur apart. Wekelijks betekent het ene uurtje technisch tekenen. De twee uur praktijk brengen de leerlingen in aanraking met de metaalgereedschappen en machines en het maken van (eenvoudige) elektrische schakelingen is hen evenmin vreemd. In de twee uur theorie komt onder meer uitleg over de gereedschappen, de mechanische eigenschappen van materialen, elektriciteit (oa. serie-en parallelschakeling) en de overbrengingen (mechanica) aan bod.

Moderne Wetenschappen

Moderne Wetenschappen

De disciplines die in de basisoptie moderne wetenschappen aan bod komen zijn economie, natuurwetenschappen en gedrags- en cultuurwetenschappen. Economie en gedrags- en cultuurwetenschappen komen aan bod in het vak SEI (socio-economische initiatie), natuurwetenschappen in het vak WW (wetenschappelijk werk). Deze kennismaking draagt bij tot een betere oriëntering van de leerlingen naar het derde jaar. 

Initiatie in sociaal en economisch leven (3u/week) 

 
Onder de noemer economie maken de leerlingen kennis met economie als wetenschap. Economie gaat over mensen die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren.
 
Inhoud:
  • De gezinnen:
    • Waar haalt het gezin het inkomen vandaan?
    • Waar gaat het inkomen van het gezin naartoe?
  • De bedrijven:
    • Welke weg legt het product af voor het bij de consument komt? 
    • Hoe worden bedrijven ingedeeld volgens functie en sector?
    • Hoe is een bedrijf organisatorisch gestructureerd?
    • Wat omvat produceren?
    • Wat heeft een bedrijf nodig om te produceren en hoe worden deze middelen gefinancierd?
    • Welke maatschappelijke rol vervult het bedrijf?
  • Markten en prijzen:
    • Wat verstaan we onder ‘markt’?
    • Hoe ontstaat de prijs?
    • Welke rol speelt de overheid bij de prijsbepaling?
  • De overheid:
    • Wat doet de overheid?
    • Waar haalt de overheid haar geld vandaan?
    • Welke zijn de belangrijkste inkomsten- en uitgavenposten op de begroting van de overheid?
  • Internationale handel en betalingen:
    • Welke kenmerken vertoont de Belgische internationale handel?
    • Welke betekenis heeft de EU voor België?
Ook aan de ‘socio’-component wordt de nodige aandacht besteed. Zonder dat vooruit wordt gelopen op de inhouden van het leerplan humane wetenschappen, krijgen de leerlingen een idee van aspecten van gedrags- en cultuurwetenschappen. Ze leren aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel en in groep. Ze observeren dit gedrag en zoeken naar verklaringen. In de kennismaking met cultuurwetenschappen bestuderen ze enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.
 

Wetenschappelijk werk (2u./week)

 
Tijdens deze lesuren maken de leerlingen voor het eerst kennis met natuurkunde en chemie. We leren een wetenschappelijke methode gebruiken. We leren nauwkeurig waarnemen. 
We leren hoe we experimenten moeten opzetten en veilig uitvoeren. We leren onze gegevens in grafieken verwerken. Door waarnemen, experimenteren, meten en rekenen zoeken we naar natuurwetten. 
We werken vaak in groepjes. Waar mogelijk verwerken we de resultaten met de computer.
 
Mogelijke onderwerpen:
  • Elektriciteit
    • inleidende begrippen
    • geleiden of isoleren
    • stroomsterkte
    • spanning
    • roosters
    • wet van Ohm
    • elektrolyse
  • Massa, volume en dichtheid
  • Krachten
  • Stoffen in en om het huis
  • Geluid
  • Kleuren
 
Verder wordt er tweemaal per jaar een project georganiseerd waarbij zowel SEI als WW aan bod komen.
Techniek-Wetenschappen

Techniek-Wetenschappen

Techniek-wetenschappen is een onderdeel van de natuurwetenschappen, o.a. biologie, fysica, chemie en aardrijkskunde. 
 
We leren steeds inleidende begrippen die indien mogelijk vanuit deze verschillende wetenschappen worden onderzocht. Dat onderzoek wordt ondersteund met experimenten (demonstratie- en leerlingenproeven).
 
Tijdens deze experimenten is ons doel: waarnemen, verslag uitbrengen, besluiten leren trekken en vooral ordelijk, nauwkeurig en veilig leren werken.
 
Enkele onderwerpen zijn:
  • microscopie
  • milieu
  • bodem- en wateronderzoek
  • excursie naar bos of park
  • scheidingstechnieken
  • meettechnieken
  • warmte
  • elektriciteit
Sociale en Technische Vorming

Sociale en Technische Vorming

Deze optie bestaat uit 2 onderdelen: theorie (2u) en de toepassing van deze theorie (3u)

De theoretische vakken die hier aan bod komen zijn: 

  • meettechnieken: massa, lengte, temperatuur en tijd
  • elektriciteit
  • ergonomie 

Deze theorievakken worden praktisch toegepast in het vak realisatietechnieken.
We geven hier een voorbeeld om te verduidelijken hoe het in de praktijk werkt:

  • theorie:
    • meettechnieken:
      • leren omzetten en berekenen van massa (kg → g)
      • leren hoe weegschalen werken, voor- en nadelen van bepaalde weegschalen
    • elektriciteit: leren hoe elektriciteit wordt omgezet in warmte
  • toepassing van deze theorie in de praktijk = realisatietechnieken:
    • ingrediënten afwegen
    • bakken van de cake in de oven
    • de oven is een toestel dat elektriciteit omzet in warmte
  • Tijdens de lessen zal men ook steeds rekening houden met het sociale aspect: samen werken is samenwerken.

 

De leerlingen die de optie STV kiezen, bereiden we voor op 3TSO. Voor Frans en wiskunde krijgen zij aparte lessen. Voor wiskunde wordt de basisleerstof extra ingeoefend en komt de verdiepingsleerstof minder aan bod. Voor Frans krijgen de leerlingen voor hun taaltaken meer hulpmiddelen aangereikt. Alle andere vakken volgen de leerlingen samen met de andere opties.

Computervaardigheden

Computervaardigheden

  • De computer opstarten en afsluiten
  • De muistechnieken
  • De computerapparatuur
  • De programmatuur
  • De systeemsoftware
  • De toepassingssoftware
  • De geheugentypes
  • Het bewaargeheugen
  • Het werkgeheugen
  • Gezond computergebruik
  • Het besturingssysteem Windows
  • Werken met toepassingsprogramma’s
  • Vaardig omgaan met het computerklavier
  • Werken met tekeningen
  • Eenvoudige computertoepassingen
    • De rekenmachine
    • De prijsaanvraag
    • Bestellingen
    • Verkoopfacturen maken
    • Klantenkaarten bijhouden
    • Opzoeken op Internet
Leef- en Woonsituatie

Leef- en Woonsituatie

Dit vak bestaat uit drie delen: woning, textiel, decoratieve werkvormen.
  • Woning: in dit onderdeel wordt de slaapkamer en de badkamer besproken. Alle materialen die nodig zijn voor de inrichting en het onderhoud van deze ruimtes, komen aan bod.
  • Textiel: tijdens deze lessen wordt initiatie gegeven i.v.m. strijken, de handwas en de bediening van de wasmachine.
  • Decoratieve werkvormen:
    • verwerken van papier: kaarten en kaders
    • verwerken van textiel: borduren op badhanddoek
    • verwerken van hout: trekvogel d.m.v. figuurzagen
Personenzorg

Personenzorg

Het pakket personenzorg wil bijdragen tot de totale persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Tijdens deze lessen spreken we over de verschillende delen van het lichaam en de verzorging ervan. De leerlingen vertellen uit eigen ervaring en de leerkracht vult aan en beantwoordt de eventuele vragen. Na elk deelthema bespreken we hoe we de meest voorkomende kwaaltjes kunnen voorkomen en verzorgen.
De verschillende onderwerpen zijn:
  • mijn uiterlijk en voorkomen
  • zorgen aan handen en voeten
  • haar en haarzorg
  • huid en huidverzorging
  • gelaatsreiniging en –verzorging
  • mond- en gebitszorg
  • zorg voor zintuigen
  • zorg voor kleding en schoeisel
  • zorg voor lichaamshouding
  • mijn veranderende lichaam
Initiatie in Administratie en Verkoop

Initiatie in Administratie en Verkoop

  • Administratie en verkoop in ons dagelijks leven
    • op verkenning in de wereld van de handel
    • de klant is koning
    • een handelaar wil winst maken
    • het belang van de handel
    • de verkooppunten
  • Kopen en verkopen
    • het koopproces
    • snel en juist rekenen
    • de BTW
    • eerst aankopen … dan verkopen
    • betalen in de handel:
    • overschrijving
    • bankkaart – kredietkaart
  • De reclame
  • De kantooromgeving
    • hoe zit een bedrijf in elkaar?
    • op zoek naar een toffe job
    • het ideale kantoor
    • kantoorapparatuur
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

In dit vak bevinden we ons op het terrein van de handelaar met zijn commerciële en  financiële verrichtingen. Het komt er nu op aan om die verrichtingen boekhoudkundig te verwerken aan de hand van documenten zoals facturen, kas- en bankdocumenten, loonstaten, afschrijvingstabellen, …
Vanuit die boekhouding krijgen we dan inzicht in de prestaties van de onderneming en kunnen we de vereiste informatie verschaffen aan de Dienst van de directe en indirecte belastingen. Bovendien moet de boekhouding ons in staat stellen om een financiële analyse te maken: interessante informatie voor aandeelhouders, financiële instellingen en andere schuldeisers.
 
In het derde jaar gaat het over:
  • de vereenvoudigde boekhouding: het bijhouden van dagboeken (verkoopdagboek en klantenkaarten aankoopdagboek en leverancierskaarten financiële dagboeken)
  • de dubbele boekhouding: inleiding tot het dubbel boekhouden: de balansrekeningen (bezittingen en schulden) de resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten)
In het vierde jaar gaat het over de dubbele boekhouding met de volledige verwerking van alle activiteiten (bedrijfs-, financiële en uitzonderlijke) met afsluiting van het boekjaar (eindejaarsverrichtingen) en aangifte van de BTW, de beoordeling van het resultaat en de balansstructuur (financiële analyse)
Toegepaste Informatica

Toegepaste Informatica

  • De basisvaardigheden voor het werken met de computer
  • Klaviervaardigheid en muisbesturing
  • Tekstverwerking met het Officeprogramma WORD
  • EXCEL: het elektronische rekenblad
  • ACCESS: gegevens verwerken en bewerken
  • Werken op internet
  • Werken met een tekenpakket: PAINT
  • De computerconfiguratie en het besturingssysteem
  • Nieuwe tendensen en ontwikkelingen
  • Maatschappelijk-ethische aspecten
Administratieve Vorming

Administratieve Vorming

  • Een gezinshuishouding voeren
  • Een vereenvoudigde boekhouding
  • De kantoorinrichting en klasseren
  • De overgang van een kleine naar een middelgrote onderneming
  • De basisprincipes van een dubbele boekhouding
  • Verrichtingen: aankopen, verkopen, BTW-aangifte, financiële verrichtingen
  • Eindejaarsverrichtingen
  • Communicatie
  • Een vergadering ondersteunen
  • Magazijn en expeditie: de magazijnmedewerker en de voorraadadministratie
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
Sociale Wetenschappen

Sociale Wetenschappen

In sociale wetenschappen staat de mens centraal. Via verschillende werkvormen verwerf je vaardigheden die je als mens beter laten functioneren. Je krijgt een beter inzicht over:
  • jezelf
  • je studiehouding
  • verschillende leerprocessen
  • communicatie
In de derde graad staan de mens en zijn gedrag centraal. In de lessen sociale wetenschappen wordt er onderzocht hoe de lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de mens verloopt. Je bestudeert welke factoren een individu en zijn gedrag kunnen beïnvloeden en je leert passend te communiceren in verschillende situaties. Ook de verschillende deelsystemen binnen een samenleving komen aan bod alsook hoe men als mens deel uitmaakt van de samenleving.
Integrale Opdrachten

Integrale Opdrachten

Integrale opdrachten is een vak dat is ontstaan uit de nieuwe onderwijsopvattingen. Daarbij zien we dat leren meer is dan alleen maar kennisoverdracht en dat het aanleren van vaardigheden, motivatie, orde en een juiste houding ook zeer belangrijk zijn.

Een integrale opdracht bestaat uit een combinatie van verschillende vakken: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, voeding en expressie, maar ook andere vakken kunnen opgenomen worden. Uit deze vakken ontstaan projecten met als doelstelling te werken aan de competenties van de leerlingen. 
De leerlingen zullen de volgende competenties ontwikkelen:
  • Sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke thema’s onderzoeken.
  • Binnen een welomschreven opdracht een persoonsgerichte activiteit voor een groep kunnen organiseren of een maaltijd bereiden.
  • Iets mondeling kunnen presteren voor een groep.
  • Betekenis kunnen geven aan de eigen studieloopbaan.

 

In voeding staat het aanleren van basisvaardigheden centraal. Je leert een maaltijd voorbereiden, bereiden en presenteren met extra aandacht voor kwaliteit, gezondheid en hygiënisch werken.

 

Projecten

Projecten

In een aantal vakken krijgen de leerlingen de kans om kennis te maken met de werkvloer rekening houdend met:
  • kwaliteitsbewust handelen
  • milieubewust handelen
  • veilig handelen
  • ergonomisch handelen
  • hygiënisch handelen
  • economisch handelen
  • respectvol handelen
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
Voeding: theorie

Voeding: theorie

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Voeding: praktijk

Voeding: praktijk

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.
Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.

 

Sociale vaardigheden en communicatie

Sociale vaardigheden en communicatie

Hier wordt aandacht besteed aan vlot communiceren (telefoon, SMS, email, …). Ook het afstemmen van de eigen communicatie op de groep komt aan bod en de leerling leert inschatten welk effect het eigen handelen heeft op de groep.

Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

Hier leer je economisch bezig zijn op basis van sociale en ethische waarden. Wat betekenen in deze sector persoonlijk engagement en een gezonde levenshouding? Hoe zorg je voor een positief zelfbeeld, ondersteund door kwaliteitsgericht handelen?
Wel, je leert met talen omgaan, zowel op het louter persoonlijke vlak als op het commerciële; hoe spreek je, schrijf je in je internationale vriendenkring en hoe lees en bespreek je bvb. verkoopscontracten. Deze talenkennis is één van de sterke punten waaraan je kan werken.
In eerste instantie gaat je aandacht naar de onderneming in al haar aspecten.
  • Met wie en waarmee kom je allemaal in contact: werkgevers, werknemers, stakeholders, producten, promotie enz.
  • In de commerciële en administratieve verrichtingen verdiep je je kennis met o.a. de voorraadadministratie en de btw-reglementering, in het boeken van aan- en verkopen en de administratieve verwerking hiervan.
  • Ook de beleidsaspecten van een onderneming komen aan bod: sociale zekerheid, verzekeringen, fiscaliteit, boekhouding als beleidsinstrument, het duurzaam ondernemen en tenslotte facetten van commercieel, buitenlands en investeringsbeleid, financieel en personeelsbeleid.
  • Een extra is dat alle aspecten van bedrijfsbeheer verweven zitten in dit vak wat een belangrijke meerwaarde voor deze richting blijft.
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
Seminaries (Kantoor)

Seminaries (Kantoor)

Je leert in verschillende vakken heel wat technieken en vaardigheden aan. De seminaries zijn bedoeld om de integratie van de verworven en van de nieuwe vaardigheden en technieken tot stand te brengen. Verder worden in de lessen seminaries bepaalde leerstofonderdelen verder ingeoefend en uitgediept.
 
In het vijfde jaar word je voorbereid op de bedrijfsstages: de stagevoorbereiding, de verkenning van het beroepenveld en de exploratie van de toekomstmogelijkheden komen aan bod. In het 6de leerjaar toets je tijdens de stages je opleiding aan de reële beroepspraktijk.
 
Enkele onderwerpen die aan bod komen tijdens de seminaries:
  • kantoorsimulatie of virtueel kantoor (Fvisem): je werkt in een nagebootste kantoorsituatie; wat in een bedrijf gebeurt, wordt ook hier uitgevoerd; alleen worden er geen tastbare producten verhandeld; aan- en verkoop is puur virtueel; de aandacht concentreert zich volledig op documenten en procedures, m.a.w. het actieterrein van administratieve medewerkers
  • bedrijfsbezoeken (Coca-Cola, Haven Antwerpen)
  • training van sociale en communicatieve vaardigheden
  • diverse projecten: telefoneren, etiquette (kleding, begroeting, bezoekers ontvangen, tafelmanieren, …)
De leerstofonderdelen kunnen variëren volgens de noden en tekorten in bepaalde vakken of praktijkgericht. Het zijn vakdoorbrekende projecten waarbij het geïntegreerd werken aan bod komt.
Stage (Kantoor)

Stage (Kantoor)

De stage dient om je voor te bereiden op het beroepsleven door ervaring op te doen, om de kloof tussen school en bedrijf te overbruggen, om je kantooropleiding te vervolmaken, om te wennen aan het arbeidsmilieu en je persoonlijkheid te vormen.
 
Gedurende deze stageperiode overwinnen vele leerlingen hun schuchterheid, overgevoeligheid en oppervlakkigheid. Zij verwerven sociale zin en maturiteit.
 
Organisatorische aspecten:
  • je doet anderhalve dag per week stage in een bedrijf 
  • de stageplaatsen situeren zich bij grote en middelgrote ondernemingen; er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid inzake de aard van de onderneming
  • de school plaatst je; bij de verdeling van de stageplaatsen wordt rekening gehouden met de verwachting van de onderneming enerzijds en je kennis en verplaatsingsmogelijkheden anderzijds; de stage is onbezoldigd
Taak van de leerling:
  • elke stagedag maak je een rapport van de uitgevoerde taken
  • maandelijks maak je een taak i.v.m. observaties, persoonlijke indrukken, …
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.

Beroepsgerichte zorgkunde

Beroepsgerichte zorgkunde

Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.

Biologie van de mens

Biologie van de mens

Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.

Stage (JGZ)

Stage (JGZ)

Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.

Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.

Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
Omgangskunde: theorie

Omgangskunde: theorie

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Omgangskunde: praktijk

Omgangskunde: praktijk

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
Participatie aan de arbeidsmarkt

Participatie aan de arbeidsmarkt

Dit vak krijg je in het zesde jaar verzorging. Je leert stilstaan bij de rechten en plichten van je beroep. Je verkent verschillende organisaties binnen de welzijnszorg en gezondheidszorg. De basisbeginselen van sociaal recht worden eenvoudig uitgelegd. Actualiteit in verband met het werkveld komt in deze lessen regelmatig aan bod.

Verzorging: theorie

Verzorging: theorie

Tijdens de theoretische lessen gaat de aandacht vooral naar een warm menselijke zorg op maat. 
Je krijgt stilaan inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je verantwoord kunt handelen in zorgsituaties.
Als toekomstige verzorgende heb je een modelfunctie in het voorleven van een gezonde levensstijl. In verzorging wordt daarom aandacht gegeven aan gezondheidsgedrag en preventie.
In de praktijklessen leer je verzorgingstechnieken vlot en nauwkeurig uit te voeren, rekening houdend met hygiëne, zelfzorg, comfort, veiligheid, …
2 •
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
12
Keuzeoptie

Keuzeoptie

Keuze uit Sport, Spaans, STEM, Latijn, beeldende vorming, expressie, multimedia

Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

Techniek

Techniek

In het leerjaar A

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 2 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste en het 2de leerjaar A. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende toepassingsgebieden binnen techniek zijn:
  • energie
  • informatie en communicatie
  • constructie
  • transport
  • biochemie
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines maken de leerlingen kennis met deze toepassingsgebieden.
 

In het leerjaar B

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 6 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste leerjaar B. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
 
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende verkenningsgebieden binnen techniek zijn:
  • informatie- en communicatietechniek
  • verzorging
  • voeding
  • bouw
  • elektriciteit
  • hout
  • metaal
  • kunststoffen
  • schilder- en grafische technieken
  • mode
  • tuinbouw
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines, maken de leerlingen kennis met deze verkenningsgebieden.
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
Beeldende Vorming (optie)

Beeldende Vorming (optie)

Ben je …

  • verwonderd en bereid om meer te weten te komen over de kunst via allerlei media en wil je deze kennis delen en kritisch bespreken?
  • enthousiast om alleen of in groep kunstwerken te creëren waarin je laat zien wat je leerde? 
  • nieuwsgierig naar alle vormen van Kunst? 
Voor de optie Beeldende Vorming zoeken we leerlingen die een meer dan normale belangstelling hebben voor de ‘plastische uitdrukkingsvormen’. 
 
Mogelijke processen:
  • van tekening tot schaal of kop: werken met klei
  • tekenen met licht: initiatie fotografie
  • van vezel tot papier: zelf een boekje maken
  • zeg dat het gedrukt staat: hoogdruk, diepdruk en zeefdruk behoren tot de mogelijkheden
  • van spieraam tot schilderij: bespreken en verwerven van schildertechnieken
  • creëren met afvalmaterialen: modern beeldhouwen
  • inbreng van de leerlingen kan leiden tot andere creatieve processen
Spaans (optie)

Spaans (optie)

Spaans is een wereldtaal die door miljoenen mensen gesproken wordt over de hele wereld. Je kan het Spaans niet enkel gebruiken op vakantie in Spanje, maar ook in bijna alle landen van Latijns-Amerika. Spaans leren is dus nooit verloren. Maar je moet er wel iets voor doen, want een taal leren, is werken en studeren. 
Ben jij bereid om woordenschat te leren? Durf je het aan om je te verdiepen in de spraakkunst van het Spaans? Wil je meer weten over de Spaanstalige cultuur en gewoonten? Schrik je er niet voor terug om te studeren om zo een nieuwe taal te leren? Ben je niet te verlegen om Spaans te leren spreken? Dan is deze optie misschien iets voor jou! Voorkennis is absoluut niet nodig.
 
¡Hasta la vista!
Expressie (optie)

Expressie (optie)

Ben je graag met taal bezig? Vind je toneelspelen helemaal te gek? Dan is dit je kans!
De lessen taalexpressie zullen je eigen expressieve mogelijkheden vergroten. Het is vooral een praktische cursus waarbij grote actieve inbreng van de leerling wordt verwacht. 
 
Enkele activiteiten en doelen die je zeker te wachten staan:
  • lezen/acteren van toneelfragmenten en sketches
  • voorlezen van poëzie en proza (theorie en oefeningen)
  • beluisteren, bespreken en zingen van liederen (Franse chansons)
  • dramatische werkvormen juist toepassen
  • bekijken en analyseren van een theaterproductie
  • een standpunt innemen
  • je standpunt argumenteren
  • je op een vlotte manier uitdrukken in algemeen Nederlands (Frans)
  • een groep op een levendige manier toespreken
  • een verhaal boeiend vertellen
  • fictionele teksten expressief voorlezen
  • kennismaken met de Franse cultuur
  • inzicht hebben in de verschillende werkvormen die met expressie/drama te maken hebben
  • op systematische wijze bezig zijn met de verschillende aspecten van het theater waarbij de eigen ervaringen centraal staan
  • verlaging van de drempelvrees om zelf te gaan spelen
  • identificatie, niet alleen met de toneelrollen, maar ook met de “rol” van de regisseur, het publiek,…
  • samenwerken in groepsverband
  • zelfstandig leren werken
Dit is slechts een tipje van de sluier. Ben je geïnteresseerd in dit ongetwijfeld zeer boeiende vak? Aarzel dan niet langer en schrijf je in!
Technische Vorming (optie)

Technische Vorming (optie)

In de optie technische vorming gaan we werken met gereedschappen, machines en verschillende materialen. Je gaat letterlijk de handen uit de mouwen steken. Zo ga je leren werken met de houtsoorten grenen, beuk, plaatmaterialen, enz. Na handelingen als aftekenen, boren, zagen, raspen, vijlen, enz. volgt de eindafwerking. De nadruk ligt op veilig werken. Uiteindelijk maak je bruikbare voorwerpen zoals een dienbord, een broodplankje, een kaasplankje, enz.
Af en toe houden we het lekker warm. Je leert solderen: je moet een te solderen voorwerp in koperdraad plooien en de onderdelen aan elkaar solderen.
We gaan ook onze fiets van naderbij bekijken: hoe regel ik de fietsremmen? Hoe werkt de verlichting op mijn fiets en vooral waar moeten we op letten als de verlichting het laat afweten? Wie kan een lekke band herstellen? Kortom: heel wat nuttige weetjes die je jeugdige leventje van elke dag eenvoudiger maken.
Sport (optie)

Sport (optie)

Gezocht: leerlingen met het sportvirus!
 
Als je een uitgesproken interesse en aanleg voor sport hebt, bieden we je een verbreding aan in verscheidene sportdisciplines zoals zwemmen, conditie, ritmiek, soccerpal, atletiek, korfbal, rugby, baseball, …
Behoort sport tot een deel van je leven, je interesseveld, je passie en ben je sportminded ingesteld, dan is dit de juiste keuze. Niet alleen je belangstelling voor lichaamsbeweging en lichamelijke opvoeding wordt hier beloond. Ook in je verdere studieloopbaan zal deze sportbeleving, gecombineerd met je persoonlijke ontwikkeling, een belangrijke rol spelen.
 
Wat wij verwachten van jou:
  • niet bang zijn om je moe te maken
  • niet bang zijn om in weer en wind te sporten
  • je technisch en tactisch willen verbeteren in verschillende sporttakken
  • in team kunnen spelen
  • jovialiteit t.o.v. je medespelers
  • doorzettingsvermogen
Wetenschappen (optie)

Wetenschappen (optie)

Wetenschappers gezocht!
 
Hé, vraag jij je dit ook wel eens af?
  • Waarom word ik wakker als ik droom dat ik in een put val?
  • Hoe komt een regenboog aan z’n mooie kleuren?
  • Waar blijft dat klontje suiker toch als ik het in mijn koffie of thee gooi?
  • Waarom vallen ze in Australië niet van de aarde af?
  • Wat is hypnose eigenlijk?
  • Is het waar dat ik op de maan veel minder weeg?
Dit is maar een greep uit een hele hoop situaties waarover we verwonderd zijn. 
Wij werken met leerlingen die zich afvragen hoe dit alles in elkaar zit en die dit aan de hand van experimenten willen uitzoeken. Je moet ook graag de methode van echte wetenschappers gebruiken: waarnemingen doen, experimenten uitvoeren en conclusies trekken!
De leerlingen die we zoeken moeten wel de handen uit de mouwen kunnen steken. Je moet immers vooral zelf aan het werk! Je leert ook een website ontwerpen waarop je de resultaten van je werk kan publiceren. 
Voor sommige waarnemingen en experimenten zullen we wel eens op verplaatsing gaan. We dachten al aan…, nee, nog even geduld. Je hebt trouwens zelf wellicht ook heel wat vragen of ideeën die we zoveel mogelijk in ons programma willen verwerken.
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
Voeding

Voeding

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Leefsleutels

Leefsleutels

 

Tijdens het uurtje leefsleutels kunnen leerlingen zelf onderwerpen aanbrengen waarover ze met de klas willen spreken. Verder komen de volgende thema’s aan bod:
  • positieve groepsvorming en een leuke sfeer in de klas
  • ontdekken waar je goed in bent en zelfvertrouwen krijgen
  • leren keuzes maken en doordachte beslissingen nemen
  • stilstaan bij risico’s
  • het eigen maken van vaardigheden zoals luisteren, gevoelens uiten, de gevoelens van anderen begrijpen.
Op deze manier werken we samen aan een vriendschappelijke sfeer waarin iedereen zich goed voelt.
Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

In deze optie proeven leerlingen van heel wat techniek op zowel theoretisch als puur technisch vlak, zeg maar de handen uit de mouwen steken. De 5 uren zijn opgesplitst in drie blokken: twee van twee uren en een uur apart. Wekelijks betekent het ene uurtje technisch tekenen. De twee uur praktijk brengen de leerlingen in aanraking met de metaalgereedschappen en machines en het maken van (eenvoudige) elektrische schakelingen is hen evenmin vreemd. In de twee uur theorie komt onder meer uitleg over de gereedschappen, de mechanische eigenschappen van materialen, elektriciteit (oa. serie-en parallelschakeling) en de overbrengingen (mechanica) aan bod.

Moderne Wetenschappen

Moderne Wetenschappen

De disciplines die in de basisoptie moderne wetenschappen aan bod komen zijn economie, natuurwetenschappen en gedrags- en cultuurwetenschappen. Economie en gedrags- en cultuurwetenschappen komen aan bod in het vak SEI (socio-economische initiatie), natuurwetenschappen in het vak WW (wetenschappelijk werk). Deze kennismaking draagt bij tot een betere oriëntering van de leerlingen naar het derde jaar. 

Initiatie in sociaal en economisch leven (3u/week) 

 
Onder de noemer economie maken de leerlingen kennis met economie als wetenschap. Economie gaat over mensen die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren.
 
Inhoud:
  • De gezinnen:
    • Waar haalt het gezin het inkomen vandaan?
    • Waar gaat het inkomen van het gezin naartoe?
  • De bedrijven:
    • Welke weg legt het product af voor het bij de consument komt? 
    • Hoe worden bedrijven ingedeeld volgens functie en sector?
    • Hoe is een bedrijf organisatorisch gestructureerd?
    • Wat omvat produceren?
    • Wat heeft een bedrijf nodig om te produceren en hoe worden deze middelen gefinancierd?
    • Welke maatschappelijke rol vervult het bedrijf?
  • Markten en prijzen:
    • Wat verstaan we onder ‘markt’?
    • Hoe ontstaat de prijs?
    • Welke rol speelt de overheid bij de prijsbepaling?
  • De overheid:
    • Wat doet de overheid?
    • Waar haalt de overheid haar geld vandaan?
    • Welke zijn de belangrijkste inkomsten- en uitgavenposten op de begroting van de overheid?
  • Internationale handel en betalingen:
    • Welke kenmerken vertoont de Belgische internationale handel?
    • Welke betekenis heeft de EU voor België?
Ook aan de ‘socio’-component wordt de nodige aandacht besteed. Zonder dat vooruit wordt gelopen op de inhouden van het leerplan humane wetenschappen, krijgen de leerlingen een idee van aspecten van gedrags- en cultuurwetenschappen. Ze leren aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel en in groep. Ze observeren dit gedrag en zoeken naar verklaringen. In de kennismaking met cultuurwetenschappen bestuderen ze enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.
 

Wetenschappelijk werk (2u./week)

 
Tijdens deze lesuren maken de leerlingen voor het eerst kennis met natuurkunde en chemie. We leren een wetenschappelijke methode gebruiken. We leren nauwkeurig waarnemen. 
We leren hoe we experimenten moeten opzetten en veilig uitvoeren. We leren onze gegevens in grafieken verwerken. Door waarnemen, experimenteren, meten en rekenen zoeken we naar natuurwetten. 
We werken vaak in groepjes. Waar mogelijk verwerken we de resultaten met de computer.
 
Mogelijke onderwerpen:
  • Elektriciteit
    • inleidende begrippen
    • geleiden of isoleren
    • stroomsterkte
    • spanning
    • roosters
    • wet van Ohm
    • elektrolyse
  • Massa, volume en dichtheid
  • Krachten
  • Stoffen in en om het huis
  • Geluid
  • Kleuren
 
Verder wordt er tweemaal per jaar een project georganiseerd waarbij zowel SEI als WW aan bod komen.
Techniek-Wetenschappen

Techniek-Wetenschappen

Techniek-wetenschappen is een onderdeel van de natuurwetenschappen, o.a. biologie, fysica, chemie en aardrijkskunde. 
 
We leren steeds inleidende begrippen die indien mogelijk vanuit deze verschillende wetenschappen worden onderzocht. Dat onderzoek wordt ondersteund met experimenten (demonstratie- en leerlingenproeven).
 
Tijdens deze experimenten is ons doel: waarnemen, verslag uitbrengen, besluiten leren trekken en vooral ordelijk, nauwkeurig en veilig leren werken.
 
Enkele onderwerpen zijn:
  • microscopie
  • milieu
  • bodem- en wateronderzoek
  • excursie naar bos of park
  • scheidingstechnieken
  • meettechnieken
  • warmte
  • elektriciteit
Sociale en Technische Vorming

Sociale en Technische Vorming

Deze optie bestaat uit 2 onderdelen: theorie (2u) en de toepassing van deze theorie (3u)

De theoretische vakken die hier aan bod komen zijn: 

  • meettechnieken: massa, lengte, temperatuur en tijd
  • elektriciteit
  • ergonomie 

Deze theorievakken worden praktisch toegepast in het vak realisatietechnieken.
We geven hier een voorbeeld om te verduidelijken hoe het in de praktijk werkt:

  • theorie:
    • meettechnieken:
      • leren omzetten en berekenen van massa (kg → g)
      • leren hoe weegschalen werken, voor- en nadelen van bepaalde weegschalen
    • elektriciteit: leren hoe elektriciteit wordt omgezet in warmte
  • toepassing van deze theorie in de praktijk = realisatietechnieken:
    • ingrediënten afwegen
    • bakken van de cake in de oven
    • de oven is een toestel dat elektriciteit omzet in warmte
  • Tijdens de lessen zal men ook steeds rekening houden met het sociale aspect: samen werken is samenwerken.

 

De leerlingen die de optie STV kiezen, bereiden we voor op 3TSO. Voor Frans en wiskunde krijgen zij aparte lessen. Voor wiskunde wordt de basisleerstof extra ingeoefend en komt de verdiepingsleerstof minder aan bod. Voor Frans krijgen de leerlingen voor hun taaltaken meer hulpmiddelen aangereikt. Alle andere vakken volgen de leerlingen samen met de andere opties.

Computervaardigheden

Computervaardigheden

  • De computer opstarten en afsluiten
  • De muistechnieken
  • De computerapparatuur
  • De programmatuur
  • De systeemsoftware
  • De toepassingssoftware
  • De geheugentypes
  • Het bewaargeheugen
  • Het werkgeheugen
  • Gezond computergebruik
  • Het besturingssysteem Windows
  • Werken met toepassingsprogramma’s
  • Vaardig omgaan met het computerklavier
  • Werken met tekeningen
  • Eenvoudige computertoepassingen
    • De rekenmachine
    • De prijsaanvraag
    • Bestellingen
    • Verkoopfacturen maken
    • Klantenkaarten bijhouden
    • Opzoeken op Internet
Leef- en Woonsituatie

Leef- en Woonsituatie

Dit vak bestaat uit drie delen: woning, textiel, decoratieve werkvormen.
  • Woning: in dit onderdeel wordt de slaapkamer en de badkamer besproken. Alle materialen die nodig zijn voor de inrichting en het onderhoud van deze ruimtes, komen aan bod.
  • Textiel: tijdens deze lessen wordt initiatie gegeven i.v.m. strijken, de handwas en de bediening van de wasmachine.
  • Decoratieve werkvormen:
    • verwerken van papier: kaarten en kaders
    • verwerken van textiel: borduren op badhanddoek
    • verwerken van hout: trekvogel d.m.v. figuurzagen
Personenzorg

Personenzorg

Het pakket personenzorg wil bijdragen tot de totale persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Tijdens deze lessen spreken we over de verschillende delen van het lichaam en de verzorging ervan. De leerlingen vertellen uit eigen ervaring en de leerkracht vult aan en beantwoordt de eventuele vragen. Na elk deelthema bespreken we hoe we de meest voorkomende kwaaltjes kunnen voorkomen en verzorgen.
De verschillende onderwerpen zijn:
  • mijn uiterlijk en voorkomen
  • zorgen aan handen en voeten
  • haar en haarzorg
  • huid en huidverzorging
  • gelaatsreiniging en –verzorging
  • mond- en gebitszorg
  • zorg voor zintuigen
  • zorg voor kleding en schoeisel
  • zorg voor lichaamshouding
  • mijn veranderende lichaam
Initiatie in Administratie en Verkoop

Initiatie in Administratie en Verkoop

  • Administratie en verkoop in ons dagelijks leven
    • op verkenning in de wereld van de handel
    • de klant is koning
    • een handelaar wil winst maken
    • het belang van de handel
    • de verkooppunten
  • Kopen en verkopen
    • het koopproces
    • snel en juist rekenen
    • de BTW
    • eerst aankopen … dan verkopen
    • betalen in de handel:
    • overschrijving
    • bankkaart – kredietkaart
  • De reclame
  • De kantooromgeving
    • hoe zit een bedrijf in elkaar?
    • op zoek naar een toffe job
    • het ideale kantoor
    • kantoorapparatuur
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

In dit vak bevinden we ons op het terrein van de handelaar met zijn commerciële en  financiële verrichtingen. Het komt er nu op aan om die verrichtingen boekhoudkundig te verwerken aan de hand van documenten zoals facturen, kas- en bankdocumenten, loonstaten, afschrijvingstabellen, …
Vanuit die boekhouding krijgen we dan inzicht in de prestaties van de onderneming en kunnen we de vereiste informatie verschaffen aan de Dienst van de directe en indirecte belastingen. Bovendien moet de boekhouding ons in staat stellen om een financiële analyse te maken: interessante informatie voor aandeelhouders, financiële instellingen en andere schuldeisers.
 
In het derde jaar gaat het over:
  • de vereenvoudigde boekhouding: het bijhouden van dagboeken (verkoopdagboek en klantenkaarten aankoopdagboek en leverancierskaarten financiële dagboeken)
  • de dubbele boekhouding: inleiding tot het dubbel boekhouden: de balansrekeningen (bezittingen en schulden) de resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten)
In het vierde jaar gaat het over de dubbele boekhouding met de volledige verwerking van alle activiteiten (bedrijfs-, financiële en uitzonderlijke) met afsluiting van het boekjaar (eindejaarsverrichtingen) en aangifte van de BTW, de beoordeling van het resultaat en de balansstructuur (financiële analyse)
Toegepaste Informatica

Toegepaste Informatica

  • De basisvaardigheden voor het werken met de computer
  • Klaviervaardigheid en muisbesturing
  • Tekstverwerking met het Officeprogramma WORD
  • EXCEL: het elektronische rekenblad
  • ACCESS: gegevens verwerken en bewerken
  • Werken op internet
  • Werken met een tekenpakket: PAINT
  • De computerconfiguratie en het besturingssysteem
  • Nieuwe tendensen en ontwikkelingen
  • Maatschappelijk-ethische aspecten
Administratieve Vorming

Administratieve Vorming

  • Een gezinshuishouding voeren
  • Een vereenvoudigde boekhouding
  • De kantoorinrichting en klasseren
  • De overgang van een kleine naar een middelgrote onderneming
  • De basisprincipes van een dubbele boekhouding
  • Verrichtingen: aankopen, verkopen, BTW-aangifte, financiële verrichtingen
  • Eindejaarsverrichtingen
  • Communicatie
  • Een vergadering ondersteunen
  • Magazijn en expeditie: de magazijnmedewerker en de voorraadadministratie
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
Sociale Wetenschappen

Sociale Wetenschappen

In sociale wetenschappen staat de mens centraal. Via verschillende werkvormen verwerf je vaardigheden die je als mens beter laten functioneren. Je krijgt een beter inzicht over:
  • jezelf
  • je studiehouding
  • verschillende leerprocessen
  • communicatie
In de derde graad staan de mens en zijn gedrag centraal. In de lessen sociale wetenschappen wordt er onderzocht hoe de lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de mens verloopt. Je bestudeert welke factoren een individu en zijn gedrag kunnen beïnvloeden en je leert passend te communiceren in verschillende situaties. Ook de verschillende deelsystemen binnen een samenleving komen aan bod alsook hoe men als mens deel uitmaakt van de samenleving.
Integrale Opdrachten

Integrale Opdrachten

Integrale opdrachten is een vak dat is ontstaan uit de nieuwe onderwijsopvattingen. Daarbij zien we dat leren meer is dan alleen maar kennisoverdracht en dat het aanleren van vaardigheden, motivatie, orde en een juiste houding ook zeer belangrijk zijn.

Een integrale opdracht bestaat uit een combinatie van verschillende vakken: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, voeding en expressie, maar ook andere vakken kunnen opgenomen worden. Uit deze vakken ontstaan projecten met als doelstelling te werken aan de competenties van de leerlingen. 
De leerlingen zullen de volgende competenties ontwikkelen:
  • Sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke thema’s onderzoeken.
  • Binnen een welomschreven opdracht een persoonsgerichte activiteit voor een groep kunnen organiseren of een maaltijd bereiden.
  • Iets mondeling kunnen presteren voor een groep.
  • Betekenis kunnen geven aan de eigen studieloopbaan.

 

In voeding staat het aanleren van basisvaardigheden centraal. Je leert een maaltijd voorbereiden, bereiden en presenteren met extra aandacht voor kwaliteit, gezondheid en hygiënisch werken.

 

Projecten

Projecten

In een aantal vakken krijgen de leerlingen de kans om kennis te maken met de werkvloer rekening houdend met:
  • kwaliteitsbewust handelen
  • milieubewust handelen
  • veilig handelen
  • ergonomisch handelen
  • hygiënisch handelen
  • economisch handelen
  • respectvol handelen
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
Voeding: theorie

Voeding: theorie

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Voeding: praktijk

Voeding: praktijk

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.
Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.

 

Sociale vaardigheden en communicatie

Sociale vaardigheden en communicatie

Hier wordt aandacht besteed aan vlot communiceren (telefoon, SMS, email, …). Ook het afstemmen van de eigen communicatie op de groep komt aan bod en de leerling leert inschatten welk effect het eigen handelen heeft op de groep.

Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

Hier leer je economisch bezig zijn op basis van sociale en ethische waarden. Wat betekenen in deze sector persoonlijk engagement en een gezonde levenshouding? Hoe zorg je voor een positief zelfbeeld, ondersteund door kwaliteitsgericht handelen?
Wel, je leert met talen omgaan, zowel op het louter persoonlijke vlak als op het commerciële; hoe spreek je, schrijf je in je internationale vriendenkring en hoe lees en bespreek je bvb. verkoopscontracten. Deze talenkennis is één van de sterke punten waaraan je kan werken.
In eerste instantie gaat je aandacht naar de onderneming in al haar aspecten.
  • Met wie en waarmee kom je allemaal in contact: werkgevers, werknemers, stakeholders, producten, promotie enz.
  • In de commerciële en administratieve verrichtingen verdiep je je kennis met o.a. de voorraadadministratie en de btw-reglementering, in het boeken van aan- en verkopen en de administratieve verwerking hiervan.
  • Ook de beleidsaspecten van een onderneming komen aan bod: sociale zekerheid, verzekeringen, fiscaliteit, boekhouding als beleidsinstrument, het duurzaam ondernemen en tenslotte facetten van commercieel, buitenlands en investeringsbeleid, financieel en personeelsbeleid.
  • Een extra is dat alle aspecten van bedrijfsbeheer verweven zitten in dit vak wat een belangrijke meerwaarde voor deze richting blijft.
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
Seminaries (Kantoor)

Seminaries (Kantoor)

Je leert in verschillende vakken heel wat technieken en vaardigheden aan. De seminaries zijn bedoeld om de integratie van de verworven en van de nieuwe vaardigheden en technieken tot stand te brengen. Verder worden in de lessen seminaries bepaalde leerstofonderdelen verder ingeoefend en uitgediept.
 
In het vijfde jaar word je voorbereid op de bedrijfsstages: de stagevoorbereiding, de verkenning van het beroepenveld en de exploratie van de toekomstmogelijkheden komen aan bod. In het 6de leerjaar toets je tijdens de stages je opleiding aan de reële beroepspraktijk.
 
Enkele onderwerpen die aan bod komen tijdens de seminaries:
  • kantoorsimulatie of virtueel kantoor (Fvisem): je werkt in een nagebootste kantoorsituatie; wat in een bedrijf gebeurt, wordt ook hier uitgevoerd; alleen worden er geen tastbare producten verhandeld; aan- en verkoop is puur virtueel; de aandacht concentreert zich volledig op documenten en procedures, m.a.w. het actieterrein van administratieve medewerkers
  • bedrijfsbezoeken (Coca-Cola, Haven Antwerpen)
  • training van sociale en communicatieve vaardigheden
  • diverse projecten: telefoneren, etiquette (kleding, begroeting, bezoekers ontvangen, tafelmanieren, …)
De leerstofonderdelen kunnen variëren volgens de noden en tekorten in bepaalde vakken of praktijkgericht. Het zijn vakdoorbrekende projecten waarbij het geïntegreerd werken aan bod komt.
Stage (Kantoor)

Stage (Kantoor)

De stage dient om je voor te bereiden op het beroepsleven door ervaring op te doen, om de kloof tussen school en bedrijf te overbruggen, om je kantooropleiding te vervolmaken, om te wennen aan het arbeidsmilieu en je persoonlijkheid te vormen.
 
Gedurende deze stageperiode overwinnen vele leerlingen hun schuchterheid, overgevoeligheid en oppervlakkigheid. Zij verwerven sociale zin en maturiteit.
 
Organisatorische aspecten:
  • je doet anderhalve dag per week stage in een bedrijf 
  • de stageplaatsen situeren zich bij grote en middelgrote ondernemingen; er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid inzake de aard van de onderneming
  • de school plaatst je; bij de verdeling van de stageplaatsen wordt rekening gehouden met de verwachting van de onderneming enerzijds en je kennis en verplaatsingsmogelijkheden anderzijds; de stage is onbezoldigd
Taak van de leerling:
  • elke stagedag maak je een rapport van de uitgevoerde taken
  • maandelijks maak je een taak i.v.m. observaties, persoonlijke indrukken, …
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.

Beroepsgerichte zorgkunde

Beroepsgerichte zorgkunde

Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.

Biologie van de mens

Biologie van de mens

Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.

Stage (JGZ)

Stage (JGZ)

Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.

Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.

Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
Omgangskunde: theorie

Omgangskunde: theorie

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Omgangskunde: praktijk

Omgangskunde: praktijk

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
Participatie aan de arbeidsmarkt

Participatie aan de arbeidsmarkt

Dit vak krijg je in het zesde jaar verzorging. Je leert stilstaan bij de rechten en plichten van je beroep. Je verkent verschillende organisaties binnen de welzijnszorg en gezondheidszorg. De basisbeginselen van sociaal recht worden eenvoudig uitgelegd. Actualiteit in verband met het werkveld komt in deze lessen regelmatig aan bod.

Verzorging: theorie

Verzorging: theorie

Tijdens de theoretische lessen gaat de aandacht vooral naar een warm menselijke zorg op maat. 
Je krijgt stilaan inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je verantwoord kunt handelen in zorgsituaties.
Als toekomstige verzorgende heb je een modelfunctie in het voorleven van een gezonde levensstijl. In verzorging wordt daarom aandacht gegeven aan gezondheidsgedrag en preventie.
In de praktijklessen leer je verzorgingstechnieken vlot en nauwkeurig uit te voeren, rekening houdend met hygiëne, zelfzorg, comfort, veiligheid, …
6
Keuzeoptie

Keuzeoptie

Keuze uit Sport, Spaans, STEM, Latijn, beeldende vorming, expressie, multimedia

Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

Techniek

Techniek

In het leerjaar A

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 2 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste en het 2de leerjaar A. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende toepassingsgebieden binnen techniek zijn:
  • energie
  • informatie en communicatie
  • constructie
  • transport
  • biochemie
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines maken de leerlingen kennis met deze toepassingsgebieden.
 

In het leerjaar B

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 6 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste leerjaar B. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
 
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende verkenningsgebieden binnen techniek zijn:
  • informatie- en communicatietechniek
  • verzorging
  • voeding
  • bouw
  • elektriciteit
  • hout
  • metaal
  • kunststoffen
  • schilder- en grafische technieken
  • mode
  • tuinbouw
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines, maken de leerlingen kennis met deze verkenningsgebieden.
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
Beeldende Vorming (optie)

Beeldende Vorming (optie)

Ben je …

  • verwonderd en bereid om meer te weten te komen over de kunst via allerlei media en wil je deze kennis delen en kritisch bespreken?
  • enthousiast om alleen of in groep kunstwerken te creëren waarin je laat zien wat je leerde? 
  • nieuwsgierig naar alle vormen van Kunst? 
Voor de optie Beeldende Vorming zoeken we leerlingen die een meer dan normale belangstelling hebben voor de ‘plastische uitdrukkingsvormen’. 
 
Mogelijke processen:
  • van tekening tot schaal of kop: werken met klei
  • tekenen met licht: initiatie fotografie
  • van vezel tot papier: zelf een boekje maken
  • zeg dat het gedrukt staat: hoogdruk, diepdruk en zeefdruk behoren tot de mogelijkheden
  • van spieraam tot schilderij: bespreken en verwerven van schildertechnieken
  • creëren met afvalmaterialen: modern beeldhouwen
  • inbreng van de leerlingen kan leiden tot andere creatieve processen
Spaans (optie)

Spaans (optie)

Spaans is een wereldtaal die door miljoenen mensen gesproken wordt over de hele wereld. Je kan het Spaans niet enkel gebruiken op vakantie in Spanje, maar ook in bijna alle landen van Latijns-Amerika. Spaans leren is dus nooit verloren. Maar je moet er wel iets voor doen, want een taal leren, is werken en studeren. 
Ben jij bereid om woordenschat te leren? Durf je het aan om je te verdiepen in de spraakkunst van het Spaans? Wil je meer weten over de Spaanstalige cultuur en gewoonten? Schrik je er niet voor terug om te studeren om zo een nieuwe taal te leren? Ben je niet te verlegen om Spaans te leren spreken? Dan is deze optie misschien iets voor jou! Voorkennis is absoluut niet nodig.
 
¡Hasta la vista!
Expressie (optie)

Expressie (optie)

Ben je graag met taal bezig? Vind je toneelspelen helemaal te gek? Dan is dit je kans!
De lessen taalexpressie zullen je eigen expressieve mogelijkheden vergroten. Het is vooral een praktische cursus waarbij grote actieve inbreng van de leerling wordt verwacht. 
 
Enkele activiteiten en doelen die je zeker te wachten staan:
  • lezen/acteren van toneelfragmenten en sketches
  • voorlezen van poëzie en proza (theorie en oefeningen)
  • beluisteren, bespreken en zingen van liederen (Franse chansons)
  • dramatische werkvormen juist toepassen
  • bekijken en analyseren van een theaterproductie
  • een standpunt innemen
  • je standpunt argumenteren
  • je op een vlotte manier uitdrukken in algemeen Nederlands (Frans)
  • een groep op een levendige manier toespreken
  • een verhaal boeiend vertellen
  • fictionele teksten expressief voorlezen
  • kennismaken met de Franse cultuur
  • inzicht hebben in de verschillende werkvormen die met expressie/drama te maken hebben
  • op systematische wijze bezig zijn met de verschillende aspecten van het theater waarbij de eigen ervaringen centraal staan
  • verlaging van de drempelvrees om zelf te gaan spelen
  • identificatie, niet alleen met de toneelrollen, maar ook met de “rol” van de regisseur, het publiek,…
  • samenwerken in groepsverband
  • zelfstandig leren werken
Dit is slechts een tipje van de sluier. Ben je geïnteresseerd in dit ongetwijfeld zeer boeiende vak? Aarzel dan niet langer en schrijf je in!
Technische Vorming (optie)

Technische Vorming (optie)

In de optie technische vorming gaan we werken met gereedschappen, machines en verschillende materialen. Je gaat letterlijk de handen uit de mouwen steken. Zo ga je leren werken met de houtsoorten grenen, beuk, plaatmaterialen, enz. Na handelingen als aftekenen, boren, zagen, raspen, vijlen, enz. volgt de eindafwerking. De nadruk ligt op veilig werken. Uiteindelijk maak je bruikbare voorwerpen zoals een dienbord, een broodplankje, een kaasplankje, enz.
Af en toe houden we het lekker warm. Je leert solderen: je moet een te solderen voorwerp in koperdraad plooien en de onderdelen aan elkaar solderen.
We gaan ook onze fiets van naderbij bekijken: hoe regel ik de fietsremmen? Hoe werkt de verlichting op mijn fiets en vooral waar moeten we op letten als de verlichting het laat afweten? Wie kan een lekke band herstellen? Kortom: heel wat nuttige weetjes die je jeugdige leventje van elke dag eenvoudiger maken.
Sport (optie)

Sport (optie)

Gezocht: leerlingen met het sportvirus!
 
Als je een uitgesproken interesse en aanleg voor sport hebt, bieden we je een verbreding aan in verscheidene sportdisciplines zoals zwemmen, conditie, ritmiek, soccerpal, atletiek, korfbal, rugby, baseball, …
Behoort sport tot een deel van je leven, je interesseveld, je passie en ben je sportminded ingesteld, dan is dit de juiste keuze. Niet alleen je belangstelling voor lichaamsbeweging en lichamelijke opvoeding wordt hier beloond. Ook in je verdere studieloopbaan zal deze sportbeleving, gecombineerd met je persoonlijke ontwikkeling, een belangrijke rol spelen.
 
Wat wij verwachten van jou:
  • niet bang zijn om je moe te maken
  • niet bang zijn om in weer en wind te sporten
  • je technisch en tactisch willen verbeteren in verschillende sporttakken
  • in team kunnen spelen
  • jovialiteit t.o.v. je medespelers
  • doorzettingsvermogen
Wetenschappen (optie)

Wetenschappen (optie)

Wetenschappers gezocht!
 
Hé, vraag jij je dit ook wel eens af?
  • Waarom word ik wakker als ik droom dat ik in een put val?
  • Hoe komt een regenboog aan z’n mooie kleuren?
  • Waar blijft dat klontje suiker toch als ik het in mijn koffie of thee gooi?
  • Waarom vallen ze in Australië niet van de aarde af?
  • Wat is hypnose eigenlijk?
  • Is het waar dat ik op de maan veel minder weeg?
Dit is maar een greep uit een hele hoop situaties waarover we verwonderd zijn. 
Wij werken met leerlingen die zich afvragen hoe dit alles in elkaar zit en die dit aan de hand van experimenten willen uitzoeken. Je moet ook graag de methode van echte wetenschappers gebruiken: waarnemingen doen, experimenten uitvoeren en conclusies trekken!
De leerlingen die we zoeken moeten wel de handen uit de mouwen kunnen steken. Je moet immers vooral zelf aan het werk! Je leert ook een website ontwerpen waarop je de resultaten van je werk kan publiceren. 
Voor sommige waarnemingen en experimenten zullen we wel eens op verplaatsing gaan. We dachten al aan…, nee, nog even geduld. Je hebt trouwens zelf wellicht ook heel wat vragen of ideeën die we zoveel mogelijk in ons programma willen verwerken.
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
Voeding

Voeding

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Leefsleutels

Leefsleutels

 

Tijdens het uurtje leefsleutels kunnen leerlingen zelf onderwerpen aanbrengen waarover ze met de klas willen spreken. Verder komen de volgende thema’s aan bod:
  • positieve groepsvorming en een leuke sfeer in de klas
  • ontdekken waar je goed in bent en zelfvertrouwen krijgen
  • leren keuzes maken en doordachte beslissingen nemen
  • stilstaan bij risico’s
  • het eigen maken van vaardigheden zoals luisteren, gevoelens uiten, de gevoelens van anderen begrijpen.
Op deze manier werken we samen aan een vriendschappelijke sfeer waarin iedereen zich goed voelt.
Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

In deze optie proeven leerlingen van heel wat techniek op zowel theoretisch als puur technisch vlak, zeg maar de handen uit de mouwen steken. De 5 uren zijn opgesplitst in drie blokken: twee van twee uren en een uur apart. Wekelijks betekent het ene uurtje technisch tekenen. De twee uur praktijk brengen de leerlingen in aanraking met de metaalgereedschappen en machines en het maken van (eenvoudige) elektrische schakelingen is hen evenmin vreemd. In de twee uur theorie komt onder meer uitleg over de gereedschappen, de mechanische eigenschappen van materialen, elektriciteit (oa. serie-en parallelschakeling) en de overbrengingen (mechanica) aan bod.

Moderne Wetenschappen

Moderne Wetenschappen

De disciplines die in de basisoptie moderne wetenschappen aan bod komen zijn economie, natuurwetenschappen en gedrags- en cultuurwetenschappen. Economie en gedrags- en cultuurwetenschappen komen aan bod in het vak SEI (socio-economische initiatie), natuurwetenschappen in het vak WW (wetenschappelijk werk). Deze kennismaking draagt bij tot een betere oriëntering van de leerlingen naar het derde jaar. 

Initiatie in sociaal en economisch leven (3u/week) 

 
Onder de noemer economie maken de leerlingen kennis met economie als wetenschap. Economie gaat over mensen die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren.
 
Inhoud:
  • De gezinnen:
    • Waar haalt het gezin het inkomen vandaan?
    • Waar gaat het inkomen van het gezin naartoe?
  • De bedrijven:
    • Welke weg legt het product af voor het bij de consument komt? 
    • Hoe worden bedrijven ingedeeld volgens functie en sector?
    • Hoe is een bedrijf organisatorisch gestructureerd?
    • Wat omvat produceren?
    • Wat heeft een bedrijf nodig om te produceren en hoe worden deze middelen gefinancierd?
    • Welke maatschappelijke rol vervult het bedrijf?
  • Markten en prijzen:
    • Wat verstaan we onder ‘markt’?
    • Hoe ontstaat de prijs?
    • Welke rol speelt de overheid bij de prijsbepaling?
  • De overheid:
    • Wat doet de overheid?
    • Waar haalt de overheid haar geld vandaan?
    • Welke zijn de belangrijkste inkomsten- en uitgavenposten op de begroting van de overheid?
  • Internationale handel en betalingen:
    • Welke kenmerken vertoont de Belgische internationale handel?
    • Welke betekenis heeft de EU voor België?
Ook aan de ‘socio’-component wordt de nodige aandacht besteed. Zonder dat vooruit wordt gelopen op de inhouden van het leerplan humane wetenschappen, krijgen de leerlingen een idee van aspecten van gedrags- en cultuurwetenschappen. Ze leren aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel en in groep. Ze observeren dit gedrag en zoeken naar verklaringen. In de kennismaking met cultuurwetenschappen bestuderen ze enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.
 

Wetenschappelijk werk (2u./week)

 
Tijdens deze lesuren maken de leerlingen voor het eerst kennis met natuurkunde en chemie. We leren een wetenschappelijke methode gebruiken. We leren nauwkeurig waarnemen. 
We leren hoe we experimenten moeten opzetten en veilig uitvoeren. We leren onze gegevens in grafieken verwerken. Door waarnemen, experimenteren, meten en rekenen zoeken we naar natuurwetten. 
We werken vaak in groepjes. Waar mogelijk verwerken we de resultaten met de computer.
 
Mogelijke onderwerpen:
  • Elektriciteit
    • inleidende begrippen
    • geleiden of isoleren
    • stroomsterkte
    • spanning
    • roosters
    • wet van Ohm
    • elektrolyse
  • Massa, volume en dichtheid
  • Krachten
  • Stoffen in en om het huis
  • Geluid
  • Kleuren
 
Verder wordt er tweemaal per jaar een project georganiseerd waarbij zowel SEI als WW aan bod komen.
Techniek-Wetenschappen

Techniek-Wetenschappen

Techniek-wetenschappen is een onderdeel van de natuurwetenschappen, o.a. biologie, fysica, chemie en aardrijkskunde. 
 
We leren steeds inleidende begrippen die indien mogelijk vanuit deze verschillende wetenschappen worden onderzocht. Dat onderzoek wordt ondersteund met experimenten (demonstratie- en leerlingenproeven).
 
Tijdens deze experimenten is ons doel: waarnemen, verslag uitbrengen, besluiten leren trekken en vooral ordelijk, nauwkeurig en veilig leren werken.
 
Enkele onderwerpen zijn:
  • microscopie
  • milieu
  • bodem- en wateronderzoek
  • excursie naar bos of park
  • scheidingstechnieken
  • meettechnieken
  • warmte
  • elektriciteit
Sociale en Technische Vorming

Sociale en Technische Vorming

Deze optie bestaat uit 2 onderdelen: theorie (2u) en de toepassing van deze theorie (3u)

De theoretische vakken die hier aan bod komen zijn: 

  • meettechnieken: massa, lengte, temperatuur en tijd
  • elektriciteit
  • ergonomie 

Deze theorievakken worden praktisch toegepast in het vak realisatietechnieken.
We geven hier een voorbeeld om te verduidelijken hoe het in de praktijk werkt:

  • theorie:
    • meettechnieken:
      • leren omzetten en berekenen van massa (kg → g)
      • leren hoe weegschalen werken, voor- en nadelen van bepaalde weegschalen
    • elektriciteit: leren hoe elektriciteit wordt omgezet in warmte
  • toepassing van deze theorie in de praktijk = realisatietechnieken:
    • ingrediënten afwegen
    • bakken van de cake in de oven
    • de oven is een toestel dat elektriciteit omzet in warmte
  • Tijdens de lessen zal men ook steeds rekening houden met het sociale aspect: samen werken is samenwerken.

 

De leerlingen die de optie STV kiezen, bereiden we voor op 3TSO. Voor Frans en wiskunde krijgen zij aparte lessen. Voor wiskunde wordt de basisleerstof extra ingeoefend en komt de verdiepingsleerstof minder aan bod. Voor Frans krijgen de leerlingen voor hun taaltaken meer hulpmiddelen aangereikt. Alle andere vakken volgen de leerlingen samen met de andere opties.

Computervaardigheden

Computervaardigheden

  • De computer opstarten en afsluiten
  • De muistechnieken
  • De computerapparatuur
  • De programmatuur
  • De systeemsoftware
  • De toepassingssoftware
  • De geheugentypes
  • Het bewaargeheugen
  • Het werkgeheugen
  • Gezond computergebruik
  • Het besturingssysteem Windows
  • Werken met toepassingsprogramma’s
  • Vaardig omgaan met het computerklavier
  • Werken met tekeningen
  • Eenvoudige computertoepassingen
    • De rekenmachine
    • De prijsaanvraag
    • Bestellingen
    • Verkoopfacturen maken
    • Klantenkaarten bijhouden
    • Opzoeken op Internet
Leef- en Woonsituatie

Leef- en Woonsituatie

Dit vak bestaat uit drie delen: woning, textiel, decoratieve werkvormen.
  • Woning: in dit onderdeel wordt de slaapkamer en de badkamer besproken. Alle materialen die nodig zijn voor de inrichting en het onderhoud van deze ruimtes, komen aan bod.
  • Textiel: tijdens deze lessen wordt initiatie gegeven i.v.m. strijken, de handwas en de bediening van de wasmachine.
  • Decoratieve werkvormen:
    • verwerken van papier: kaarten en kaders
    • verwerken van textiel: borduren op badhanddoek
    • verwerken van hout: trekvogel d.m.v. figuurzagen
Personenzorg

Personenzorg

Het pakket personenzorg wil bijdragen tot de totale persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Tijdens deze lessen spreken we over de verschillende delen van het lichaam en de verzorging ervan. De leerlingen vertellen uit eigen ervaring en de leerkracht vult aan en beantwoordt de eventuele vragen. Na elk deelthema bespreken we hoe we de meest voorkomende kwaaltjes kunnen voorkomen en verzorgen.
De verschillende onderwerpen zijn:
  • mijn uiterlijk en voorkomen
  • zorgen aan handen en voeten
  • haar en haarzorg
  • huid en huidverzorging
  • gelaatsreiniging en –verzorging
  • mond- en gebitszorg
  • zorg voor zintuigen
  • zorg voor kleding en schoeisel
  • zorg voor lichaamshouding
  • mijn veranderende lichaam
Initiatie in Administratie en Verkoop

Initiatie in Administratie en Verkoop

  • Administratie en verkoop in ons dagelijks leven
    • op verkenning in de wereld van de handel
    • de klant is koning
    • een handelaar wil winst maken
    • het belang van de handel
    • de verkooppunten
  • Kopen en verkopen
    • het koopproces
    • snel en juist rekenen
    • de BTW
    • eerst aankopen … dan verkopen
    • betalen in de handel:
    • overschrijving
    • bankkaart – kredietkaart
  • De reclame
  • De kantooromgeving
    • hoe zit een bedrijf in elkaar?
    • op zoek naar een toffe job
    • het ideale kantoor
    • kantoorapparatuur
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

In dit vak bevinden we ons op het terrein van de handelaar met zijn commerciële en  financiële verrichtingen. Het komt er nu op aan om die verrichtingen boekhoudkundig te verwerken aan de hand van documenten zoals facturen, kas- en bankdocumenten, loonstaten, afschrijvingstabellen, …
Vanuit die boekhouding krijgen we dan inzicht in de prestaties van de onderneming en kunnen we de vereiste informatie verschaffen aan de Dienst van de directe en indirecte belastingen. Bovendien moet de boekhouding ons in staat stellen om een financiële analyse te maken: interessante informatie voor aandeelhouders, financiële instellingen en andere schuldeisers.
 
In het derde jaar gaat het over:
  • de vereenvoudigde boekhouding: het bijhouden van dagboeken (verkoopdagboek en klantenkaarten aankoopdagboek en leverancierskaarten financiële dagboeken)
  • de dubbele boekhouding: inleiding tot het dubbel boekhouden: de balansrekeningen (bezittingen en schulden) de resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten)
In het vierde jaar gaat het over de dubbele boekhouding met de volledige verwerking van alle activiteiten (bedrijfs-, financiële en uitzonderlijke) met afsluiting van het boekjaar (eindejaarsverrichtingen) en aangifte van de BTW, de beoordeling van het resultaat en de balansstructuur (financiële analyse)
Toegepaste Informatica

Toegepaste Informatica

  • De basisvaardigheden voor het werken met de computer
  • Klaviervaardigheid en muisbesturing
  • Tekstverwerking met het Officeprogramma WORD
  • EXCEL: het elektronische rekenblad
  • ACCESS: gegevens verwerken en bewerken
  • Werken op internet
  • Werken met een tekenpakket: PAINT
  • De computerconfiguratie en het besturingssysteem
  • Nieuwe tendensen en ontwikkelingen
  • Maatschappelijk-ethische aspecten
Administratieve Vorming

Administratieve Vorming

  • Een gezinshuishouding voeren
  • Een vereenvoudigde boekhouding
  • De kantoorinrichting en klasseren
  • De overgang van een kleine naar een middelgrote onderneming
  • De basisprincipes van een dubbele boekhouding
  • Verrichtingen: aankopen, verkopen, BTW-aangifte, financiële verrichtingen
  • Eindejaarsverrichtingen
  • Communicatie
  • Een vergadering ondersteunen
  • Magazijn en expeditie: de magazijnmedewerker en de voorraadadministratie
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
Sociale Wetenschappen

Sociale Wetenschappen

In sociale wetenschappen staat de mens centraal. Via verschillende werkvormen verwerf je vaardigheden die je als mens beter laten functioneren. Je krijgt een beter inzicht over:
  • jezelf
  • je studiehouding
  • verschillende leerprocessen
  • communicatie
In de derde graad staan de mens en zijn gedrag centraal. In de lessen sociale wetenschappen wordt er onderzocht hoe de lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de mens verloopt. Je bestudeert welke factoren een individu en zijn gedrag kunnen beïnvloeden en je leert passend te communiceren in verschillende situaties. Ook de verschillende deelsystemen binnen een samenleving komen aan bod alsook hoe men als mens deel uitmaakt van de samenleving.
Integrale Opdrachten

Integrale Opdrachten

Integrale opdrachten is een vak dat is ontstaan uit de nieuwe onderwijsopvattingen. Daarbij zien we dat leren meer is dan alleen maar kennisoverdracht en dat het aanleren van vaardigheden, motivatie, orde en een juiste houding ook zeer belangrijk zijn.

Een integrale opdracht bestaat uit een combinatie van verschillende vakken: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, voeding en expressie, maar ook andere vakken kunnen opgenomen worden. Uit deze vakken ontstaan projecten met als doelstelling te werken aan de competenties van de leerlingen. 
De leerlingen zullen de volgende competenties ontwikkelen:
  • Sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke thema’s onderzoeken.
  • Binnen een welomschreven opdracht een persoonsgerichte activiteit voor een groep kunnen organiseren of een maaltijd bereiden.
  • Iets mondeling kunnen presteren voor een groep.
  • Betekenis kunnen geven aan de eigen studieloopbaan.

 

In voeding staat het aanleren van basisvaardigheden centraal. Je leert een maaltijd voorbereiden, bereiden en presenteren met extra aandacht voor kwaliteit, gezondheid en hygiënisch werken.

 

Projecten

Projecten

In een aantal vakken krijgen de leerlingen de kans om kennis te maken met de werkvloer rekening houdend met:
  • kwaliteitsbewust handelen
  • milieubewust handelen
  • veilig handelen
  • ergonomisch handelen
  • hygiënisch handelen
  • economisch handelen
  • respectvol handelen
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
Voeding: theorie

Voeding: theorie

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Voeding: praktijk

Voeding: praktijk

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.
Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.

 

Sociale vaardigheden en communicatie

Sociale vaardigheden en communicatie

Hier wordt aandacht besteed aan vlot communiceren (telefoon, SMS, email, …). Ook het afstemmen van de eigen communicatie op de groep komt aan bod en de leerling leert inschatten welk effect het eigen handelen heeft op de groep.

Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

Hier leer je economisch bezig zijn op basis van sociale en ethische waarden. Wat betekenen in deze sector persoonlijk engagement en een gezonde levenshouding? Hoe zorg je voor een positief zelfbeeld, ondersteund door kwaliteitsgericht handelen?
Wel, je leert met talen omgaan, zowel op het louter persoonlijke vlak als op het commerciële; hoe spreek je, schrijf je in je internationale vriendenkring en hoe lees en bespreek je bvb. verkoopscontracten. Deze talenkennis is één van de sterke punten waaraan je kan werken.
In eerste instantie gaat je aandacht naar de onderneming in al haar aspecten.
  • Met wie en waarmee kom je allemaal in contact: werkgevers, werknemers, stakeholders, producten, promotie enz.
  • In de commerciële en administratieve verrichtingen verdiep je je kennis met o.a. de voorraadadministratie en de btw-reglementering, in het boeken van aan- en verkopen en de administratieve verwerking hiervan.
  • Ook de beleidsaspecten van een onderneming komen aan bod: sociale zekerheid, verzekeringen, fiscaliteit, boekhouding als beleidsinstrument, het duurzaam ondernemen en tenslotte facetten van commercieel, buitenlands en investeringsbeleid, financieel en personeelsbeleid.
  • Een extra is dat alle aspecten van bedrijfsbeheer verweven zitten in dit vak wat een belangrijke meerwaarde voor deze richting blijft.
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
Seminaries (Kantoor)

Seminaries (Kantoor)

Je leert in verschillende vakken heel wat technieken en vaardigheden aan. De seminaries zijn bedoeld om de integratie van de verworven en van de nieuwe vaardigheden en technieken tot stand te brengen. Verder worden in de lessen seminaries bepaalde leerstofonderdelen verder ingeoefend en uitgediept.
 
In het vijfde jaar word je voorbereid op de bedrijfsstages: de stagevoorbereiding, de verkenning van het beroepenveld en de exploratie van de toekomstmogelijkheden komen aan bod. In het 6de leerjaar toets je tijdens de stages je opleiding aan de reële beroepspraktijk.
 
Enkele onderwerpen die aan bod komen tijdens de seminaries:
  • kantoorsimulatie of virtueel kantoor (Fvisem): je werkt in een nagebootste kantoorsituatie; wat in een bedrijf gebeurt, wordt ook hier uitgevoerd; alleen worden er geen tastbare producten verhandeld; aan- en verkoop is puur virtueel; de aandacht concentreert zich volledig op documenten en procedures, m.a.w. het actieterrein van administratieve medewerkers
  • bedrijfsbezoeken (Coca-Cola, Haven Antwerpen)
  • training van sociale en communicatieve vaardigheden
  • diverse projecten: telefoneren, etiquette (kleding, begroeting, bezoekers ontvangen, tafelmanieren, …)
De leerstofonderdelen kunnen variëren volgens de noden en tekorten in bepaalde vakken of praktijkgericht. Het zijn vakdoorbrekende projecten waarbij het geïntegreerd werken aan bod komt.
Stage (Kantoor)

Stage (Kantoor)

De stage dient om je voor te bereiden op het beroepsleven door ervaring op te doen, om de kloof tussen school en bedrijf te overbruggen, om je kantooropleiding te vervolmaken, om te wennen aan het arbeidsmilieu en je persoonlijkheid te vormen.
 
Gedurende deze stageperiode overwinnen vele leerlingen hun schuchterheid, overgevoeligheid en oppervlakkigheid. Zij verwerven sociale zin en maturiteit.
 
Organisatorische aspecten:
  • je doet anderhalve dag per week stage in een bedrijf 
  • de stageplaatsen situeren zich bij grote en middelgrote ondernemingen; er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid inzake de aard van de onderneming
  • de school plaatst je; bij de verdeling van de stageplaatsen wordt rekening gehouden met de verwachting van de onderneming enerzijds en je kennis en verplaatsingsmogelijkheden anderzijds; de stage is onbezoldigd
Taak van de leerling:
  • elke stagedag maak je een rapport van de uitgevoerde taken
  • maandelijks maak je een taak i.v.m. observaties, persoonlijke indrukken, …
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.

Beroepsgerichte zorgkunde

Beroepsgerichte zorgkunde

Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.

Biologie van de mens

Biologie van de mens

Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.

Stage (JGZ)

Stage (JGZ)

Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.

Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.

Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
Omgangskunde: theorie

Omgangskunde: theorie

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Omgangskunde: praktijk

Omgangskunde: praktijk

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
Participatie aan de arbeidsmarkt

Participatie aan de arbeidsmarkt

Dit vak krijg je in het zesde jaar verzorging. Je leert stilstaan bij de rechten en plichten van je beroep. Je verkent verschillende organisaties binnen de welzijnszorg en gezondheidszorg. De basisbeginselen van sociaal recht worden eenvoudig uitgelegd. Actualiteit in verband met het werkveld komt in deze lessen regelmatig aan bod.

Verzorging: theorie

Verzorging: theorie

Tijdens de theoretische lessen gaat de aandacht vooral naar een warm menselijke zorg op maat. 
Je krijgt stilaan inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je verantwoord kunt handelen in zorgsituaties.
Als toekomstige verzorgende heb je een modelfunctie in het voorleven van een gezonde levensstijl. In verzorging wordt daarom aandacht gegeven aan gezondheidsgedrag en preventie.
In de praktijklessen leer je verzorgingstechnieken vlot en nauwkeurig uit te voeren, rekening houdend met hygiëne, zelfzorg, comfort, veiligheid, …
3
Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
1
Lichamelijke Opvoeding
2
• facultatief

Verzorging - thuis- en bejaardenzorg

Draag je oudere mensen een warm hart toe, dan is het zevende jaar thuis- en bejaardenzorg zeker iets voor jou! Je doet tijdens je stages veel praktijkervaring op in rust- en verzorgingstehuizen, in de thuiszorg en in het ziekenhuis.

Na het zevende jaar thuis- en bejaardenzorg krijg je een diploma ‘zorgkundige’. Hiermee kan je zeker aan de slag in de thuiszorg, (semi-)residentiële ouderenzorg, psychiatrische verzorgingstehuizen, gehandicaptenzorg, ziekenhuizen, …

Je kan ook kiezen om verder te studeren voor verpleegkunde, opvoed(st)er, …

Lestabel 7e jaar

Godsdienst
2
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
4
Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

2
Frans
2
Keuzeoptie

Keuzeoptie

Keuze uit Sport, Spaans, STEM, Latijn, beeldende vorming, expressie, multimedia

Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

Techniek

Techniek

In het leerjaar A

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 2 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste en het 2de leerjaar A. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende toepassingsgebieden binnen techniek zijn:
  • energie
  • informatie en communicatie
  • constructie
  • transport
  • biochemie
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines maken de leerlingen kennis met deze toepassingsgebieden.
 

In het leerjaar B

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 6 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste leerjaar B. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
 
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende verkenningsgebieden binnen techniek zijn:
  • informatie- en communicatietechniek
  • verzorging
  • voeding
  • bouw
  • elektriciteit
  • hout
  • metaal
  • kunststoffen
  • schilder- en grafische technieken
  • mode
  • tuinbouw
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines, maken de leerlingen kennis met deze verkenningsgebieden.
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
Beeldende Vorming (optie)

Beeldende Vorming (optie)

Ben je …

  • verwonderd en bereid om meer te weten te komen over de kunst via allerlei media en wil je deze kennis delen en kritisch bespreken?
  • enthousiast om alleen of in groep kunstwerken te creëren waarin je laat zien wat je leerde? 
  • nieuwsgierig naar alle vormen van Kunst? 
Voor de optie Beeldende Vorming zoeken we leerlingen die een meer dan normale belangstelling hebben voor de ‘plastische uitdrukkingsvormen’. 
 
Mogelijke processen:
  • van tekening tot schaal of kop: werken met klei
  • tekenen met licht: initiatie fotografie
  • van vezel tot papier: zelf een boekje maken
  • zeg dat het gedrukt staat: hoogdruk, diepdruk en zeefdruk behoren tot de mogelijkheden
  • van spieraam tot schilderij: bespreken en verwerven van schildertechnieken
  • creëren met afvalmaterialen: modern beeldhouwen
  • inbreng van de leerlingen kan leiden tot andere creatieve processen
Spaans (optie)

Spaans (optie)

Spaans is een wereldtaal die door miljoenen mensen gesproken wordt over de hele wereld. Je kan het Spaans niet enkel gebruiken op vakantie in Spanje, maar ook in bijna alle landen van Latijns-Amerika. Spaans leren is dus nooit verloren. Maar je moet er wel iets voor doen, want een taal leren, is werken en studeren. 
Ben jij bereid om woordenschat te leren? Durf je het aan om je te verdiepen in de spraakkunst van het Spaans? Wil je meer weten over de Spaanstalige cultuur en gewoonten? Schrik je er niet voor terug om te studeren om zo een nieuwe taal te leren? Ben je niet te verlegen om Spaans te leren spreken? Dan is deze optie misschien iets voor jou! Voorkennis is absoluut niet nodig.
 
¡Hasta la vista!
Expressie (optie)

Expressie (optie)

Ben je graag met taal bezig? Vind je toneelspelen helemaal te gek? Dan is dit je kans!
De lessen taalexpressie zullen je eigen expressieve mogelijkheden vergroten. Het is vooral een praktische cursus waarbij grote actieve inbreng van de leerling wordt verwacht. 
 
Enkele activiteiten en doelen die je zeker te wachten staan:
  • lezen/acteren van toneelfragmenten en sketches
  • voorlezen van poëzie en proza (theorie en oefeningen)
  • beluisteren, bespreken en zingen van liederen (Franse chansons)
  • dramatische werkvormen juist toepassen
  • bekijken en analyseren van een theaterproductie
  • een standpunt innemen
  • je standpunt argumenteren
  • je op een vlotte manier uitdrukken in algemeen Nederlands (Frans)
  • een groep op een levendige manier toespreken
  • een verhaal boeiend vertellen
  • fictionele teksten expressief voorlezen
  • kennismaken met de Franse cultuur
  • inzicht hebben in de verschillende werkvormen die met expressie/drama te maken hebben
  • op systematische wijze bezig zijn met de verschillende aspecten van het theater waarbij de eigen ervaringen centraal staan
  • verlaging van de drempelvrees om zelf te gaan spelen
  • identificatie, niet alleen met de toneelrollen, maar ook met de “rol” van de regisseur, het publiek,…
  • samenwerken in groepsverband
  • zelfstandig leren werken
Dit is slechts een tipje van de sluier. Ben je geïnteresseerd in dit ongetwijfeld zeer boeiende vak? Aarzel dan niet langer en schrijf je in!
Technische Vorming (optie)

Technische Vorming (optie)

In de optie technische vorming gaan we werken met gereedschappen, machines en verschillende materialen. Je gaat letterlijk de handen uit de mouwen steken. Zo ga je leren werken met de houtsoorten grenen, beuk, plaatmaterialen, enz. Na handelingen als aftekenen, boren, zagen, raspen, vijlen, enz. volgt de eindafwerking. De nadruk ligt op veilig werken. Uiteindelijk maak je bruikbare voorwerpen zoals een dienbord, een broodplankje, een kaasplankje, enz.
Af en toe houden we het lekker warm. Je leert solderen: je moet een te solderen voorwerp in koperdraad plooien en de onderdelen aan elkaar solderen.
We gaan ook onze fiets van naderbij bekijken: hoe regel ik de fietsremmen? Hoe werkt de verlichting op mijn fiets en vooral waar moeten we op letten als de verlichting het laat afweten? Wie kan een lekke band herstellen? Kortom: heel wat nuttige weetjes die je jeugdige leventje van elke dag eenvoudiger maken.
Sport (optie)

Sport (optie)

Gezocht: leerlingen met het sportvirus!
 
Als je een uitgesproken interesse en aanleg voor sport hebt, bieden we je een verbreding aan in verscheidene sportdisciplines zoals zwemmen, conditie, ritmiek, soccerpal, atletiek, korfbal, rugby, baseball, …
Behoort sport tot een deel van je leven, je interesseveld, je passie en ben je sportminded ingesteld, dan is dit de juiste keuze. Niet alleen je belangstelling voor lichaamsbeweging en lichamelijke opvoeding wordt hier beloond. Ook in je verdere studieloopbaan zal deze sportbeleving, gecombineerd met je persoonlijke ontwikkeling, een belangrijke rol spelen.
 
Wat wij verwachten van jou:
  • niet bang zijn om je moe te maken
  • niet bang zijn om in weer en wind te sporten
  • je technisch en tactisch willen verbeteren in verschillende sporttakken
  • in team kunnen spelen
  • jovialiteit t.o.v. je medespelers
  • doorzettingsvermogen
Wetenschappen (optie)

Wetenschappen (optie)

Wetenschappers gezocht!
 
Hé, vraag jij je dit ook wel eens af?
  • Waarom word ik wakker als ik droom dat ik in een put val?
  • Hoe komt een regenboog aan z’n mooie kleuren?
  • Waar blijft dat klontje suiker toch als ik het in mijn koffie of thee gooi?
  • Waarom vallen ze in Australië niet van de aarde af?
  • Wat is hypnose eigenlijk?
  • Is het waar dat ik op de maan veel minder weeg?
Dit is maar een greep uit een hele hoop situaties waarover we verwonderd zijn. 
Wij werken met leerlingen die zich afvragen hoe dit alles in elkaar zit en die dit aan de hand van experimenten willen uitzoeken. Je moet ook graag de methode van echte wetenschappers gebruiken: waarnemingen doen, experimenten uitvoeren en conclusies trekken!
De leerlingen die we zoeken moeten wel de handen uit de mouwen kunnen steken. Je moet immers vooral zelf aan het werk! Je leert ook een website ontwerpen waarop je de resultaten van je werk kan publiceren. 
Voor sommige waarnemingen en experimenten zullen we wel eens op verplaatsing gaan. We dachten al aan…, nee, nog even geduld. Je hebt trouwens zelf wellicht ook heel wat vragen of ideeën die we zoveel mogelijk in ons programma willen verwerken.
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
Voeding

Voeding

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Leefsleutels

Leefsleutels

 

Tijdens het uurtje leefsleutels kunnen leerlingen zelf onderwerpen aanbrengen waarover ze met de klas willen spreken. Verder komen de volgende thema’s aan bod:
  • positieve groepsvorming en een leuke sfeer in de klas
  • ontdekken waar je goed in bent en zelfvertrouwen krijgen
  • leren keuzes maken en doordachte beslissingen nemen
  • stilstaan bij risico’s
  • het eigen maken van vaardigheden zoals luisteren, gevoelens uiten, de gevoelens van anderen begrijpen.
Op deze manier werken we samen aan een vriendschappelijke sfeer waarin iedereen zich goed voelt.
Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

In deze optie proeven leerlingen van heel wat techniek op zowel theoretisch als puur technisch vlak, zeg maar de handen uit de mouwen steken. De 5 uren zijn opgesplitst in drie blokken: twee van twee uren en een uur apart. Wekelijks betekent het ene uurtje technisch tekenen. De twee uur praktijk brengen de leerlingen in aanraking met de metaalgereedschappen en machines en het maken van (eenvoudige) elektrische schakelingen is hen evenmin vreemd. In de twee uur theorie komt onder meer uitleg over de gereedschappen, de mechanische eigenschappen van materialen, elektriciteit (oa. serie-en parallelschakeling) en de overbrengingen (mechanica) aan bod.

Moderne Wetenschappen

Moderne Wetenschappen

De disciplines die in de basisoptie moderne wetenschappen aan bod komen zijn economie, natuurwetenschappen en gedrags- en cultuurwetenschappen. Economie en gedrags- en cultuurwetenschappen komen aan bod in het vak SEI (socio-economische initiatie), natuurwetenschappen in het vak WW (wetenschappelijk werk). Deze kennismaking draagt bij tot een betere oriëntering van de leerlingen naar het derde jaar. 

Initiatie in sociaal en economisch leven (3u/week) 

 
Onder de noemer economie maken de leerlingen kennis met economie als wetenschap. Economie gaat over mensen die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren.
 
Inhoud:
  • De gezinnen:
    • Waar haalt het gezin het inkomen vandaan?
    • Waar gaat het inkomen van het gezin naartoe?
  • De bedrijven:
    • Welke weg legt het product af voor het bij de consument komt? 
    • Hoe worden bedrijven ingedeeld volgens functie en sector?
    • Hoe is een bedrijf organisatorisch gestructureerd?
    • Wat omvat produceren?
    • Wat heeft een bedrijf nodig om te produceren en hoe worden deze middelen gefinancierd?
    • Welke maatschappelijke rol vervult het bedrijf?
  • Markten en prijzen:
    • Wat verstaan we onder ‘markt’?
    • Hoe ontstaat de prijs?
    • Welke rol speelt de overheid bij de prijsbepaling?
  • De overheid:
    • Wat doet de overheid?
    • Waar haalt de overheid haar geld vandaan?
    • Welke zijn de belangrijkste inkomsten- en uitgavenposten op de begroting van de overheid?
  • Internationale handel en betalingen:
    • Welke kenmerken vertoont de Belgische internationale handel?
    • Welke betekenis heeft de EU voor België?
Ook aan de ‘socio’-component wordt de nodige aandacht besteed. Zonder dat vooruit wordt gelopen op de inhouden van het leerplan humane wetenschappen, krijgen de leerlingen een idee van aspecten van gedrags- en cultuurwetenschappen. Ze leren aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel en in groep. Ze observeren dit gedrag en zoeken naar verklaringen. In de kennismaking met cultuurwetenschappen bestuderen ze enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.
 

Wetenschappelijk werk (2u./week)

 
Tijdens deze lesuren maken de leerlingen voor het eerst kennis met natuurkunde en chemie. We leren een wetenschappelijke methode gebruiken. We leren nauwkeurig waarnemen. 
We leren hoe we experimenten moeten opzetten en veilig uitvoeren. We leren onze gegevens in grafieken verwerken. Door waarnemen, experimenteren, meten en rekenen zoeken we naar natuurwetten. 
We werken vaak in groepjes. Waar mogelijk verwerken we de resultaten met de computer.
 
Mogelijke onderwerpen:
  • Elektriciteit
    • inleidende begrippen
    • geleiden of isoleren
    • stroomsterkte
    • spanning
    • roosters
    • wet van Ohm
    • elektrolyse
  • Massa, volume en dichtheid
  • Krachten
  • Stoffen in en om het huis
  • Geluid
  • Kleuren
 
Verder wordt er tweemaal per jaar een project georganiseerd waarbij zowel SEI als WW aan bod komen.
Techniek-Wetenschappen

Techniek-Wetenschappen

Techniek-wetenschappen is een onderdeel van de natuurwetenschappen, o.a. biologie, fysica, chemie en aardrijkskunde. 
 
We leren steeds inleidende begrippen die indien mogelijk vanuit deze verschillende wetenschappen worden onderzocht. Dat onderzoek wordt ondersteund met experimenten (demonstratie- en leerlingenproeven).
 
Tijdens deze experimenten is ons doel: waarnemen, verslag uitbrengen, besluiten leren trekken en vooral ordelijk, nauwkeurig en veilig leren werken.
 
Enkele onderwerpen zijn:
  • microscopie
  • milieu
  • bodem- en wateronderzoek
  • excursie naar bos of park
  • scheidingstechnieken
  • meettechnieken
  • warmte
  • elektriciteit
Sociale en Technische Vorming

Sociale en Technische Vorming

Deze optie bestaat uit 2 onderdelen: theorie (2u) en de toepassing van deze theorie (3u)

De theoretische vakken die hier aan bod komen zijn: 

  • meettechnieken: massa, lengte, temperatuur en tijd
  • elektriciteit
  • ergonomie 

Deze theorievakken worden praktisch toegepast in het vak realisatietechnieken.
We geven hier een voorbeeld om te verduidelijken hoe het in de praktijk werkt:

  • theorie:
    • meettechnieken:
      • leren omzetten en berekenen van massa (kg → g)
      • leren hoe weegschalen werken, voor- en nadelen van bepaalde weegschalen
    • elektriciteit: leren hoe elektriciteit wordt omgezet in warmte
  • toepassing van deze theorie in de praktijk = realisatietechnieken:
    • ingrediënten afwegen
    • bakken van de cake in de oven
    • de oven is een toestel dat elektriciteit omzet in warmte
  • Tijdens de lessen zal men ook steeds rekening houden met het sociale aspect: samen werken is samenwerken.

 

De leerlingen die de optie STV kiezen, bereiden we voor op 3TSO. Voor Frans en wiskunde krijgen zij aparte lessen. Voor wiskunde wordt de basisleerstof extra ingeoefend en komt de verdiepingsleerstof minder aan bod. Voor Frans krijgen de leerlingen voor hun taaltaken meer hulpmiddelen aangereikt. Alle andere vakken volgen de leerlingen samen met de andere opties.

Computervaardigheden

Computervaardigheden

  • De computer opstarten en afsluiten
  • De muistechnieken
  • De computerapparatuur
  • De programmatuur
  • De systeemsoftware
  • De toepassingssoftware
  • De geheugentypes
  • Het bewaargeheugen
  • Het werkgeheugen
  • Gezond computergebruik
  • Het besturingssysteem Windows
  • Werken met toepassingsprogramma’s
  • Vaardig omgaan met het computerklavier
  • Werken met tekeningen
  • Eenvoudige computertoepassingen
    • De rekenmachine
    • De prijsaanvraag
    • Bestellingen
    • Verkoopfacturen maken
    • Klantenkaarten bijhouden
    • Opzoeken op Internet
Leef- en Woonsituatie

Leef- en Woonsituatie

Dit vak bestaat uit drie delen: woning, textiel, decoratieve werkvormen.
  • Woning: in dit onderdeel wordt de slaapkamer en de badkamer besproken. Alle materialen die nodig zijn voor de inrichting en het onderhoud van deze ruimtes, komen aan bod.
  • Textiel: tijdens deze lessen wordt initiatie gegeven i.v.m. strijken, de handwas en de bediening van de wasmachine.
  • Decoratieve werkvormen:
    • verwerken van papier: kaarten en kaders
    • verwerken van textiel: borduren op badhanddoek
    • verwerken van hout: trekvogel d.m.v. figuurzagen
Personenzorg

Personenzorg

Het pakket personenzorg wil bijdragen tot de totale persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Tijdens deze lessen spreken we over de verschillende delen van het lichaam en de verzorging ervan. De leerlingen vertellen uit eigen ervaring en de leerkracht vult aan en beantwoordt de eventuele vragen. Na elk deelthema bespreken we hoe we de meest voorkomende kwaaltjes kunnen voorkomen en verzorgen.
De verschillende onderwerpen zijn:
  • mijn uiterlijk en voorkomen
  • zorgen aan handen en voeten
  • haar en haarzorg
  • huid en huidverzorging
  • gelaatsreiniging en –verzorging
  • mond- en gebitszorg
  • zorg voor zintuigen
  • zorg voor kleding en schoeisel
  • zorg voor lichaamshouding
  • mijn veranderende lichaam
Initiatie in Administratie en Verkoop

Initiatie in Administratie en Verkoop

  • Administratie en verkoop in ons dagelijks leven
    • op verkenning in de wereld van de handel
    • de klant is koning
    • een handelaar wil winst maken
    • het belang van de handel
    • de verkooppunten
  • Kopen en verkopen
    • het koopproces
    • snel en juist rekenen
    • de BTW
    • eerst aankopen … dan verkopen
    • betalen in de handel:
    • overschrijving
    • bankkaart – kredietkaart
  • De reclame
  • De kantooromgeving
    • hoe zit een bedrijf in elkaar?
    • op zoek naar een toffe job
    • het ideale kantoor
    • kantoorapparatuur
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

In dit vak bevinden we ons op het terrein van de handelaar met zijn commerciële en  financiële verrichtingen. Het komt er nu op aan om die verrichtingen boekhoudkundig te verwerken aan de hand van documenten zoals facturen, kas- en bankdocumenten, loonstaten, afschrijvingstabellen, …
Vanuit die boekhouding krijgen we dan inzicht in de prestaties van de onderneming en kunnen we de vereiste informatie verschaffen aan de Dienst van de directe en indirecte belastingen. Bovendien moet de boekhouding ons in staat stellen om een financiële analyse te maken: interessante informatie voor aandeelhouders, financiële instellingen en andere schuldeisers.
 
In het derde jaar gaat het over:
  • de vereenvoudigde boekhouding: het bijhouden van dagboeken (verkoopdagboek en klantenkaarten aankoopdagboek en leverancierskaarten financiële dagboeken)
  • de dubbele boekhouding: inleiding tot het dubbel boekhouden: de balansrekeningen (bezittingen en schulden) de resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten)
In het vierde jaar gaat het over de dubbele boekhouding met de volledige verwerking van alle activiteiten (bedrijfs-, financiële en uitzonderlijke) met afsluiting van het boekjaar (eindejaarsverrichtingen) en aangifte van de BTW, de beoordeling van het resultaat en de balansstructuur (financiële analyse)
Toegepaste Informatica

Toegepaste Informatica

  • De basisvaardigheden voor het werken met de computer
  • Klaviervaardigheid en muisbesturing
  • Tekstverwerking met het Officeprogramma WORD
  • EXCEL: het elektronische rekenblad
  • ACCESS: gegevens verwerken en bewerken
  • Werken op internet
  • Werken met een tekenpakket: PAINT
  • De computerconfiguratie en het besturingssysteem
  • Nieuwe tendensen en ontwikkelingen
  • Maatschappelijk-ethische aspecten
Administratieve Vorming

Administratieve Vorming

  • Een gezinshuishouding voeren
  • Een vereenvoudigde boekhouding
  • De kantoorinrichting en klasseren
  • De overgang van een kleine naar een middelgrote onderneming
  • De basisprincipes van een dubbele boekhouding
  • Verrichtingen: aankopen, verkopen, BTW-aangifte, financiële verrichtingen
  • Eindejaarsverrichtingen
  • Communicatie
  • Een vergadering ondersteunen
  • Magazijn en expeditie: de magazijnmedewerker en de voorraadadministratie
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
Sociale Wetenschappen

Sociale Wetenschappen

In sociale wetenschappen staat de mens centraal. Via verschillende werkvormen verwerf je vaardigheden die je als mens beter laten functioneren. Je krijgt een beter inzicht over:
  • jezelf
  • je studiehouding
  • verschillende leerprocessen
  • communicatie
In de derde graad staan de mens en zijn gedrag centraal. In de lessen sociale wetenschappen wordt er onderzocht hoe de lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de mens verloopt. Je bestudeert welke factoren een individu en zijn gedrag kunnen beïnvloeden en je leert passend te communiceren in verschillende situaties. Ook de verschillende deelsystemen binnen een samenleving komen aan bod alsook hoe men als mens deel uitmaakt van de samenleving.
Integrale Opdrachten

Integrale Opdrachten

Integrale opdrachten is een vak dat is ontstaan uit de nieuwe onderwijsopvattingen. Daarbij zien we dat leren meer is dan alleen maar kennisoverdracht en dat het aanleren van vaardigheden, motivatie, orde en een juiste houding ook zeer belangrijk zijn.

Een integrale opdracht bestaat uit een combinatie van verschillende vakken: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, voeding en expressie, maar ook andere vakken kunnen opgenomen worden. Uit deze vakken ontstaan projecten met als doelstelling te werken aan de competenties van de leerlingen. 
De leerlingen zullen de volgende competenties ontwikkelen:
  • Sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke thema’s onderzoeken.
  • Binnen een welomschreven opdracht een persoonsgerichte activiteit voor een groep kunnen organiseren of een maaltijd bereiden.
  • Iets mondeling kunnen presteren voor een groep.
  • Betekenis kunnen geven aan de eigen studieloopbaan.

 

In voeding staat het aanleren van basisvaardigheden centraal. Je leert een maaltijd voorbereiden, bereiden en presenteren met extra aandacht voor kwaliteit, gezondheid en hygiënisch werken.

 

Projecten

Projecten

In een aantal vakken krijgen de leerlingen de kans om kennis te maken met de werkvloer rekening houdend met:
  • kwaliteitsbewust handelen
  • milieubewust handelen
  • veilig handelen
  • ergonomisch handelen
  • hygiënisch handelen
  • economisch handelen
  • respectvol handelen
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
Voeding: theorie

Voeding: theorie

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Voeding: praktijk

Voeding: praktijk

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.
Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.

 

Sociale vaardigheden en communicatie

Sociale vaardigheden en communicatie

Hier wordt aandacht besteed aan vlot communiceren (telefoon, SMS, email, …). Ook het afstemmen van de eigen communicatie op de groep komt aan bod en de leerling leert inschatten welk effect het eigen handelen heeft op de groep.

Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

Hier leer je economisch bezig zijn op basis van sociale en ethische waarden. Wat betekenen in deze sector persoonlijk engagement en een gezonde levenshouding? Hoe zorg je voor een positief zelfbeeld, ondersteund door kwaliteitsgericht handelen?
Wel, je leert met talen omgaan, zowel op het louter persoonlijke vlak als op het commerciële; hoe spreek je, schrijf je in je internationale vriendenkring en hoe lees en bespreek je bvb. verkoopscontracten. Deze talenkennis is één van de sterke punten waaraan je kan werken.
In eerste instantie gaat je aandacht naar de onderneming in al haar aspecten.
  • Met wie en waarmee kom je allemaal in contact: werkgevers, werknemers, stakeholders, producten, promotie enz.
  • In de commerciële en administratieve verrichtingen verdiep je je kennis met o.a. de voorraadadministratie en de btw-reglementering, in het boeken van aan- en verkopen en de administratieve verwerking hiervan.
  • Ook de beleidsaspecten van een onderneming komen aan bod: sociale zekerheid, verzekeringen, fiscaliteit, boekhouding als beleidsinstrument, het duurzaam ondernemen en tenslotte facetten van commercieel, buitenlands en investeringsbeleid, financieel en personeelsbeleid.
  • Een extra is dat alle aspecten van bedrijfsbeheer verweven zitten in dit vak wat een belangrijke meerwaarde voor deze richting blijft.
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
Seminaries (Kantoor)

Seminaries (Kantoor)

Je leert in verschillende vakken heel wat technieken en vaardigheden aan. De seminaries zijn bedoeld om de integratie van de verworven en van de nieuwe vaardigheden en technieken tot stand te brengen. Verder worden in de lessen seminaries bepaalde leerstofonderdelen verder ingeoefend en uitgediept.
 
In het vijfde jaar word je voorbereid op de bedrijfsstages: de stagevoorbereiding, de verkenning van het beroepenveld en de exploratie van de toekomstmogelijkheden komen aan bod. In het 6de leerjaar toets je tijdens de stages je opleiding aan de reële beroepspraktijk.
 
Enkele onderwerpen die aan bod komen tijdens de seminaries:
  • kantoorsimulatie of virtueel kantoor (Fvisem): je werkt in een nagebootste kantoorsituatie; wat in een bedrijf gebeurt, wordt ook hier uitgevoerd; alleen worden er geen tastbare producten verhandeld; aan- en verkoop is puur virtueel; de aandacht concentreert zich volledig op documenten en procedures, m.a.w. het actieterrein van administratieve medewerkers
  • bedrijfsbezoeken (Coca-Cola, Haven Antwerpen)
  • training van sociale en communicatieve vaardigheden
  • diverse projecten: telefoneren, etiquette (kleding, begroeting, bezoekers ontvangen, tafelmanieren, …)
De leerstofonderdelen kunnen variëren volgens de noden en tekorten in bepaalde vakken of praktijkgericht. Het zijn vakdoorbrekende projecten waarbij het geïntegreerd werken aan bod komt.
Stage (Kantoor)

Stage (Kantoor)

De stage dient om je voor te bereiden op het beroepsleven door ervaring op te doen, om de kloof tussen school en bedrijf te overbruggen, om je kantooropleiding te vervolmaken, om te wennen aan het arbeidsmilieu en je persoonlijkheid te vormen.
 
Gedurende deze stageperiode overwinnen vele leerlingen hun schuchterheid, overgevoeligheid en oppervlakkigheid. Zij verwerven sociale zin en maturiteit.
 
Organisatorische aspecten:
  • je doet anderhalve dag per week stage in een bedrijf 
  • de stageplaatsen situeren zich bij grote en middelgrote ondernemingen; er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid inzake de aard van de onderneming
  • de school plaatst je; bij de verdeling van de stageplaatsen wordt rekening gehouden met de verwachting van de onderneming enerzijds en je kennis en verplaatsingsmogelijkheden anderzijds; de stage is onbezoldigd
Taak van de leerling:
  • elke stagedag maak je een rapport van de uitgevoerde taken
  • maandelijks maak je een taak i.v.m. observaties, persoonlijke indrukken, …
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.

Beroepsgerichte zorgkunde

Beroepsgerichte zorgkunde

Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.

Biologie van de mens

Biologie van de mens

Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.

Stage (JGZ)

Stage (JGZ)

Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.

Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.

Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
Omgangskunde: theorie

Omgangskunde: theorie

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Omgangskunde: praktijk

Omgangskunde: praktijk

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
Participatie aan de arbeidsmarkt

Participatie aan de arbeidsmarkt

Dit vak krijg je in het zesde jaar verzorging. Je leert stilstaan bij de rechten en plichten van je beroep. Je verkent verschillende organisaties binnen de welzijnszorg en gezondheidszorg. De basisbeginselen van sociaal recht worden eenvoudig uitgelegd. Actualiteit in verband met het werkveld komt in deze lessen regelmatig aan bod.

Verzorging: theorie

Verzorging: theorie

Tijdens de theoretische lessen gaat de aandacht vooral naar een warm menselijke zorg op maat. 
Je krijgt stilaan inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je verantwoord kunt handelen in zorgsituaties.
Als toekomstige verzorgende heb je een modelfunctie in het voorleven van een gezonde levensstijl. In verzorging wordt daarom aandacht gegeven aan gezondheidsgedrag en preventie.
In de praktijklessen leer je verzorgingstechnieken vlot en nauwkeurig uit te voeren, rekening houdend met hygiëne, zelfzorg, comfort, veiligheid, …
2 •
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
12
Keuzeoptie

Keuzeoptie

Keuze uit Sport, Spaans, STEM, Latijn, beeldende vorming, expressie, multimedia

Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

Techniek

Techniek

In het leerjaar A

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 2 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste en het 2de leerjaar A. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende toepassingsgebieden binnen techniek zijn:
  • energie
  • informatie en communicatie
  • constructie
  • transport
  • biochemie
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines maken de leerlingen kennis met deze toepassingsgebieden.
 

In het leerjaar B

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 6 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste leerjaar B. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
 
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende verkenningsgebieden binnen techniek zijn:
  • informatie- en communicatietechniek
  • verzorging
  • voeding
  • bouw
  • elektriciteit
  • hout
  • metaal
  • kunststoffen
  • schilder- en grafische technieken
  • mode
  • tuinbouw
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines, maken de leerlingen kennis met deze verkenningsgebieden.
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
Beeldende Vorming (optie)

Beeldende Vorming (optie)

Ben je …

  • verwonderd en bereid om meer te weten te komen over de kunst via allerlei media en wil je deze kennis delen en kritisch bespreken?
  • enthousiast om alleen of in groep kunstwerken te creëren waarin je laat zien wat je leerde? 
  • nieuwsgierig naar alle vormen van Kunst? 
Voor de optie Beeldende Vorming zoeken we leerlingen die een meer dan normale belangstelling hebben voor de ‘plastische uitdrukkingsvormen’. 
 
Mogelijke processen:
  • van tekening tot schaal of kop: werken met klei
  • tekenen met licht: initiatie fotografie
  • van vezel tot papier: zelf een boekje maken
  • zeg dat het gedrukt staat: hoogdruk, diepdruk en zeefdruk behoren tot de mogelijkheden
  • van spieraam tot schilderij: bespreken en verwerven van schildertechnieken
  • creëren met afvalmaterialen: modern beeldhouwen
  • inbreng van de leerlingen kan leiden tot andere creatieve processen
Spaans (optie)

Spaans (optie)

Spaans is een wereldtaal die door miljoenen mensen gesproken wordt over de hele wereld. Je kan het Spaans niet enkel gebruiken op vakantie in Spanje, maar ook in bijna alle landen van Latijns-Amerika. Spaans leren is dus nooit verloren. Maar je moet er wel iets voor doen, want een taal leren, is werken en studeren. 
Ben jij bereid om woordenschat te leren? Durf je het aan om je te verdiepen in de spraakkunst van het Spaans? Wil je meer weten over de Spaanstalige cultuur en gewoonten? Schrik je er niet voor terug om te studeren om zo een nieuwe taal te leren? Ben je niet te verlegen om Spaans te leren spreken? Dan is deze optie misschien iets voor jou! Voorkennis is absoluut niet nodig.
 
¡Hasta la vista!
Expressie (optie)

Expressie (optie)

Ben je graag met taal bezig? Vind je toneelspelen helemaal te gek? Dan is dit je kans!
De lessen taalexpressie zullen je eigen expressieve mogelijkheden vergroten. Het is vooral een praktische cursus waarbij grote actieve inbreng van de leerling wordt verwacht. 
 
Enkele activiteiten en doelen die je zeker te wachten staan:
  • lezen/acteren van toneelfragmenten en sketches
  • voorlezen van poëzie en proza (theorie en oefeningen)
  • beluisteren, bespreken en zingen van liederen (Franse chansons)
  • dramatische werkvormen juist toepassen
  • bekijken en analyseren van een theaterproductie
  • een standpunt innemen
  • je standpunt argumenteren
  • je op een vlotte manier uitdrukken in algemeen Nederlands (Frans)
  • een groep op een levendige manier toespreken
  • een verhaal boeiend vertellen
  • fictionele teksten expressief voorlezen
  • kennismaken met de Franse cultuur
  • inzicht hebben in de verschillende werkvormen die met expressie/drama te maken hebben
  • op systematische wijze bezig zijn met de verschillende aspecten van het theater waarbij de eigen ervaringen centraal staan
  • verlaging van de drempelvrees om zelf te gaan spelen
  • identificatie, niet alleen met de toneelrollen, maar ook met de “rol” van de regisseur, het publiek,…
  • samenwerken in groepsverband
  • zelfstandig leren werken
Dit is slechts een tipje van de sluier. Ben je geïnteresseerd in dit ongetwijfeld zeer boeiende vak? Aarzel dan niet langer en schrijf je in!
Technische Vorming (optie)

Technische Vorming (optie)

In de optie technische vorming gaan we werken met gereedschappen, machines en verschillende materialen. Je gaat letterlijk de handen uit de mouwen steken. Zo ga je leren werken met de houtsoorten grenen, beuk, plaatmaterialen, enz. Na handelingen als aftekenen, boren, zagen, raspen, vijlen, enz. volgt de eindafwerking. De nadruk ligt op veilig werken. Uiteindelijk maak je bruikbare voorwerpen zoals een dienbord, een broodplankje, een kaasplankje, enz.
Af en toe houden we het lekker warm. Je leert solderen: je moet een te solderen voorwerp in koperdraad plooien en de onderdelen aan elkaar solderen.
We gaan ook onze fiets van naderbij bekijken: hoe regel ik de fietsremmen? Hoe werkt de verlichting op mijn fiets en vooral waar moeten we op letten als de verlichting het laat afweten? Wie kan een lekke band herstellen? Kortom: heel wat nuttige weetjes die je jeugdige leventje van elke dag eenvoudiger maken.
Sport (optie)

Sport (optie)

Gezocht: leerlingen met het sportvirus!
 
Als je een uitgesproken interesse en aanleg voor sport hebt, bieden we je een verbreding aan in verscheidene sportdisciplines zoals zwemmen, conditie, ritmiek, soccerpal, atletiek, korfbal, rugby, baseball, …
Behoort sport tot een deel van je leven, je interesseveld, je passie en ben je sportminded ingesteld, dan is dit de juiste keuze. Niet alleen je belangstelling voor lichaamsbeweging en lichamelijke opvoeding wordt hier beloond. Ook in je verdere studieloopbaan zal deze sportbeleving, gecombineerd met je persoonlijke ontwikkeling, een belangrijke rol spelen.
 
Wat wij verwachten van jou:
  • niet bang zijn om je moe te maken
  • niet bang zijn om in weer en wind te sporten
  • je technisch en tactisch willen verbeteren in verschillende sporttakken
  • in team kunnen spelen
  • jovialiteit t.o.v. je medespelers
  • doorzettingsvermogen
Wetenschappen (optie)

Wetenschappen (optie)

Wetenschappers gezocht!
 
Hé, vraag jij je dit ook wel eens af?
  • Waarom word ik wakker als ik droom dat ik in een put val?
  • Hoe komt een regenboog aan z’n mooie kleuren?
  • Waar blijft dat klontje suiker toch als ik het in mijn koffie of thee gooi?
  • Waarom vallen ze in Australië niet van de aarde af?
  • Wat is hypnose eigenlijk?
  • Is het waar dat ik op de maan veel minder weeg?
Dit is maar een greep uit een hele hoop situaties waarover we verwonderd zijn. 
Wij werken met leerlingen die zich afvragen hoe dit alles in elkaar zit en die dit aan de hand van experimenten willen uitzoeken. Je moet ook graag de methode van echte wetenschappers gebruiken: waarnemingen doen, experimenten uitvoeren en conclusies trekken!
De leerlingen die we zoeken moeten wel de handen uit de mouwen kunnen steken. Je moet immers vooral zelf aan het werk! Je leert ook een website ontwerpen waarop je de resultaten van je werk kan publiceren. 
Voor sommige waarnemingen en experimenten zullen we wel eens op verplaatsing gaan. We dachten al aan…, nee, nog even geduld. Je hebt trouwens zelf wellicht ook heel wat vragen of ideeën die we zoveel mogelijk in ons programma willen verwerken.
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
Voeding

Voeding

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Leefsleutels

Leefsleutels

 

Tijdens het uurtje leefsleutels kunnen leerlingen zelf onderwerpen aanbrengen waarover ze met de klas willen spreken. Verder komen de volgende thema’s aan bod:
  • positieve groepsvorming en een leuke sfeer in de klas
  • ontdekken waar je goed in bent en zelfvertrouwen krijgen
  • leren keuzes maken en doordachte beslissingen nemen
  • stilstaan bij risico’s
  • het eigen maken van vaardigheden zoals luisteren, gevoelens uiten, de gevoelens van anderen begrijpen.
Op deze manier werken we samen aan een vriendschappelijke sfeer waarin iedereen zich goed voelt.
Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

In deze optie proeven leerlingen van heel wat techniek op zowel theoretisch als puur technisch vlak, zeg maar de handen uit de mouwen steken. De 5 uren zijn opgesplitst in drie blokken: twee van twee uren en een uur apart. Wekelijks betekent het ene uurtje technisch tekenen. De twee uur praktijk brengen de leerlingen in aanraking met de metaalgereedschappen en machines en het maken van (eenvoudige) elektrische schakelingen is hen evenmin vreemd. In de twee uur theorie komt onder meer uitleg over de gereedschappen, de mechanische eigenschappen van materialen, elektriciteit (oa. serie-en parallelschakeling) en de overbrengingen (mechanica) aan bod.

Moderne Wetenschappen

Moderne Wetenschappen

De disciplines die in de basisoptie moderne wetenschappen aan bod komen zijn economie, natuurwetenschappen en gedrags- en cultuurwetenschappen. Economie en gedrags- en cultuurwetenschappen komen aan bod in het vak SEI (socio-economische initiatie), natuurwetenschappen in het vak WW (wetenschappelijk werk). Deze kennismaking draagt bij tot een betere oriëntering van de leerlingen naar het derde jaar. 

Initiatie in sociaal en economisch leven (3u/week) 

 
Onder de noemer economie maken de leerlingen kennis met economie als wetenschap. Economie gaat over mensen die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren.
 
Inhoud:
  • De gezinnen:
    • Waar haalt het gezin het inkomen vandaan?
    • Waar gaat het inkomen van het gezin naartoe?
  • De bedrijven:
    • Welke weg legt het product af voor het bij de consument komt? 
    • Hoe worden bedrijven ingedeeld volgens functie en sector?
    • Hoe is een bedrijf organisatorisch gestructureerd?
    • Wat omvat produceren?
    • Wat heeft een bedrijf nodig om te produceren en hoe worden deze middelen gefinancierd?
    • Welke maatschappelijke rol vervult het bedrijf?
  • Markten en prijzen:
    • Wat verstaan we onder ‘markt’?
    • Hoe ontstaat de prijs?
    • Welke rol speelt de overheid bij de prijsbepaling?
  • De overheid:
    • Wat doet de overheid?
    • Waar haalt de overheid haar geld vandaan?
    • Welke zijn de belangrijkste inkomsten- en uitgavenposten op de begroting van de overheid?
  • Internationale handel en betalingen:
    • Welke kenmerken vertoont de Belgische internationale handel?
    • Welke betekenis heeft de EU voor België?
Ook aan de ‘socio’-component wordt de nodige aandacht besteed. Zonder dat vooruit wordt gelopen op de inhouden van het leerplan humane wetenschappen, krijgen de leerlingen een idee van aspecten van gedrags- en cultuurwetenschappen. Ze leren aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel en in groep. Ze observeren dit gedrag en zoeken naar verklaringen. In de kennismaking met cultuurwetenschappen bestuderen ze enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.
 

Wetenschappelijk werk (2u./week)

 
Tijdens deze lesuren maken de leerlingen voor het eerst kennis met natuurkunde en chemie. We leren een wetenschappelijke methode gebruiken. We leren nauwkeurig waarnemen. 
We leren hoe we experimenten moeten opzetten en veilig uitvoeren. We leren onze gegevens in grafieken verwerken. Door waarnemen, experimenteren, meten en rekenen zoeken we naar natuurwetten. 
We werken vaak in groepjes. Waar mogelijk verwerken we de resultaten met de computer.
 
Mogelijke onderwerpen:
  • Elektriciteit
    • inleidende begrippen
    • geleiden of isoleren
    • stroomsterkte
    • spanning
    • roosters
    • wet van Ohm
    • elektrolyse
  • Massa, volume en dichtheid
  • Krachten
  • Stoffen in en om het huis
  • Geluid
  • Kleuren
 
Verder wordt er tweemaal per jaar een project georganiseerd waarbij zowel SEI als WW aan bod komen.
Techniek-Wetenschappen

Techniek-Wetenschappen

Techniek-wetenschappen is een onderdeel van de natuurwetenschappen, o.a. biologie, fysica, chemie en aardrijkskunde. 
 
We leren steeds inleidende begrippen die indien mogelijk vanuit deze verschillende wetenschappen worden onderzocht. Dat onderzoek wordt ondersteund met experimenten (demonstratie- en leerlingenproeven).
 
Tijdens deze experimenten is ons doel: waarnemen, verslag uitbrengen, besluiten leren trekken en vooral ordelijk, nauwkeurig en veilig leren werken.
 
Enkele onderwerpen zijn:
  • microscopie
  • milieu
  • bodem- en wateronderzoek
  • excursie naar bos of park
  • scheidingstechnieken
  • meettechnieken
  • warmte
  • elektriciteit
Sociale en Technische Vorming

Sociale en Technische Vorming

Deze optie bestaat uit 2 onderdelen: theorie (2u) en de toepassing van deze theorie (3u)

De theoretische vakken die hier aan bod komen zijn: 

  • meettechnieken: massa, lengte, temperatuur en tijd
  • elektriciteit
  • ergonomie 

Deze theorievakken worden praktisch toegepast in het vak realisatietechnieken.
We geven hier een voorbeeld om te verduidelijken hoe het in de praktijk werkt:

  • theorie:
    • meettechnieken:
      • leren omzetten en berekenen van massa (kg → g)
      • leren hoe weegschalen werken, voor- en nadelen van bepaalde weegschalen
    • elektriciteit: leren hoe elektriciteit wordt omgezet in warmte
  • toepassing van deze theorie in de praktijk = realisatietechnieken:
    • ingrediënten afwegen
    • bakken van de cake in de oven
    • de oven is een toestel dat elektriciteit omzet in warmte
  • Tijdens de lessen zal men ook steeds rekening houden met het sociale aspect: samen werken is samenwerken.

 

De leerlingen die de optie STV kiezen, bereiden we voor op 3TSO. Voor Frans en wiskunde krijgen zij aparte lessen. Voor wiskunde wordt de basisleerstof extra ingeoefend en komt de verdiepingsleerstof minder aan bod. Voor Frans krijgen de leerlingen voor hun taaltaken meer hulpmiddelen aangereikt. Alle andere vakken volgen de leerlingen samen met de andere opties.

Computervaardigheden

Computervaardigheden

  • De computer opstarten en afsluiten
  • De muistechnieken
  • De computerapparatuur
  • De programmatuur
  • De systeemsoftware
  • De toepassingssoftware
  • De geheugentypes
  • Het bewaargeheugen
  • Het werkgeheugen
  • Gezond computergebruik
  • Het besturingssysteem Windows
  • Werken met toepassingsprogramma’s
  • Vaardig omgaan met het computerklavier
  • Werken met tekeningen
  • Eenvoudige computertoepassingen
    • De rekenmachine
    • De prijsaanvraag
    • Bestellingen
    • Verkoopfacturen maken
    • Klantenkaarten bijhouden
    • Opzoeken op Internet
Leef- en Woonsituatie

Leef- en Woonsituatie

Dit vak bestaat uit drie delen: woning, textiel, decoratieve werkvormen.
  • Woning: in dit onderdeel wordt de slaapkamer en de badkamer besproken. Alle materialen die nodig zijn voor de inrichting en het onderhoud van deze ruimtes, komen aan bod.
  • Textiel: tijdens deze lessen wordt initiatie gegeven i.v.m. strijken, de handwas en de bediening van de wasmachine.
  • Decoratieve werkvormen:
    • verwerken van papier: kaarten en kaders
    • verwerken van textiel: borduren op badhanddoek
    • verwerken van hout: trekvogel d.m.v. figuurzagen
Personenzorg

Personenzorg

Het pakket personenzorg wil bijdragen tot de totale persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Tijdens deze lessen spreken we over de verschillende delen van het lichaam en de verzorging ervan. De leerlingen vertellen uit eigen ervaring en de leerkracht vult aan en beantwoordt de eventuele vragen. Na elk deelthema bespreken we hoe we de meest voorkomende kwaaltjes kunnen voorkomen en verzorgen.
De verschillende onderwerpen zijn:
  • mijn uiterlijk en voorkomen
  • zorgen aan handen en voeten
  • haar en haarzorg
  • huid en huidverzorging
  • gelaatsreiniging en –verzorging
  • mond- en gebitszorg
  • zorg voor zintuigen
  • zorg voor kleding en schoeisel
  • zorg voor lichaamshouding
  • mijn veranderende lichaam
Initiatie in Administratie en Verkoop

Initiatie in Administratie en Verkoop

  • Administratie en verkoop in ons dagelijks leven
    • op verkenning in de wereld van de handel
    • de klant is koning
    • een handelaar wil winst maken
    • het belang van de handel
    • de verkooppunten
  • Kopen en verkopen
    • het koopproces
    • snel en juist rekenen
    • de BTW
    • eerst aankopen … dan verkopen
    • betalen in de handel:
    • overschrijving
    • bankkaart – kredietkaart
  • De reclame
  • De kantooromgeving
    • hoe zit een bedrijf in elkaar?
    • op zoek naar een toffe job
    • het ideale kantoor
    • kantoorapparatuur
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

In dit vak bevinden we ons op het terrein van de handelaar met zijn commerciële en  financiële verrichtingen. Het komt er nu op aan om die verrichtingen boekhoudkundig te verwerken aan de hand van documenten zoals facturen, kas- en bankdocumenten, loonstaten, afschrijvingstabellen, …
Vanuit die boekhouding krijgen we dan inzicht in de prestaties van de onderneming en kunnen we de vereiste informatie verschaffen aan de Dienst van de directe en indirecte belastingen. Bovendien moet de boekhouding ons in staat stellen om een financiële analyse te maken: interessante informatie voor aandeelhouders, financiële instellingen en andere schuldeisers.
 
In het derde jaar gaat het over:
  • de vereenvoudigde boekhouding: het bijhouden van dagboeken (verkoopdagboek en klantenkaarten aankoopdagboek en leverancierskaarten financiële dagboeken)
  • de dubbele boekhouding: inleiding tot het dubbel boekhouden: de balansrekeningen (bezittingen en schulden) de resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten)
In het vierde jaar gaat het over de dubbele boekhouding met de volledige verwerking van alle activiteiten (bedrijfs-, financiële en uitzonderlijke) met afsluiting van het boekjaar (eindejaarsverrichtingen) en aangifte van de BTW, de beoordeling van het resultaat en de balansstructuur (financiële analyse)
Toegepaste Informatica

Toegepaste Informatica

  • De basisvaardigheden voor het werken met de computer
  • Klaviervaardigheid en muisbesturing
  • Tekstverwerking met het Officeprogramma WORD
  • EXCEL: het elektronische rekenblad
  • ACCESS: gegevens verwerken en bewerken
  • Werken op internet
  • Werken met een tekenpakket: PAINT
  • De computerconfiguratie en het besturingssysteem
  • Nieuwe tendensen en ontwikkelingen
  • Maatschappelijk-ethische aspecten
Administratieve Vorming

Administratieve Vorming

  • Een gezinshuishouding voeren
  • Een vereenvoudigde boekhouding
  • De kantoorinrichting en klasseren
  • De overgang van een kleine naar een middelgrote onderneming
  • De basisprincipes van een dubbele boekhouding
  • Verrichtingen: aankopen, verkopen, BTW-aangifte, financiële verrichtingen
  • Eindejaarsverrichtingen
  • Communicatie
  • Een vergadering ondersteunen
  • Magazijn en expeditie: de magazijnmedewerker en de voorraadadministratie
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
Sociale Wetenschappen

Sociale Wetenschappen

In sociale wetenschappen staat de mens centraal. Via verschillende werkvormen verwerf je vaardigheden die je als mens beter laten functioneren. Je krijgt een beter inzicht over:
  • jezelf
  • je studiehouding
  • verschillende leerprocessen
  • communicatie
In de derde graad staan de mens en zijn gedrag centraal. In de lessen sociale wetenschappen wordt er onderzocht hoe de lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de mens verloopt. Je bestudeert welke factoren een individu en zijn gedrag kunnen beïnvloeden en je leert passend te communiceren in verschillende situaties. Ook de verschillende deelsystemen binnen een samenleving komen aan bod alsook hoe men als mens deel uitmaakt van de samenleving.
Integrale Opdrachten

Integrale Opdrachten

Integrale opdrachten is een vak dat is ontstaan uit de nieuwe onderwijsopvattingen. Daarbij zien we dat leren meer is dan alleen maar kennisoverdracht en dat het aanleren van vaardigheden, motivatie, orde en een juiste houding ook zeer belangrijk zijn.

Een integrale opdracht bestaat uit een combinatie van verschillende vakken: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, voeding en expressie, maar ook andere vakken kunnen opgenomen worden. Uit deze vakken ontstaan projecten met als doelstelling te werken aan de competenties van de leerlingen. 
De leerlingen zullen de volgende competenties ontwikkelen:
  • Sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke thema’s onderzoeken.
  • Binnen een welomschreven opdracht een persoonsgerichte activiteit voor een groep kunnen organiseren of een maaltijd bereiden.
  • Iets mondeling kunnen presteren voor een groep.
  • Betekenis kunnen geven aan de eigen studieloopbaan.

 

In voeding staat het aanleren van basisvaardigheden centraal. Je leert een maaltijd voorbereiden, bereiden en presenteren met extra aandacht voor kwaliteit, gezondheid en hygiënisch werken.

 

Projecten

Projecten

In een aantal vakken krijgen de leerlingen de kans om kennis te maken met de werkvloer rekening houdend met:
  • kwaliteitsbewust handelen
  • milieubewust handelen
  • veilig handelen
  • ergonomisch handelen
  • hygiënisch handelen
  • economisch handelen
  • respectvol handelen
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
Voeding: theorie

Voeding: theorie

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Voeding: praktijk

Voeding: praktijk

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.
Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.

 

Sociale vaardigheden en communicatie

Sociale vaardigheden en communicatie

Hier wordt aandacht besteed aan vlot communiceren (telefoon, SMS, email, …). Ook het afstemmen van de eigen communicatie op de groep komt aan bod en de leerling leert inschatten welk effect het eigen handelen heeft op de groep.

Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

Hier leer je economisch bezig zijn op basis van sociale en ethische waarden. Wat betekenen in deze sector persoonlijk engagement en een gezonde levenshouding? Hoe zorg je voor een positief zelfbeeld, ondersteund door kwaliteitsgericht handelen?
Wel, je leert met talen omgaan, zowel op het louter persoonlijke vlak als op het commerciële; hoe spreek je, schrijf je in je internationale vriendenkring en hoe lees en bespreek je bvb. verkoopscontracten. Deze talenkennis is één van de sterke punten waaraan je kan werken.
In eerste instantie gaat je aandacht naar de onderneming in al haar aspecten.
  • Met wie en waarmee kom je allemaal in contact: werkgevers, werknemers, stakeholders, producten, promotie enz.
  • In de commerciële en administratieve verrichtingen verdiep je je kennis met o.a. de voorraadadministratie en de btw-reglementering, in het boeken van aan- en verkopen en de administratieve verwerking hiervan.
  • Ook de beleidsaspecten van een onderneming komen aan bod: sociale zekerheid, verzekeringen, fiscaliteit, boekhouding als beleidsinstrument, het duurzaam ondernemen en tenslotte facetten van commercieel, buitenlands en investeringsbeleid, financieel en personeelsbeleid.
  • Een extra is dat alle aspecten van bedrijfsbeheer verweven zitten in dit vak wat een belangrijke meerwaarde voor deze richting blijft.
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
Seminaries (Kantoor)

Seminaries (Kantoor)

Je leert in verschillende vakken heel wat technieken en vaardigheden aan. De seminaries zijn bedoeld om de integratie van de verworven en van de nieuwe vaardigheden en technieken tot stand te brengen. Verder worden in de lessen seminaries bepaalde leerstofonderdelen verder ingeoefend en uitgediept.
 
In het vijfde jaar word je voorbereid op de bedrijfsstages: de stagevoorbereiding, de verkenning van het beroepenveld en de exploratie van de toekomstmogelijkheden komen aan bod. In het 6de leerjaar toets je tijdens de stages je opleiding aan de reële beroepspraktijk.
 
Enkele onderwerpen die aan bod komen tijdens de seminaries:
  • kantoorsimulatie of virtueel kantoor (Fvisem): je werkt in een nagebootste kantoorsituatie; wat in een bedrijf gebeurt, wordt ook hier uitgevoerd; alleen worden er geen tastbare producten verhandeld; aan- en verkoop is puur virtueel; de aandacht concentreert zich volledig op documenten en procedures, m.a.w. het actieterrein van administratieve medewerkers
  • bedrijfsbezoeken (Coca-Cola, Haven Antwerpen)
  • training van sociale en communicatieve vaardigheden
  • diverse projecten: telefoneren, etiquette (kleding, begroeting, bezoekers ontvangen, tafelmanieren, …)
De leerstofonderdelen kunnen variëren volgens de noden en tekorten in bepaalde vakken of praktijkgericht. Het zijn vakdoorbrekende projecten waarbij het geïntegreerd werken aan bod komt.
Stage (Kantoor)

Stage (Kantoor)

De stage dient om je voor te bereiden op het beroepsleven door ervaring op te doen, om de kloof tussen school en bedrijf te overbruggen, om je kantooropleiding te vervolmaken, om te wennen aan het arbeidsmilieu en je persoonlijkheid te vormen.
 
Gedurende deze stageperiode overwinnen vele leerlingen hun schuchterheid, overgevoeligheid en oppervlakkigheid. Zij verwerven sociale zin en maturiteit.
 
Organisatorische aspecten:
  • je doet anderhalve dag per week stage in een bedrijf 
  • de stageplaatsen situeren zich bij grote en middelgrote ondernemingen; er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid inzake de aard van de onderneming
  • de school plaatst je; bij de verdeling van de stageplaatsen wordt rekening gehouden met de verwachting van de onderneming enerzijds en je kennis en verplaatsingsmogelijkheden anderzijds; de stage is onbezoldigd
Taak van de leerling:
  • elke stagedag maak je een rapport van de uitgevoerde taken
  • maandelijks maak je een taak i.v.m. observaties, persoonlijke indrukken, …
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.

Beroepsgerichte zorgkunde

Beroepsgerichte zorgkunde

Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.

Biologie van de mens

Biologie van de mens

Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.

Stage (JGZ)

Stage (JGZ)

Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.

Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.

Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
Omgangskunde: theorie

Omgangskunde: theorie

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Omgangskunde: praktijk

Omgangskunde: praktijk

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
Participatie aan de arbeidsmarkt

Participatie aan de arbeidsmarkt

Dit vak krijg je in het zesde jaar verzorging. Je leert stilstaan bij de rechten en plichten van je beroep. Je verkent verschillende organisaties binnen de welzijnszorg en gezondheidszorg. De basisbeginselen van sociaal recht worden eenvoudig uitgelegd. Actualiteit in verband met het werkveld komt in deze lessen regelmatig aan bod.

Verzorging: theorie

Verzorging: theorie

Tijdens de theoretische lessen gaat de aandacht vooral naar een warm menselijke zorg op maat. 
Je krijgt stilaan inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je verantwoord kunt handelen in zorgsituaties.
Als toekomstige verzorgende heb je een modelfunctie in het voorleven van een gezonde levensstijl. In verzorging wordt daarom aandacht gegeven aan gezondheidsgedrag en preventie.
In de praktijklessen leer je verzorgingstechnieken vlot en nauwkeurig uit te voeren, rekening houdend met hygiëne, zelfzorg, comfort, veiligheid, …
2
Keuzeoptie

Keuzeoptie

Keuze uit Sport, Spaans, STEM, Latijn, beeldende vorming, expressie, multimedia

Indirecte Zorg

Indirecte Zorg

Indirecte zorg bepaalt een belangrijk deel van het dagelijks leven in de groepsopvang en de gezinszorg en het gezin.
Maaltijdzorg( voeding aankopen, bereiden en bewaren), linnenzorg  ( textiel gebruiks-en kastklaar maken)en interieurzorg zijn onmisbare schakels in de zorg voor de verschillende groepen zorgvragers.
In de verschillende projecten en de lessen leren de leerlingen de verschillende huishoudelijke taken organiseren en combineren in functie van de wensen en eisen van de zorgvrager.

Wiskunde

Wiskunde

De wiskundevorming in de richtingen van de derde graad met zes uur wiskunde wil o.a. een basis leggen voor vervolgstudies in studierichtingen met een wiskundige, een wetenschappelijke of een toegepast wetenschappelijke invalshoek. Daartoe moeten de leerlingen een wiskundig eigen wijze van denken, redeneren en handelen ontwikkelen. Er wordt van je verwacht dat je echt graag wiskunde leert; het lestempo ligt heel wat hoger dan in de tweede graad en naast die lessen is er heel wat zelfstudie en voortdurende oefening vereist. Bedenk dat je op één week ziet waar een eenuursvak anderhalve maand over doet.

Het pakket wiskunde in het vijfde jaar bestaat uit volgende onderdelen:

  • analyse (uitgebreid vervolg op functieonderzoek)
  • complexe getallen (verdere en meer abstracte uitbreiding van het getalbegrip)
  • matrices en stelsels (studie van geordende groepen getallen die als geheel worden beschouwd en waarmee ook in hun geheel bewerkingen worden uitgevoerd)

In het zesde jaar komen volgende deelgebieden aan bod:

  • analyse (integraalrekening waarin totalen berekend worden zoals de oppervlakte onder een grafiek, volumes en manteloppervlakten van omwentelingslichamen, …)
  • ruimtemeetkunde (veralgemeent begrippen uit de vlakke meetkunde tot structuren met meer dan 2 dimensies)
  • telproblemen (van visuele voorstellingen om te tellen gaan we over naar formules om objecten te tellen die aan bepaalde eigenschappen voldoen)
  • statistiek (hoofddoel is de leerlingen te leren nadenken en redeneren over statistische gegevens, statistische voorstellingen en statistische uitspraken)
  • kansrekening (houdt zich bezig met situaties waarin toeval een rol speelt en draagt zo bij tot antwoorden op de maatschappelijke behoefte om onzekerheden te beheersen)

In de derde graad kan de 6-uurcursus nog uitgebreid worden tot 8 uur.

Stage (Business Support)

Stage (Business Support)

In deze studierichting krijg je nog meer praktijk alvorens te gaan werken. Je gaat anderhalve dag per week op stage. Centraal staat natuurlijk de informatica. We plaatsen je enkel in bedrijven waar met de nieuwste programma’s gewerkt wordt wat zeker van pas komt als je gaat solliciteren.

Techniek

Techniek

In het leerjaar A

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 2 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste en het 2de leerjaar A. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende toepassingsgebieden binnen techniek zijn:
  • energie
  • informatie en communicatie
  • constructie
  • transport
  • biochemie
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines maken de leerlingen kennis met deze toepassingsgebieden.
 

In het leerjaar B

Techniek (voorheen technologische opvoeding) is als technisch vak voor 6 lesuren per week opgenomen in de basisvorming van het 1ste leerjaar B. Het is een vak waarin men tracht de technische vaardigheden bij de leerlingen te ontwikkelen, daar waar onze huidige maatschappij meer dan ooit door techniek beheerst wordt. Centraal staat het denkend handelen en al doende leren, gestart vanuit een concrete probleemstelling.
 
We leren techniek:
  • begrijpen (inzicht hebben in techniek)
  • hanteren (techniek kunnen gebruiken)
  • duiden (techniek in een bredere context plaatsen)
De verschillende verkenningsgebieden binnen techniek zijn:
  • informatie- en communicatietechniek
  • verzorging
  • voeding
  • bouw
  • elektriciteit
  • hout
  • metaal
  • kunststoffen
  • schilder- en grafische technieken
  • mode
  • tuinbouw
Door het bewerken en verwerken van zoveel mogelijk grondstoffen en materialen, door het toepassen van verschillende technieken en door het gebruiken van verschillende gereedschappen en machines, maken de leerlingen kennis met deze verkenningsgebieden.
Latijn

Latijn

In de eerste graad wordt hard gewerkt aan een stevige basis voor Latijnse spraakkunst en het begrijpen en vertalen van Latijnse teksten gaat al aardig.

In het derde jaar concentreren we ons na een grondige herhaling op de zinsstructuur (een hulpmiddel trouwens bij het studeren van alle talen) en de uitbreiding van woordenschat (waarnaar heel wat hedendaagse woorden verwijzen). Daarnaast – maar niet minder belangrijk - geven de teksten een beeld van de mens in de oudheid. Bij vergelijking met een latere periode of onze tijd valt dan op dat naast vanzelfsprekende evoluties de mens zelf wellicht niet zoveel veranderde…
 
Ook in het vierde jaar wordt de taalbasis verstevigd maar lezen we vooral authentieke teksten: Caesar, bij wie we lezen hoe West-Europa in die tijd vorm kreeg; Ovidius die net als vele anderen heeft doorgewerkt in de hele kunstgeschiedenis; Plinius bij wie we o.m. zien dat natuurrampen van alle tijden zijn, enz. Hier groeit ook het besef hoe belangrijk de oudheid is voor ons denken en onze manier van samenleven.
 
In de derde graad maak je kennis met de geschriften van de grote Latijnse auteurs en  op die manier ontdek je de blijvende bijdrage van de Romeinen op het gebied van de filosofie en de rechtswetenschap. Mede als voorbereiding op de Italiëreis komen in de lessen cultuur alle aspecten van het dagelijkse leven in het Oude Rome aan bod.
Beeldende Vorming (optie)

Beeldende Vorming (optie)

Ben je …

  • verwonderd en bereid om meer te weten te komen over de kunst via allerlei media en wil je deze kennis delen en kritisch bespreken?
  • enthousiast om alleen of in groep kunstwerken te creëren waarin je laat zien wat je leerde? 
  • nieuwsgierig naar alle vormen van Kunst? 
Voor de optie Beeldende Vorming zoeken we leerlingen die een meer dan normale belangstelling hebben voor de ‘plastische uitdrukkingsvormen’. 
 
Mogelijke processen:
  • van tekening tot schaal of kop: werken met klei
  • tekenen met licht: initiatie fotografie
  • van vezel tot papier: zelf een boekje maken
  • zeg dat het gedrukt staat: hoogdruk, diepdruk en zeefdruk behoren tot de mogelijkheden
  • van spieraam tot schilderij: bespreken en verwerven van schildertechnieken
  • creëren met afvalmaterialen: modern beeldhouwen
  • inbreng van de leerlingen kan leiden tot andere creatieve processen
Spaans (optie)

Spaans (optie)

Spaans is een wereldtaal die door miljoenen mensen gesproken wordt over de hele wereld. Je kan het Spaans niet enkel gebruiken op vakantie in Spanje, maar ook in bijna alle landen van Latijns-Amerika. Spaans leren is dus nooit verloren. Maar je moet er wel iets voor doen, want een taal leren, is werken en studeren. 
Ben jij bereid om woordenschat te leren? Durf je het aan om je te verdiepen in de spraakkunst van het Spaans? Wil je meer weten over de Spaanstalige cultuur en gewoonten? Schrik je er niet voor terug om te studeren om zo een nieuwe taal te leren? Ben je niet te verlegen om Spaans te leren spreken? Dan is deze optie misschien iets voor jou! Voorkennis is absoluut niet nodig.
 
¡Hasta la vista!
Expressie (optie)

Expressie (optie)

Ben je graag met taal bezig? Vind je toneelspelen helemaal te gek? Dan is dit je kans!
De lessen taalexpressie zullen je eigen expressieve mogelijkheden vergroten. Het is vooral een praktische cursus waarbij grote actieve inbreng van de leerling wordt verwacht. 
 
Enkele activiteiten en doelen die je zeker te wachten staan:
  • lezen/acteren van toneelfragmenten en sketches
  • voorlezen van poëzie en proza (theorie en oefeningen)
  • beluisteren, bespreken en zingen van liederen (Franse chansons)
  • dramatische werkvormen juist toepassen
  • bekijken en analyseren van een theaterproductie
  • een standpunt innemen
  • je standpunt argumenteren
  • je op een vlotte manier uitdrukken in algemeen Nederlands (Frans)
  • een groep op een levendige manier toespreken
  • een verhaal boeiend vertellen
  • fictionele teksten expressief voorlezen
  • kennismaken met de Franse cultuur
  • inzicht hebben in de verschillende werkvormen die met expressie/drama te maken hebben
  • op systematische wijze bezig zijn met de verschillende aspecten van het theater waarbij de eigen ervaringen centraal staan
  • verlaging van de drempelvrees om zelf te gaan spelen
  • identificatie, niet alleen met de toneelrollen, maar ook met de “rol” van de regisseur, het publiek,…
  • samenwerken in groepsverband
  • zelfstandig leren werken
Dit is slechts een tipje van de sluier. Ben je geïnteresseerd in dit ongetwijfeld zeer boeiende vak? Aarzel dan niet langer en schrijf je in!
Technische Vorming (optie)

Technische Vorming (optie)

In de optie technische vorming gaan we werken met gereedschappen, machines en verschillende materialen. Je gaat letterlijk de handen uit de mouwen steken. Zo ga je leren werken met de houtsoorten grenen, beuk, plaatmaterialen, enz. Na handelingen als aftekenen, boren, zagen, raspen, vijlen, enz. volgt de eindafwerking. De nadruk ligt op veilig werken. Uiteindelijk maak je bruikbare voorwerpen zoals een dienbord, een broodplankje, een kaasplankje, enz.
Af en toe houden we het lekker warm. Je leert solderen: je moet een te solderen voorwerp in koperdraad plooien en de onderdelen aan elkaar solderen.
We gaan ook onze fiets van naderbij bekijken: hoe regel ik de fietsremmen? Hoe werkt de verlichting op mijn fiets en vooral waar moeten we op letten als de verlichting het laat afweten? Wie kan een lekke band herstellen? Kortom: heel wat nuttige weetjes die je jeugdige leventje van elke dag eenvoudiger maken.
Sport (optie)

Sport (optie)

Gezocht: leerlingen met het sportvirus!
 
Als je een uitgesproken interesse en aanleg voor sport hebt, bieden we je een verbreding aan in verscheidene sportdisciplines zoals zwemmen, conditie, ritmiek, soccerpal, atletiek, korfbal, rugby, baseball, …
Behoort sport tot een deel van je leven, je interesseveld, je passie en ben je sportminded ingesteld, dan is dit de juiste keuze. Niet alleen je belangstelling voor lichaamsbeweging en lichamelijke opvoeding wordt hier beloond. Ook in je verdere studieloopbaan zal deze sportbeleving, gecombineerd met je persoonlijke ontwikkeling, een belangrijke rol spelen.
 
Wat wij verwachten van jou:
  • niet bang zijn om je moe te maken
  • niet bang zijn om in weer en wind te sporten
  • je technisch en tactisch willen verbeteren in verschillende sporttakken
  • in team kunnen spelen
  • jovialiteit t.o.v. je medespelers
  • doorzettingsvermogen
Wetenschappen (optie)

Wetenschappen (optie)

Wetenschappers gezocht!
 
Hé, vraag jij je dit ook wel eens af?
  • Waarom word ik wakker als ik droom dat ik in een put val?
  • Hoe komt een regenboog aan z’n mooie kleuren?
  • Waar blijft dat klontje suiker toch als ik het in mijn koffie of thee gooi?
  • Waarom vallen ze in Australië niet van de aarde af?
  • Wat is hypnose eigenlijk?
  • Is het waar dat ik op de maan veel minder weeg?
Dit is maar een greep uit een hele hoop situaties waarover we verwonderd zijn. 
Wij werken met leerlingen die zich afvragen hoe dit alles in elkaar zit en die dit aan de hand van experimenten willen uitzoeken. Je moet ook graag de methode van echte wetenschappers gebruiken: waarnemingen doen, experimenten uitvoeren en conclusies trekken!
De leerlingen die we zoeken moeten wel de handen uit de mouwen kunnen steken. Je moet immers vooral zelf aan het werk! Je leert ook een website ontwerpen waarop je de resultaten van je werk kan publiceren. 
Voor sommige waarnemingen en experimenten zullen we wel eens op verplaatsing gaan. We dachten al aan…, nee, nog even geduld. Je hebt trouwens zelf wellicht ook heel wat vragen of ideeën die we zoveel mogelijk in ons programma willen verwerken.
Project Algemene Vakken

Project Algemene Vakken

PAV wil je vaardigheden en attitudes bijbrengen om als volwassene adequaat en zinvol te functioneren in de samenleving. Daarbij verwijzen we in de eerste plaats naar de eigen leefomgeving, maar ook naar grotere gehelen waarvan wij als mens deel uitmaken: Vlaanderen, België, Europa, de wereld, …
 
PAV vertrekt vanuit maatschappelijk relevante doelen, gericht op de sociale zelfstandigheid van de leerlingen. Zij verwerken die levensechte en herkenbare inhouden als één geheel, zoals zij ook de realiteit van het leven als één geheel ervaren, in een logische samenhang. Op die manier verhoogt hun interesse voor en hun inzicht in mens en maatschappij, zodat zij kunnen uitgroeien tot mondige, weerbare, vaardige en geëngageerde deelnemers aan de samenleving.
 
Omdat de gebeurtenissen in het dagelijks leven ons voortdurend beïnvloeden, is het belangrijk dat je deze gebeurtenissen volgt, ze in een context plaatst, ze kunt beoordelen en kritisch benaderen. De actualiteit volgen, ze koppelen aan elk onderwerp/thema dat we behandelen en ze zo ruimschoots mogelijk in de lessen aan bod laten komen, is dan ook één van de belangrijkste doelstellingen van PAV.
 
Ook reken- en taalvaardigheden worden geïntegreerd in de verschillende thema’s. Ze komen bijvoorbeeld aan bod bij het schrijven van brieven, het bekijken en beluisteren van nieuwsberichten, het deelnemen aan discussies, het werken met diagrammen, het berekenen van procenten, enz. Zowel in klasverband als tijdens groepswerk én bij zelfstandige werkopdrachten wordt er binnen PAV gewerkt met verschillende media, kranten, tijdschriften, cd-opnamen, videoreportages, naslagwerken, internet enz.
 
Mogelijke thema’s voor de tweede graad:
  • school
  • onfair
  • koken
  • media
  • relaties en seksualiteit
  • kunst
 
Mogelijke thema's voor de derde graad:
  • mijn auto
  • de Europese Unie
  • het gerecht
  • Marco Polo
  • Olympische Spelen
  • reclame
  • soaps
  • terrorisme
  • verkiezingen
  • X-treem
Voeding

Voeding

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Leefsleutels

Leefsleutels

 

Tijdens het uurtje leefsleutels kunnen leerlingen zelf onderwerpen aanbrengen waarover ze met de klas willen spreken. Verder komen de volgende thema’s aan bod:
  • positieve groepsvorming en een leuke sfeer in de klas
  • ontdekken waar je goed in bent en zelfvertrouwen krijgen
  • leren keuzes maken en doordachte beslissingen nemen
  • stilstaan bij risico’s
  • het eigen maken van vaardigheden zoals luisteren, gevoelens uiten, de gevoelens van anderen begrijpen.
Op deze manier werken we samen aan een vriendschappelijke sfeer waarin iedereen zich goed voelt.
Industriële wetenschappen

Industriële wetenschappen

In deze optie proeven leerlingen van heel wat techniek op zowel theoretisch als puur technisch vlak, zeg maar de handen uit de mouwen steken. De 5 uren zijn opgesplitst in drie blokken: twee van twee uren en een uur apart. Wekelijks betekent het ene uurtje technisch tekenen. De twee uur praktijk brengen de leerlingen in aanraking met de metaalgereedschappen en machines en het maken van (eenvoudige) elektrische schakelingen is hen evenmin vreemd. In de twee uur theorie komt onder meer uitleg over de gereedschappen, de mechanische eigenschappen van materialen, elektriciteit (oa. serie-en parallelschakeling) en de overbrengingen (mechanica) aan bod.

Moderne Wetenschappen

Moderne Wetenschappen

De disciplines die in de basisoptie moderne wetenschappen aan bod komen zijn economie, natuurwetenschappen en gedrags- en cultuurwetenschappen. Economie en gedrags- en cultuurwetenschappen komen aan bod in het vak SEI (socio-economische initiatie), natuurwetenschappen in het vak WW (wetenschappelijk werk). Deze kennismaking draagt bij tot een betere oriëntering van de leerlingen naar het derde jaar. 

Initiatie in sociaal en economisch leven (3u/week) 

 
Onder de noemer economie maken de leerlingen kennis met economie als wetenschap. Economie gaat over mensen die bezig zijn met produceren, verdelen en consumeren.
 
Inhoud:
  • De gezinnen:
    • Waar haalt het gezin het inkomen vandaan?
    • Waar gaat het inkomen van het gezin naartoe?
  • De bedrijven:
    • Welke weg legt het product af voor het bij de consument komt? 
    • Hoe worden bedrijven ingedeeld volgens functie en sector?
    • Hoe is een bedrijf organisatorisch gestructureerd?
    • Wat omvat produceren?
    • Wat heeft een bedrijf nodig om te produceren en hoe worden deze middelen gefinancierd?
    • Welke maatschappelijke rol vervult het bedrijf?
  • Markten en prijzen:
    • Wat verstaan we onder ‘markt’?
    • Hoe ontstaat de prijs?
    • Welke rol speelt de overheid bij de prijsbepaling?
  • De overheid:
    • Wat doet de overheid?
    • Waar haalt de overheid haar geld vandaan?
    • Welke zijn de belangrijkste inkomsten- en uitgavenposten op de begroting van de overheid?
  • Internationale handel en betalingen:
    • Welke kenmerken vertoont de Belgische internationale handel?
    • Welke betekenis heeft de EU voor België?
Ook aan de ‘socio’-component wordt de nodige aandacht besteed. Zonder dat vooruit wordt gelopen op de inhouden van het leerplan humane wetenschappen, krijgen de leerlingen een idee van aspecten van gedrags- en cultuurwetenschappen. Ze leren aandacht hebben voor het gedrag van mensen, individueel en in groep. Ze observeren dit gedrag en zoeken naar verklaringen. In de kennismaking met cultuurwetenschappen bestuderen ze enkele elementen die onze cultuur bepalen zoals reclame, media en politiek.
 

Wetenschappelijk werk (2u./week)

 
Tijdens deze lesuren maken de leerlingen voor het eerst kennis met natuurkunde en chemie. We leren een wetenschappelijke methode gebruiken. We leren nauwkeurig waarnemen. 
We leren hoe we experimenten moeten opzetten en veilig uitvoeren. We leren onze gegevens in grafieken verwerken. Door waarnemen, experimenteren, meten en rekenen zoeken we naar natuurwetten. 
We werken vaak in groepjes. Waar mogelijk verwerken we de resultaten met de computer.
 
Mogelijke onderwerpen:
  • Elektriciteit
    • inleidende begrippen
    • geleiden of isoleren
    • stroomsterkte
    • spanning
    • roosters
    • wet van Ohm
    • elektrolyse
  • Massa, volume en dichtheid
  • Krachten
  • Stoffen in en om het huis
  • Geluid
  • Kleuren
 
Verder wordt er tweemaal per jaar een project georganiseerd waarbij zowel SEI als WW aan bod komen.
Techniek-Wetenschappen

Techniek-Wetenschappen

Techniek-wetenschappen is een onderdeel van de natuurwetenschappen, o.a. biologie, fysica, chemie en aardrijkskunde. 
 
We leren steeds inleidende begrippen die indien mogelijk vanuit deze verschillende wetenschappen worden onderzocht. Dat onderzoek wordt ondersteund met experimenten (demonstratie- en leerlingenproeven).
 
Tijdens deze experimenten is ons doel: waarnemen, verslag uitbrengen, besluiten leren trekken en vooral ordelijk, nauwkeurig en veilig leren werken.
 
Enkele onderwerpen zijn:
  • microscopie
  • milieu
  • bodem- en wateronderzoek
  • excursie naar bos of park
  • scheidingstechnieken
  • meettechnieken
  • warmte
  • elektriciteit
Sociale en Technische Vorming

Sociale en Technische Vorming

Deze optie bestaat uit 2 onderdelen: theorie (2u) en de toepassing van deze theorie (3u)

De theoretische vakken die hier aan bod komen zijn: 

  • meettechnieken: massa, lengte, temperatuur en tijd
  • elektriciteit
  • ergonomie 

Deze theorievakken worden praktisch toegepast in het vak realisatietechnieken.
We geven hier een voorbeeld om te verduidelijken hoe het in de praktijk werkt:

  • theorie:
    • meettechnieken:
      • leren omzetten en berekenen van massa (kg → g)
      • leren hoe weegschalen werken, voor- en nadelen van bepaalde weegschalen
    • elektriciteit: leren hoe elektriciteit wordt omgezet in warmte
  • toepassing van deze theorie in de praktijk = realisatietechnieken:
    • ingrediënten afwegen
    • bakken van de cake in de oven
    • de oven is een toestel dat elektriciteit omzet in warmte
  • Tijdens de lessen zal men ook steeds rekening houden met het sociale aspect: samen werken is samenwerken.

 

De leerlingen die de optie STV kiezen, bereiden we voor op 3TSO. Voor Frans en wiskunde krijgen zij aparte lessen. Voor wiskunde wordt de basisleerstof extra ingeoefend en komt de verdiepingsleerstof minder aan bod. Voor Frans krijgen de leerlingen voor hun taaltaken meer hulpmiddelen aangereikt. Alle andere vakken volgen de leerlingen samen met de andere opties.

Computervaardigheden

Computervaardigheden

  • De computer opstarten en afsluiten
  • De muistechnieken
  • De computerapparatuur
  • De programmatuur
  • De systeemsoftware
  • De toepassingssoftware
  • De geheugentypes
  • Het bewaargeheugen
  • Het werkgeheugen
  • Gezond computergebruik
  • Het besturingssysteem Windows
  • Werken met toepassingsprogramma’s
  • Vaardig omgaan met het computerklavier
  • Werken met tekeningen
  • Eenvoudige computertoepassingen
    • De rekenmachine
    • De prijsaanvraag
    • Bestellingen
    • Verkoopfacturen maken
    • Klantenkaarten bijhouden
    • Opzoeken op Internet
Leef- en Woonsituatie

Leef- en Woonsituatie

Dit vak bestaat uit drie delen: woning, textiel, decoratieve werkvormen.
  • Woning: in dit onderdeel wordt de slaapkamer en de badkamer besproken. Alle materialen die nodig zijn voor de inrichting en het onderhoud van deze ruimtes, komen aan bod.
  • Textiel: tijdens deze lessen wordt initiatie gegeven i.v.m. strijken, de handwas en de bediening van de wasmachine.
  • Decoratieve werkvormen:
    • verwerken van papier: kaarten en kaders
    • verwerken van textiel: borduren op badhanddoek
    • verwerken van hout: trekvogel d.m.v. figuurzagen
Personenzorg

Personenzorg

Het pakket personenzorg wil bijdragen tot de totale persoonlijkheidsvorming van de leerlingen. Tijdens deze lessen spreken we over de verschillende delen van het lichaam en de verzorging ervan. De leerlingen vertellen uit eigen ervaring en de leerkracht vult aan en beantwoordt de eventuele vragen. Na elk deelthema bespreken we hoe we de meest voorkomende kwaaltjes kunnen voorkomen en verzorgen.
De verschillende onderwerpen zijn:
  • mijn uiterlijk en voorkomen
  • zorgen aan handen en voeten
  • haar en haarzorg
  • huid en huidverzorging
  • gelaatsreiniging en –verzorging
  • mond- en gebitszorg
  • zorg voor zintuigen
  • zorg voor kleding en schoeisel
  • zorg voor lichaamshouding
  • mijn veranderende lichaam
Initiatie in Administratie en Verkoop

Initiatie in Administratie en Verkoop

  • Administratie en verkoop in ons dagelijks leven
    • op verkenning in de wereld van de handel
    • de klant is koning
    • een handelaar wil winst maken
    • het belang van de handel
    • de verkooppunten
  • Kopen en verkopen
    • het koopproces
    • snel en juist rekenen
    • de BTW
    • eerst aankopen … dan verkopen
    • betalen in de handel:
    • overschrijving
    • bankkaart – kredietkaart
  • De reclame
  • De kantooromgeving
    • hoe zit een bedrijf in elkaar?
    • op zoek naar een toffe job
    • het ideale kantoor
    • kantoorapparatuur
Economie

Economie

Economie is de studie van 'huishouding'. Een soort huishouding kennen we allemaal, nl. het gezin met zijn uitgaven en inkomsten. Ook de bedrijven en de overheid hebben zo'n huishouding. Op nog breder niveau is er internationale samenwerking en spreken we over wereldhandel. Op die manier kunnen we een verband zien tussen de gezinshuishouding en de wereldhandel. Het economisch gebeuren wordt samengevat in de economische kringloop, een overzicht van de weg die goederen en gelden afleggen.
 
In het derde jaar gaan we in op alle aspecten van ondernemen zoals blijkt uit de 3 thema's die behandeld worden:
  • de kern van het ondernemen
  • werken in de onderneming
  • ondernemen is risico's nemen en beheersen

In het vierde jaar komen volgende thema's aan bod:

  • waarom zijn sommige bedrijven groot en blijven andere klein
  • werken voor de wereldmarkt
  • groei en welvaart
  • ethisch ondernemen: het te verwachten ondernemingsgedrag
 
In de derde graad wordt de leerstof economie opgedeeld in het deelgebied algemene economie en het deelgebied bedrijfswetenschappen.
  • Algemene economie
    Waar het in de tweede graad vooral belangrijk was inzicht te verwerven in de wereld waarin we leven, krijgt de leerstof algemene economie in de derde graad een meer analytisch karakter. Je krijgt inzicht in de kracht en de beperkingen van het economisch marktsysteem en in het feit waarom bepaalde economieën beter zijn dan andere in het creëren van welvaart en de verdeling ervan. Hierbij komen volgende thema's aan bod:
    • in het vijfde jaar maken we een micro-economische (op het niveau van bedrijven en gezinnen) en een macro-economische analyse (op nationaal niveau)
    • in het zesde jaar worden de nationale economie (met o.m. de ontwikkeling van het BBP, conjunctuurschommelingen en de overheidsmaatregelen om die schommelingen bij te sturen en het geldsysteem) en de internationale economie (het internationaal handelsverkeer en het internationaal betalingsverkeer) behandeld
  • Bedrijfswetenschappen
    Om de verschillende aspecten van het ondernemen met elkaar in verband te brengen, wordt vertrokken van de 'stakeholderstheorie' waarbij een bedrijf wordt beschouwd als een netwerk van relaties die samen de missie en de doelstellingen van de onderneming bepalen.
    De leerstof bedrijfswetenschappen wil aanknopingspunten bieden met deze nieuwe ontwikkelingen in het bedrijfsleven en daarbij komen volgende thema's aan bod: ondernemen is
    • een visie ontwikkelen
    • toegevoegde waarde creëren
    • is samenwerken
    • de toegevoegde waarde verdelen
    • de prestaties evalueren
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

In dit vak bevinden we ons op het terrein van de handelaar met zijn commerciële en  financiële verrichtingen. Het komt er nu op aan om die verrichtingen boekhoudkundig te verwerken aan de hand van documenten zoals facturen, kas- en bankdocumenten, loonstaten, afschrijvingstabellen, …
Vanuit die boekhouding krijgen we dan inzicht in de prestaties van de onderneming en kunnen we de vereiste informatie verschaffen aan de Dienst van de directe en indirecte belastingen. Bovendien moet de boekhouding ons in staat stellen om een financiële analyse te maken: interessante informatie voor aandeelhouders, financiële instellingen en andere schuldeisers.
 
In het derde jaar gaat het over:
  • de vereenvoudigde boekhouding: het bijhouden van dagboeken (verkoopdagboek en klantenkaarten aankoopdagboek en leverancierskaarten financiële dagboeken)
  • de dubbele boekhouding: inleiding tot het dubbel boekhouden: de balansrekeningen (bezittingen en schulden) de resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten)
In het vierde jaar gaat het over de dubbele boekhouding met de volledige verwerking van alle activiteiten (bedrijfs-, financiële en uitzonderlijke) met afsluiting van het boekjaar (eindejaarsverrichtingen) en aangifte van de BTW, de beoordeling van het resultaat en de balansstructuur (financiële analyse)
Toegepaste Informatica

Toegepaste Informatica

  • De basisvaardigheden voor het werken met de computer
  • Klaviervaardigheid en muisbesturing
  • Tekstverwerking met het Officeprogramma WORD
  • EXCEL: het elektronische rekenblad
  • ACCESS: gegevens verwerken en bewerken
  • Werken op internet
  • Werken met een tekenpakket: PAINT
  • De computerconfiguratie en het besturingssysteem
  • Nieuwe tendensen en ontwikkelingen
  • Maatschappelijk-ethische aspecten
Administratieve Vorming

Administratieve Vorming

  • Een gezinshuishouding voeren
  • Een vereenvoudigde boekhouding
  • De kantoorinrichting en klasseren
  • De overgang van een kleine naar een middelgrote onderneming
  • De basisprincipes van een dubbele boekhouding
  • Verrichtingen: aankopen, verkopen, BTW-aangifte, financiële verrichtingen
  • Eindejaarsverrichtingen
  • Communicatie
  • Een vergadering ondersteunen
  • Magazijn en expeditie: de magazijnmedewerker en de voorraadadministratie
Cultuurwetenschappen

Cultuurwetenschappen

In dit vak bestuderen we cultuurfenomenen als uitingen van de mens. Zo maken we kennis met o.a. economie, recht, media, kunst en met de wetenschappen die deze domeinen bestuderen. Observatie en kritische reflectie leiden tot een visie op de samenhang van cultuurverschijnselen met de samenleving waarin ze functioneren.
 
Het derde jaar maakt je vertrouwd met een aantal begrippen en mechanismen i.v.m. cultuur en een aantal wetenschappen die aspecten van cultuur bestuderen. De cultuuroverdracht langs de media – van verhalen over pers tot reclame – is een volgend thema.
 
Het vierde jaar concentreert zich op de thema’s ‘welvaart en welzijn’ en ‘omgaan met kunst’.
 
In het vijfde jaar:
  • Media en samenleving:
    In het thema Cultuuroverdracht en massamedia maak je kennis met het pers- en omroeplandschap in Vlaanderen en met enkele gebruiksvormen. In de derde graad ligt het accent op de maatschappelijke betekenis van de media. Er wordt o.a. onderzocht hoe diverse mechanismen het werkingsproces van de media positief of negatief kunnen beïnvloeden, of hoe overheid en media zich tot elkaar verhouden.
  • Denken over…:
    In dit thema wordt nagedacht over mens, wereld, god en over het denken zelf, zowel in het heden als in het verleden. Zo krijgt dit deel een uitgesproken filosofisch karakter. Vanuit een inleiding op wat filosofie eigenlijk is, of onderwerpen uit de wijsgerige antropologie, sociale filosofie, wetenschapsfilosofie en ethiek leer je hierbij argumenteren en onderzoeksvaardigheden toepassen.
In het zesde jaar:
  • Politiek en recht:
    Dit thema beschrijft twee maatschappelijke velden: het politieke en het juridische veld. Het thema Welvaart en welzijn bevat een summiere beschrijving en situering van diverse maatschappelijke velden als kader voor het socio-economische veld. Als vervolg daarop komen nu twee andere velden meer uitgebreid aan bod. Bijzondere aandacht gaat in dit thema ook naar samenhang binnen en tussen de bestudeerde velden en naar veranderingsprocessen.
  • Kunst en maatschappij:
    In het thema 'Omgaan met kunst' wordt de kunst benaderd vanuit de toeschouwer; we gaan in op de maatschappelijke betekenis van kunst. Aan de hand van voorbeelden uit telkens het heden en het verleden worden diverse functies van kunst gebruikt als invalshoeken voor reflectie, komt de positie van de kunstenaar aan bod en onderzoek je de wederzijdse beïnvloeding van wetenschap/techniek en kunst.
Gedragswetenschappen

Gedragswetenschappen

Hier bestuderen we de mens als individu en het samenleven van mensen in een maatschappij. We maken kennis met een aantal visies op mens en samenleving vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines, vooral vanuit de psychologie (wetenschap die de bewustzijnsverschijnselen onderzoekt en tracht te verklaren), sociologie (studie van het maatschappelijk leven van de mens) en antropologie (leer over de oorsprong, het wezen en de bestemming van de mens).
 
In het derde jaar staat de groei van de mens in de verschillende levensfasen centraal.
 
In het vierde jaar gaat de aandacht voornamelijk naar de interactie met de buitenwereld waarin communicatie en gedrag een belangrijke rol spelen (persoonlijke relaties; relatie individu – organisatie).
 
In de derde graad staat de wijze waarop een individu en een samenleving functioneren centraal, evenals de wisselwerking tussen beide. Je  maakt kennis met o.m. interpretatiekaders en verklaringsmodellen uit verschillende wetenschappelijke disciplines - zoals psychologie, sociologie, antropologie - die de studie van mens en samenleving mogelijk maken.
 
In het vijfde jaar:
  • Zichzelf worden en zichzelf zijn:
    Elke persoon probeert zichzelf te worden in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Uiteraard speelt de omgeving maar ook het eigen temperament hierin een belangrijke rol. Via zelfexpressie toont de persoon wie hij is.
  • Zelfkennis, wetenschappelijk en voorwetenschappelijk:
    Doorheen zijn ontwikkeling bouwt de persoon kennis op over zichzelf. Toch leidt zelfkennis nooit tot een objectieve beschrijving van de persoon. De ontwikkeling van zelfkennis is een uitermate complex proces waarin de anderen een zeer belangrijke rol spelen. Die relaties kleuren mee het beeld en de kennis die de persoon gaandeweg over zichzelf ontwikkelt. Anderzijds gebruikt hij die kennis vervolgens in zijn relaties met anderen en om zin en richting te geven aan het eigen leven. De wetenschap kan mensen helpen om op een methodische manier tot zelfbeschrijving te komen.
  • Zichzelf worden, zichzelf zijn: vanzelfsprekend?
    Eigenheid is geen statisch gegeven. Verschillende factoren hebben er hun invloed op, zowel in positieve als in negatieve zin. In dit thema komen diverse factoren aan bod, ook vanuit wetenschappelijke experimenten. Verder behandelt men ook de gevolgen van storende factoren in de ontwikkeling.
In het zesde jaar:
  • Met verschillen samenleven:
    Diversiteit vindt men terug op verschillende niveaus: verschillen tussen individuen, tussen individuen en groepen en tussen groepen onderling. Toenemende globalisering confronteert de hedendaagse mens sterker dan voorheen met diversiteit op verschillende vlakken. Deze confrontatie kan een rijkdom betekenen, maar ook een bron van ergernis.
  • Diversiteit kan leiden tot conflicten:
    Dit thema behandelt de impact voor individu, groep en maatschappij als men niet met de diversiteit kan omgaan. Er ontstaan spanningen en conflicten op persoonlijk vlak, binnen de groep en binnen de maatschappij.
Sociale Wetenschappen

Sociale Wetenschappen

In sociale wetenschappen staat de mens centraal. Via verschillende werkvormen verwerf je vaardigheden die je als mens beter laten functioneren. Je krijgt een beter inzicht over:
  • jezelf
  • je studiehouding
  • verschillende leerprocessen
  • communicatie
In de derde graad staan de mens en zijn gedrag centraal. In de lessen sociale wetenschappen wordt er onderzocht hoe de lichamelijke, cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de mens verloopt. Je bestudeert welke factoren een individu en zijn gedrag kunnen beïnvloeden en je leert passend te communiceren in verschillende situaties. Ook de verschillende deelsystemen binnen een samenleving komen aan bod alsook hoe men als mens deel uitmaakt van de samenleving.
Integrale Opdrachten

Integrale Opdrachten

Integrale opdrachten is een vak dat is ontstaan uit de nieuwe onderwijsopvattingen. Daarbij zien we dat leren meer is dan alleen maar kennisoverdracht en dat het aanleren van vaardigheden, motivatie, orde en een juiste houding ook zeer belangrijk zijn.

Een integrale opdracht bestaat uit een combinatie van verschillende vakken: natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, voeding en expressie, maar ook andere vakken kunnen opgenomen worden. Uit deze vakken ontstaan projecten met als doelstelling te werken aan de competenties van de leerlingen. 
De leerlingen zullen de volgende competenties ontwikkelen:
  • Sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke thema’s onderzoeken.
  • Binnen een welomschreven opdracht een persoonsgerichte activiteit voor een groep kunnen organiseren of een maaltijd bereiden.
  • Iets mondeling kunnen presteren voor een groep.
  • Betekenis kunnen geven aan de eigen studieloopbaan.

 

In voeding staat het aanleren van basisvaardigheden centraal. Je leert een maaltijd voorbereiden, bereiden en presenteren met extra aandacht voor kwaliteit, gezondheid en hygiënisch werken.

 

Projecten

Projecten

In een aantal vakken krijgen de leerlingen de kans om kennis te maken met de werkvloer rekening houdend met:
  • kwaliteitsbewust handelen
  • milieubewust handelen
  • veilig handelen
  • ergonomisch handelen
  • hygiënisch handelen
  • economisch handelen
  • respectvol handelen
Zorg voor Gezondheid en Welzijn

Zorg voor Gezondheid en Welzijn

De leerling wordt geconfronteerd met een eigentijdse visie op gezondheid en welzijn. Door toepassing van EHBO kan de leerling noodsituaties in de school herkennen en daarop gepast reageren.
Door projectwerk zullen de leerlingen kunnen participeren aan en kennismaken met gezondheidsbevordering van een bepaalde doelgroep. Andere onderwerpen die zeker ook aan bod komen:
  • voeding en stofwisseling
  • uitscheiding (bv. leerlingen kleden de kleuter aan na een toiletbezoek)
  • ademhalingsstelsel
  • bewegingsstelsel
  • kenmerken van seksualiteit en voortplanting
Voeding: theorie

Voeding: theorie

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Voeding: praktijk

Voeding: praktijk

Hier leert de leerling een eenvoudige maaltijd plannen, voorbereiden en bereiden voor een welbepaalde doelgroep a.d.h.v. de actieve voedingsdriehoek die toegelicht wordt tijdens de theorielessen.
Leerlingen bestuderen ook kritisch bepaalde maatschappelijke tendensen zoals het gebruik van kant- en klare maaltijden. Zij kopen goederen aan a.d.h.v. een besproken lijstje en leren die op de juiste manier bewaren.
Er wordt ook aandacht besteed aan het dekken van de tafel en het samen een maaltijd nemen volgens afgesproken regels.
Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Zorg voor textiel en omgeving: theorie

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.
Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Zorg voor textiel en omgeving: praktijk

Textiel
Zorg voor linnen is een belangrijk onderdeel van dit vak.  Di betekent: passende nazorg van linnen (wassen, strijken,…) en het correct omgaan met groothuishoudelijke toestellen zoals wasmachines, strijkijzers,…
 
Omgeving
Hier staat zorg dragen voor lokalen, keukens en leefruimten centraal.

 

Sociale vaardigheden en communicatie

Sociale vaardigheden en communicatie

Hier wordt aandacht besteed aan vlot communiceren (telefoon, SMS, email, …). Ook het afstemmen van de eigen communicatie op de groep komt aan bod en de leerling leert inschatten welk effect het eigen handelen heeft op de groep.

Seminaries

Seminaries

In alle ASO-richtingen wordt vanaf het vijfde jaar het aantal lesuren dat aan 'vakken' wordt besteed tot 30 uur herleid. Per week worden er twee uren geïnvesteerd in de zogeheten seminaries. Die twee uren worden gebruikt om een aantal vakoverschrijdende eindtermen en projecten te realiseren, om seminariewerk in te lassen, zelfstudie te promoten of wetenschappelijk onderzoek op te zetten. Tijdens de seminaries worden geen traditionele ‘vakken’ gegeven.
 
In het vijfde jaar wordt gewerkt rond kleine projecten, waarin een aantal vaardigheden worden ingeoefend: een portofolio samenstellen, een powerpointpresentatie maken, bronnenonderzoek, wetenschappelijke teksten analyseren en synthetiseren, werken in groepsverband, presenteren, zelfevaluatie… Naarmate het jaar vordert wordt de moeilijkheidsgraad opgedreven, komen er meer vaardigheden aan bod in grotere projecten die al dan niet aansluiten bij het studiedomein. Elk schooljaar krijgen de leerlingen de kans om hun project voor te stellen aan een ruimer publiek: het 'toonmoment'. In het vijfde jaar worden leerlingen nog van dichtbij begeleid door de leerkrachten.
 
In het zesde jaar kiezen de leerlingen voor een project dat gelinkt is aan een vak of voor een vakoverstijgend project. Het seminarie wordt daardoor een intense manier om zich op een studie in het hoger onderwijs voor te bereiden. Al naargelang de studierichting bestaat de keuze naast het vakoverstijgend project uit een vreemdetalenproject, verdieping wiskunde, verdieping of aanvulling wetenschappen, de basis van bedrijfseconomie of uitdieping van de dubbele boekhouding. In de studierichting humane wetenschappen vormen drie projecten – statistiek, verdieping cultuurwetenschappen en gedragswetenschappen - de ideale voorbereiding op heel wat studierichtingen in het sociale veld. Naast deze projecten worden de leerlingen het hele jaar door verder gecoacht en voorbereid om een zo ernstig en gefundeerd mogelijke definitieve studiekeuze te maken.
Bedrijfseconomie

Bedrijfseconomie

Hier leer je economisch bezig zijn op basis van sociale en ethische waarden. Wat betekenen in deze sector persoonlijk engagement en een gezonde levenshouding? Hoe zorg je voor een positief zelfbeeld, ondersteund door kwaliteitsgericht handelen?
Wel, je leert met talen omgaan, zowel op het louter persoonlijke vlak als op het commerciële; hoe spreek je, schrijf je in je internationale vriendenkring en hoe lees en bespreek je bvb. verkoopscontracten. Deze talenkennis is één van de sterke punten waaraan je kan werken.
In eerste instantie gaat je aandacht naar de onderneming in al haar aspecten.
  • Met wie en waarmee kom je allemaal in contact: werkgevers, werknemers, stakeholders, producten, promotie enz.
  • In de commerciële en administratieve verrichtingen verdiep je je kennis met o.a. de voorraadadministratie en de btw-reglementering, in het boeken van aan- en verkopen en de administratieve verwerking hiervan.
  • Ook de beleidsaspecten van een onderneming komen aan bod: sociale zekerheid, verzekeringen, fiscaliteit, boekhouding als beleidsinstrument, het duurzaam ondernemen en tenslotte facetten van commercieel, buitenlands en investeringsbeleid, financieel en personeelsbeleid.
  • Een extra is dat alle aspecten van bedrijfsbeheer verweven zitten in dit vak wat een belangrijke meerwaarde voor deze richting blijft.
Administratie

Administratie

Je hebt na het zesde jaar Kantoor heel wat kennis en technieken verworven van een boekhoudkundig en administratief medewerker. In de lessen Administratie zullen deze verworven vaardigheden geïntegreerd worden in de uitwerking van bedrijfsgerichte cases. Hierbij zal er vooral aandacht zijn voor attitudevorming.
In elke case zitten diverse opdrachten zodat tijdens het schooljaar alle aspecten eigen aan de kantoorjob aan bod komen. De inhoud van de cases neemt toe in complexiteit en moeilijkheidsgraad.
Seminaries (Kantoor)

Seminaries (Kantoor)

Je leert in verschillende vakken heel wat technieken en vaardigheden aan. De seminaries zijn bedoeld om de integratie van de verworven en van de nieuwe vaardigheden en technieken tot stand te brengen. Verder worden in de lessen seminaries bepaalde leerstofonderdelen verder ingeoefend en uitgediept.
 
In het vijfde jaar word je voorbereid op de bedrijfsstages: de stagevoorbereiding, de verkenning van het beroepenveld en de exploratie van de toekomstmogelijkheden komen aan bod. In het 6de leerjaar toets je tijdens de stages je opleiding aan de reële beroepspraktijk.
 
Enkele onderwerpen die aan bod komen tijdens de seminaries:
  • kantoorsimulatie of virtueel kantoor (Fvisem): je werkt in een nagebootste kantoorsituatie; wat in een bedrijf gebeurt, wordt ook hier uitgevoerd; alleen worden er geen tastbare producten verhandeld; aan- en verkoop is puur virtueel; de aandacht concentreert zich volledig op documenten en procedures, m.a.w. het actieterrein van administratieve medewerkers
  • bedrijfsbezoeken (Coca-Cola, Haven Antwerpen)
  • training van sociale en communicatieve vaardigheden
  • diverse projecten: telefoneren, etiquette (kleding, begroeting, bezoekers ontvangen, tafelmanieren, …)
De leerstofonderdelen kunnen variëren volgens de noden en tekorten in bepaalde vakken of praktijkgericht. Het zijn vakdoorbrekende projecten waarbij het geïntegreerd werken aan bod komt.
Stage (Kantoor)

Stage (Kantoor)

De stage dient om je voor te bereiden op het beroepsleven door ervaring op te doen, om de kloof tussen school en bedrijf te overbruggen, om je kantooropleiding te vervolmaken, om te wennen aan het arbeidsmilieu en je persoonlijkheid te vormen.
 
Gedurende deze stageperiode overwinnen vele leerlingen hun schuchterheid, overgevoeligheid en oppervlakkigheid. Zij verwerven sociale zin en maturiteit.
 
Organisatorische aspecten:
  • je doet anderhalve dag per week stage in een bedrijf 
  • de stageplaatsen situeren zich bij grote en middelgrote ondernemingen; er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid inzake de aard van de onderneming
  • de school plaatst je; bij de verdeling van de stageplaatsen wordt rekening gehouden met de verwachting van de onderneming enerzijds en je kennis en verplaatsingsmogelijkheden anderzijds; de stage is onbezoldigd
Taak van de leerling:
  • elke stagedag maak je een rapport van de uitgevoerde taken
  • maandelijks maak je een taak i.v.m. observaties, persoonlijke indrukken, …
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie

Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.

Beroepsgerichte zorgkunde

Beroepsgerichte zorgkunde

Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.

Biologie van de mens

Biologie van de mens

Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.

Stage (JGZ)

Stage (JGZ)

Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.

Expressie en animatie

Expressie en animatie

Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden

Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.

Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
Omgangskunde: theorie

Omgangskunde: theorie

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Omgangskunde: praktijk

Omgangskunde: praktijk

In de richting verzorging is het van groot belang dat je leert omgaan met jezelf en met anderen.
Geleidelijk aan leer je hoe je respectvol kunt omgaan met kinderen, oudere zorgvragers en andere hulpbehoevenden, en dit elk met hun psychische, sociale en fysieke noden.
Tijdens deze lessen krijg je inzicht in de ontwikkeling van het kind en de specifieke problemen bij het ouder worden.
Stage (Verzorging)

Stage (Verzorging)

Op stage leer je de theorie omzetten in praktijk. Er wordt van jou stiptheid, inzet en verantwoordelijkheidszin gevraagd. Men moet op jou kunnen rekenen!
Je werkt in een team, wordt begeleid door een stagementor en een stagebegeleid(st)er. Tijdens de stage leer je wat jouw sterke punten zijn en waar je nog aan moet werken. Zowel jouw attitude en kennis als jouw vaardigheden worden regelmatig met jou besproken. Stageverslagen dienen om de theoretische kennis te toetsen aan de praktijk. 
 
In het vijfde en zesde jaar loop je stage in kinderdagverblijven of minicrèches en rust- en verzorgingstehuizen. Eén periode in het zesde jaar krijg je de keuze tussen stage bij kinderen of bij oudere zorgvragers.
 
In het zevende jaar kies je specifiek voor kinderzorg of thuis- en bejaardenzorg.
  • In de richting kinderzorg loop je stage in kinderdagverblijven, buitenschoolse kinderopvang, kleuterschool of op de kinderafdeling van een ziekenhuis.
  • In thuis- en bejaardenzorg loop je stage in een rust- en verzorgingstehuis, in de thuiszorg en in een ziekenhuis. 
Je krijgt in het zevende jaar ook een keuzestage, een projectweek. Je gaat zelf op zoek naar een stageplaats waar je extra ervaring wil opdoen.
 
Participatie aan de arbeidsmarkt

Participatie aan de arbeidsmarkt

Dit vak krijg je in het zesde jaar verzorging. Je leert stilstaan bij de rechten en plichten van je beroep. Je verkent verschillende organisaties binnen de welzijnszorg en gezondheidszorg. De basisbeginselen van sociaal recht worden eenvoudig uitgelegd. Actualiteit in verband met het werkveld komt in deze lessen regelmatig aan bod.

Verzorging: theorie

Verzorging: theorie

Tijdens de theoretische lessen gaat de aandacht vooral naar een warm menselijke zorg op maat. 
Je krijgt stilaan inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt en hoe je verantwoord kunt handelen in zorgsituaties.
Als toekomstige verzorgende heb je een modelfunctie in het voorleven van een gezonde levensstijl. In verzorging wordt daarom aandacht gegeven aan gezondheidsgedrag en preventie.
In de praktijklessen leer je verzorgingstechnieken vlot en nauwkeurig uit te voeren, rekening houdend met hygiëne, zelfzorg, comfort, veiligheid, …
5
Zorg voor woon- en leefsituatie

Zorg voor woon- en leefsituatie

Wonen en leven bepaalt de dag van elke persoon op verschillende vlakken. Huishoudelijke taken vormen een groot deel van het dagelijks leven. 
De voeding van de verschillende zorgvragers, inrichting van de instelling op vlak van verfraaiing, veiligheid en onderhoud van verschillende materialen worden aan de hand van situaties (herkenbaar vanuit de stage) uitgewerkt.
3
Lichamelijke Opvoeding
2
• facultatief