Jeugd- en gehandicaptenzorg
Hier kies je nog voor een vrij algemene vorming zodat je na de derde graad met een degelijke basis verder kan studeren.
Centraal staat de beroepsgerichte opleiding tot opvoeder of begeleider van kinderen met sociale problemen en van personen met een beperking.
Naast de theoretische kennis staat het verwerven van attitudes en vaardigheden centraal: verantwoordelijkheidszin, sociale betrokkenheid, teamwork, empathie, … Willen werken aan jezelf betekent openstaan voor feedback om een goede opvoeder of begeleider te worden.
In deze opleiding loop je ook veel stage. Zo kan je aantonen dat je werkelijk in de sociale sector wilt werken. De stages loop je hier voornamelijk bij personen met een beperking.
Een overgang vanuit STW of HUWE in de 2de graad is de meest logische stap, maar andere overstappen blijven mogelijk.
Voor de geïntegreerde proef gaan de leerlingen in het zesde jaar Jeugd- en Gehandicaptenzorg vanuit observaties zelf op zoek naar een thema (verbonden met de stageplaats) waarmee ze aan de slag kunnen. Ze moeten observeren, informeren en zoveel mogelijk te werk gaan als een goede opvoeder; dit wil zeggen meer te weten komen over de problematiek waarmee de opvoeder te maken krijgt en op zoek gaan naar een goede aanpak.
Na de eerste stageperiode in het eerste trimester verdiepen de leerlingen zich in het gekozen thema: vertellen waarom er voor dit thema gekozen werd, voorstelling van het thema, een duidelijke vraagstelling formuleren en een praktijkvoorstel uitwerken. Tijdens de tweede stageperiode in het derde trimester gaan de leerlingen hun praktijkvoorstel uitvoeren/testen. Na de tweede stageperiode gaan de leerlingen aan de hand van hun observatiegegevens het praktijkvoorstel evalueren en nadien een voorstel formuleren voor het opvoedersteam. Een mondelinge voorstelling van het praktijkvoorstel voor een jury en de klasgenoten sluit de geïntegreerde proef af.
Lestabel 5e jaar
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie
Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.
4
Beroepsgerichte zorgkunde
Beroepsgerichte zorgkunde
Wat maakt de opvoeder/begeleider tot een goede verzorger die respectvol omgaat met de mens; in zorgkunde leer je over welke zorgvaardigheden je moet beschikken; dat gaat zowel over de dagelijkse lichaamshygiëne als over het helpen bij de maaltijd, het verzorgen van wonden, het geven van geneesmiddelen tot en met reanimatie.
2
Biologie van de mens
Biologie van de mens
Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.
2
Stage (JGZ)
Stage (JGZ)
Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.
4
Expressie en animatie
Expressie en animatie
Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).
2
Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden
Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden
Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.
4
Lestabel 6e jaar
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie
Beroepsgerichte pedagogiek en psychologie
Hier leer je wat opvoeding is, wat de rol daarvan is in de ontwikkeling van het kind en hoe je pedagogisch verantwoord moet handelen om mensen te helpen, om problemen te voorkomen of op te lossen; je krijgt inzicht in de ontwikkelingsfasen van baby tot bejaarde en leert hoe je met elke leeftijdsgroep best omgaat en je refelecteert over het opvoedingsdoel, de middelen, de verschillen in milieu en je krijgt zicht op wat elke mens nodig heeft gedurende zijn leven – wat zijn de menselijke behoeften van klein tot groot.
1
Biologie van de mens
Biologie van de mens
Biologie staat in het teken van het herkennen van ziektebeelden, aangeboren aandoeningen en of die erfelijk zijn of niet en opgelopen aandoeningen zoals verwondingen, slijtage, ontstekingen enz. (hiermee maken ze verder ook kennis in het vak verzorging); hiervoor is een grondige kennis nodig van de mens op biologisch vlak in al zijn facetten.
2
Stage (JGZ)
Stage (JGZ)
Tijdens de stages voer je in praktijk de kerntaken van een opvoeder/begeleider uit bij kinderen, jongeren en volwassenen in instellingen bvb. in buloscholen en instellingen voor personen met een handicap; hier leer je dus pedagogisch verantwoord op te treden in opvoedings- en begeleidingssituaties en doe je beroepservaring op.
8
Expressie en animatie
Expressie en animatie
Expressie en animatie veronderstellen creativiteit en omvatten zowel vertellen, voorlezen, woordspelletjes als werken met verschillende materialen, dans en muzikale expressie, lichaamsexpressie, algemeen ontspannende spelletjes en hoe je dit alles zelf voorbereidt om zowel kleine groepen als individuen te kunnen begeleiden binnen de gewone leefsituatie of naar aanleiding van feesten (meestal in relatie met het vak orthopedagogiek).
2
Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden
Orthopedagogiek en orthopedagogische vaardigheden
Naast de pedagogie - het verantwoord handelen in een opvoedingssituatie - gaat het in orthopedagogie over de orthopedagogische benadering van mensen met een handicap, over orthopedagogische vaardigheden bvb. werken met personen met een fysieke of meervoudige handicap, met kinderen/jongeren met gedrags-, emotionele of algemeen opvoedingsproblemen; het gaat eveneens over het werken in teamverband, met leefgroepen of in gezinsverband.
5
Sociale en technische wetenschappen
Met STW kies je nog voor een vrij algemene vorming zodat je na de derde graad met een degelijke basis verder kan studeren. In deze richting leer je de wisselwerking mens, voeding en milieu en je eigen positie daarin te verkennen. De wetenschappelijke onderbouwing gebeurt vanuit toegepaste natuurwetenschappen en sociale wetenschappen. Je leert natuurwetenschappelijke en sociaal-wetenschappelijke thema’s te onderzoeken en sociale activiteiten te organiseren, aangepast aan verschillende doelgroepen. In het vak 'Integrale opdrachten' krijg je de kans om de competenties (d.w.z. de combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes) te verwerven die eigen zijn aan de studierichting en ze te ontwikkelen.
Lestabel 5e jaar
Lestabel 6e jaar